<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:10808</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-15T11:39:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9982843</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10808">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10808</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-15T11:39:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:10808 Rechtbank Rotterdam , 18-11-2022 / 9982843</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:10808:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling tot betaling van het positieve contractsbelang inzake levering telecomdiensten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:10808:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
locatie Rotterdam
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: 9982843 \ CV EXPL 22-20539
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
datum uitspraak: 18 november 2022
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[eiseres01] .
</emphasis>
, voorheen genaamd
<emphasis role="bold">
[voormalige naam eiseres01] .
</emphasis>
,
</para>
<para>
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
</para>
<para>
eiseres,
</para>
<para>
gemachtigde: J.J. Sikkema,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
, die handelt onder de naam
<emphasis role="bold">
[horecagelegenheid01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
woonplaats: [woonplaats01] ,
</para>
<para>
gedaagde,
</para>
<para>
gemachtigde: de heer [gemachtigde01] .
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 28 juni 2022, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de aantekeningen van het mondelinge verweer van [gedaagde01] ;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<para>
Op 21 oktober 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met partijen besproken. Daarbij waren aanwezig: mevrouw [naam01] , juridisch medewerker bij [eiseres01] , en de heer [gedaagde01] , bijgestaan door de heer [gemachtigde01] als gemachtigde.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
2
</nr>
De feiten
</title>
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
[gedaagde01] exploiteert een café aan de [adres01] te Rotterdam (hierna: ‘het café’). Hij heeft het café overgenomen van de heer [naam02] (hierna: ‘ [naam02] ’) in december 2019.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
[naam02] heeft op 30 maart 2018 een overeenkomst voor de levering van telefonie, internet en service aan het café door [eiseres01] (destijds nog [voormalige naam eiseres01] . genaamd), verlengd voor de duur van vijf jaar. Op het orderformulier dat daartoe is ondertekend, is 1 februari 2019 als ‘huidige einddatum’ genoemd. Deze datum is dus met vijf jaar verlengd tot 1 februari 2024.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
In de algemene voorwaarden die op deze overeenkomst van toepassing zijn, is onder meer het volgende opgenomen:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Artikel 5 – Niet-tijdige betaling
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
[…]
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
5.2.
</nr>
<para>
<emphasis role="italic">
Belcentrale behoudt zich het recht voor om tot buitengebruikstelling over te gaan zonder ingebrekestelling of mededeling wanneer de Klant de factuur niet binnen de door Belcentrale gestelde termijn betaalt, haar overboeking ongedaan maakt of er gerede twijfel bestaat aan haar betaalcapaciteit. Klant dient Belcentrale onmiddellijk op de hoogte te stellen indien zo een (soortgelijke) situatie zich voordoet. Daarnaast is Belcentrale gerechtigd het gehele factuurbedrag onmiddellijk en integraal op te eisen en/of tot ontbinding van de Overeenkomst over te gaan. Bij een beëindiging is de klant verplicht de vaste, periodieke kosten van de nog resterende periode van de Overeenkomst te voldoen, waarbij de Klant geen rechten kan ontlenen aan enige voorgaande toegekende kortingen.
</emphasis>
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
Op 2 januari 2020 hebben [gedaagde01] (als nieuwe contractant) en [naam02] (als huidige contractant) een contractovernameformulier ingevuld. Op dit formulier is onder meer vermeld dat de nieuwe contractant het contract van de huidige contractant zal voortzetten en dat de nieuwe contractant verklaart akkoord te gaan met de algemene voorwaarden van Belcentrale zoals die voorafgaand aan ondertekening zijn overhandigd en te vinden zijn op voorwaarden. [voormalige naam eiseres01] .nl. Het formulier is namens beide partijen ondertekend.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5.
</nr>
<para>
Medio februari 2021 heeft [gedaagde01] [eiseres01] gebeld en aangegeven dat hij geen diensten meer wilde afnemen. Daarna heeft hij een internetabonnement bij Ziggo afgesloten.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.6.
</nr>
<para>
[gedaagde01] heeft de facturen van [eiseres01] voor de maanden februari en maart 2021 ten bedrage van elk € 142,54 onbetaald gelaten. Ook de factuur met de afkoopsom betreffende de periode van april 2021 tot en met januari 2024 ten bedrage van € 4.041,64 en de factuur van 29 maart 2021 ten bedrage van € 456,47 heeft [gedaagde01] onbetaald gelaten.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
3
</nr>
Het geschil
</title>
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
[eiseres01] eist samengevat:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
[gedaagde01] te veroordelen aan haar te betalen € 5.722,96, te vermeerderen met wettelijke handelsrente over € 4.710,59 vanaf 10 juni 2022;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
[gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para>
Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit de hoofdsom van € 4.710,59, rente van € 416,31 (berekend tot en met 9 juni 2022) en buitengerechtelijke kosten van € 596,06.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
[eiseres01] baseert de eis op het feit dat [gedaagde01] op basis van de tussen partijen gesloten overeenkomst gehouden is de aan hem toegezonden facturen te voldoen. Op grond van artikel 5.2 van de algemene voorwaarden heeft [eiseres01] immers het recht om over te gaan tot opeising van het positieve contractsbelang wanneer [gedaagde01] een factuur niet betaalt.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
[gedaagde01] is het niet eens met de eis en voert aan dat hij het contract telefonisch heeft stopgezet en dat de handtekening onder het contractovernameformulier niet van hem is. Als gevolg van de maatregelen in verband met de coronapandemie heeft hij het café tijdelijk moeten sluiten, waardoor hij er financieel slecht voor staat.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
4
</nr>
De beoordeling
</title>
<bridgehead role="italic">
Hoofdsom
</bridgehead>
<paragroup>
<nr>
4.1.
