<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:10796</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T16:53:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/646501 / HA RK 22-1073</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2023-0025</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2022/402</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10796">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10796</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-15T14:49:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:10796 Rechtbank Rotterdam , 24-11-2022 / C/10/646501 / HA RK 22-1073</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:10796:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Benoeming vereffenaar op grond van een hypotheekverstrekker. Artikel 4:204 lid 1 sub a BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:10796:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<para>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="43326441-c256-4fd6-8307-bd1f9ef33e31" format="image/png" scale="100" width="13" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="02e75018-0417-4b9c-8ede-88f2334880af" format="image/png" scale="100" width="523" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
beschikking
</para>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team handel en haven
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer / rekestnummer: C/10/646501 / HA RK 22-1073
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Beschikking van 24 november 2022
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
ELQ HYPOTHEKEN N.V.
</emphasis>
, tevens handelend onder de naam
<emphasis role="bold">
ELQ Portefeuille I B.V.
</emphasis>
,
</para>
<para>
gevestigd te Amsterdam,
</para>
<para>
verzoekster,
</para>
<para>
advocaat mr. M. van der Meulen te Rosmalen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
belanghebbende:
</para>
<para>
<emphasis role="bold">
[naam01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
wonende te [woonplaats01] ,
</para>
<para>
die niet heeft gereageerd.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section role="procesverloop">
<title>
<nr>
1
</nr>
Het procesverloop
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Op 18 oktober 2022 is bij de rechtbank ingekomen het verzoekschrift van verzoekster tot benoeming van een vereffenaar, met producties.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<para>
De rechtbank heeft op 24 oktober 2022 een aangetekende brief gestuurd aan [naam01] (hierna: [naam01] ) met de vraag of hij verweer wil voeren tegen het verzoekschrift. [naam01] heeft deze brief geweigerd, waardoor de brief retour is gezonden aan de rechtbank.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.3.
</nr>
<para>
De rechtbank heeft vervolgens besloten om zonder een mondelinge behandeling uitspraak te doen.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
2
</nr>
De feiten
</title>
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
Op 24 januari 2022 is te [plaats02] overleden de heer [erflater01] (hierna: erflater), geboren op [geboortedatum01] 1955 te [geboorteplaats01] , laatstelijk gewoond hebbende te Ridderkerk.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
Erflater was samen met mevrouw [naam02] (hierna: [naam02] ) eigenaar van de woning gelegen aan de [adres01] te Ridderkerk (hierna: de woning). Ter financiering van deze woning hebben erflater en [naam02] een overeenkomst van hypothecaire geldlening gesloten met verzoekster op 4 december 2007. Erflater en [naam02] hebben aan verzoekster het eerste recht van hypotheek verleend op de woning.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
[naam02] is op 20 september 2018 overleden te [plaats01] . Zij heeft in haar testament erflater tot haar erfgenaam benoemd. Niet gebleken is dat erflater de nalatenschap van [naam02] heeft verworpen, zodat hij wordt geacht deze zuiver te hebben aanvaard. Erflater is hierdoor eigenaar geworden van het aandeel van [naam02] in de woning, zodat hij sinds het overlijden van [naam02] de enige eigenaar is van de woning.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
Erflater heeft in zijn testament [naam02] tot zijn erfgenaam benoemd. Door haar overlijden kan [naam02] echter niet erven. Op grond van het wettelijke versterfrecht is [naam01] de erfgenaam van erflater, omdat hij zijn enige kind was en erflater toen hij overleed niet was gehuwd of geregistreerd als partner.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
3
</nr>
Het verzoek
</title>
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
Het verzoek strekt tot de benoeming van mr. J van der Wende tot vereffenaar in de nalatenschap van erflater.