</nr>
<para>
Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde01] in de periode van januari 2020 tot en met januari 2021 van [eiseres01] (telecom)diensten heeft ontvangen, waarvoor hij ook heeft betaald. Hiermee is bevestigd dat in die periode een contractuele relatie bestond tussen partijen, die is gebaseerd op het ingevulde contractovernameformulier. Pas ten tijde van de onderhavige procedure voert [gedaagde01] het verweer dat hij dit formulier wel heeft ingevuld maar niet heeft ondertekend.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.2.
</nr>
<para>
Dit verweer van [gedaagde01] slaagt niet. [gedaagde01] heeft namelijk erkend dat hij het formulier wel zelf heeft ingevuld en heeft vervolgens een jaar lang conform die contractuele verhoudingen gehandeld. Daarmee strookt niet dat [gedaagde01] het formulier niet ondertekend zou hebben; in dat geval zou hij dat eerder kenbaar gemaakt (moeten) hebben aan [eiseres01] . Bovendien heeft [eiseres01] onbetwist gesteld dat zij een legitimatiebewijs van [gedaagde01] heeft ontvangen op basis waarvan zijn gegevens zijn geverifieerd. Dit is juist bedoeld om te voorkomen dat een contractovernameformulier door iemand anders dan de nieuwe contractant wordt ingevuld en ondertekend. Het enkele vermoeden van [gedaagde01] dat de vriendin van [naam02] de handtekening van [gedaagde01] heeft vervalst, vormt tegen de achtergrond van het bovenstaande onvoldoende onderbouwing van zijn stelling dat hij het formulier niet heeft ondertekend.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.3.
</nr>
<para>
Ook het verweer van [gedaagde01] dat hij de overeenkomst telefonisch heeft opgezegd staat niet aan toewijzing van de vordering van [eiseres01] in de weg. Vast staat dat de overeenkomst vanwege de verlenging met vijf jaar een looptijd had tot 1 februari 2024, en dat [gedaagde01] vanaf februari 2021 geen facturen meer heeft voldaan. Op grond van artikel 5.2 van de algemene voorwaarden heeft [eiseres01] vanaf april 2021 voor de resterende looptijd van het contract dus rechtmatig de periodieke kosten in rekening gebracht bij [gedaagde01] .
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.4.
</nr>
<para>
[eiseres01] vordert in deze procedure de onbetaald gebleven facturen, waaronder de afkoopsom betreffende de resterende looptijd van het contract, minus de op de facturen vermelde administratiekosten en btw daarover. Dit levert een hoofdsom op van € 4.710,59. Deze hoofdsom is, op basis van het voorgaande, als onvoldoende gemotiveerd betwist toewijsbaar.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Buitengerechtelijke incassokosten en rente
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.5.
</nr>
<para>
De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om een vergoeding voor deze kosten te krijgen. De gevorderde wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW wordt als onbetwist en op de wet gegrond toegewezen.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Proceskosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.6.
</nr>
<para>
[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiseres01] tot vandaag vast op € 122,46 aan dagvaardingskosten, € 514,00 aan griffierecht en € 622,00 aan salaris voor de gemachtigde (twee punten x € 311,00 tarief). Dit is totaal € 1.258,46. Voor kosten die [eiseres01] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] ook een bedrag betalen van € 124,00 (1/2 punt x € 311,00 tarief met maximum € 124,00). Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853).
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Betalingsregeling
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.7.
</nr>
<para>
[gedaagde01] heeft aangegeven dat hij er financieel slecht voor staat. Gelet op het bepaalde in artikel 6:29 BW kan [eiseres01] niet worden verplicht om in te stemmen met een betalingsregeling en is de kantonrechter niet gerechtigd om een betalingsregeling vast te stellen zonder instemming van [eiseres01] . De kantonrechter verwijst [gedaagde01] naar (de gemachtigde van) [eiseres01] om eventueel alsnog een betalingsregeling te treffen.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.8.
</nr>
<para>
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
5
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De kantonrechter:
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
5.1.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiseres01] te betalen € 5.722,96, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 4.710,59 vanaf 10 juni 2022 tot de dag van volledige betaling;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
5.2.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, aan de kant van [eiseres01] tot vandaag vastgesteld op € 1.258,46;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
5.3.
</nr>
<para>
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
</para>
<para>
48637
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>