</para>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
Aan het verzoek heeft verzoekster het volgende ten grondslag gelegd. [naam01] laat de nalatenschap van erflater op dit moment volledig onbeheerd en wikkelt deze niet behoorlijk af. Er is sprake van een betalingsachterstand. Door het overlijden van erflater is de hoofdsom van de hypothecaire geldlening met rente terstond opeisbaar geworden. Per 11 oktober 2022 bedraagt de vordering van verzoekster € 605.593,51. Verzoekster kan de woning niet executoriaal verkopen, omdat zij de executie niet rechtsgeldig kan aanzeggen. Zij is daarom gedwongen om een verzoek tot benoemen van een vereffenaar in te dienen. Doordat de nalatenschap onbeheerd is bestaat daarnaast het gevaar dat verzoekster niet ten volle en binnen een redelijke tijd zal worden voldaan. De WOZ-waarde van de woning is per 1 januari 2021 € 638.000,-, maar het is de vraag of deze waarde representatief is. Verzoekster heeft er belang bij dat de woning in beheer wordt genomen, omdat leegstand over het algemeen niet bevorderlijk is voor de kwaliteit van de woning.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
4
</nr>
De beoordeling
</title>
<paragroup>
<nr>
4.1.
</nr>
<para>
Verzoekster heeft de artikelen 4:204 lid 1 sub a en b BW aan haar verzoek ten grondslag gelegd. Op grond van artikel 4:204 lid 1 sub a BW kan de rechtbank, als geen beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap heeft plaatsgevonden, een vereffenaar benoemen op verzoek van een belanghebbende. Dit kan wanneer er geen erfgenamen zijn, wanneer niet bekend is of er erfgenamen zijn of wanneer de nalatenschap niet door een executeur wordt beheerd en de erfgenamen die bekend zijn haar geheel of ten dele onbeheerd laten.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.2.
</nr>
<para>
[naam01] heeft de nalatenschap van erflater niet beneficiair aanvaard. De rechtbank is van oordeel dat verzoekster als belanghebbende kan worden aangemerkt, omdat zij een hypothecaire geldlening heeft verstrekt aan erflater en er sprake is van een betalingsachterstand. De nalatenschap van erflater wordt daarnaast op dit moment onbeheerd gelaten door [naam01] . Hierdoor wordt ook de woning niet beheerd en staat deze leeg, met het gevaar van verval of bijvoorbeeld de aantrekking van ongedierte of krakers. Verzoekster loopt hierdoor het risico dat haar hypothecaire geldlening niet volledig kan worden voldaan. Aan de voorwaarden van artikel 4:204 lid 1 sub a BW is gelet hierop voldaan en verzoekster heeft ook voldoende onderbouwd dat zij belang heeft bij de benoeming van een vereffenaar. De rechtbank heeft [naam01] gevraagd of hij verweer wil voeren tegen het verzoek. Hij heeft echter de aangetekende brief van de rechtbank geweigerd, zodat de rechtbank hem niet kan bereiken en het verzoek om een vereffenaar te benoemen daarom bij gebrek aan verweer daartegen zal daarom worden toegewezen.
</para>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.3.
</nr>
<para>
Verzoekster heeft voorgesteld om mr. J van der Wende tot vereffenaar te benoemen. Laatstgenoemde heeft zich bij brief van 17 oktober 2022 bereid verklaard om tot vereffenaar te worden benoemd, zodat de rechtbank hem zal benoemen tot vereffenaar. De benoeming tot vereffenaar dient door de vereffenaar te worden bekendgemaakt in de (digitale) Staatscourant.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
5
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De rechtbank
</para>
<para />
<parablock>
<para>
benoemt
<emphasis role="bold">
mr. Jan van der Wende
</emphasis>
, kantoorhoudende te SWG Advocaten aan de Edelweisstraat 5 te Rosmalen (postadres: Postbus 255, 5240 AG Rosmalen), tot vereffenaar in de nalatenschap van:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[erflater01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1955,
</para>
<para>
laatstelijk wonende te [woonplaats02] ,
</para>
<para>
overleden op 24 januari 2022 te [plaats02] ,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
verzoekt de griffier de benoeming onverwijld in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
verzoekt de griffier de kantonrechter te Rotterdam, locatie Rotterdam, op de hoogte te stellen van deze benoeming;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
draagt de vereffenaar op zijn benoeming bekend te maken in de (digitale) Staatscourant;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
wijst af het meer of anders verzochte.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2022.
<footnote-ref linkend="_f2fd02db-6444-40ec-b373-3eb870810db5" />
</para>
<para>
3120
</para>
</parablock>
</section>
<footnote id="_f2fd02db-6444-40ec-b373-3eb870810db5" label="1">
<para>
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
</para>
</footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>