<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:10675</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-07T10:29:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/242851-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10675">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10675</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-07T10:29:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:10675 Rechtbank Rotterdam , 02-12-2022 / 10/242851-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:10675:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak inzake artikel 10a Opiumwet. De omstandigheden waaronder de verdachte is aangetroffen op het haventerrein zijn zeer verdacht. Aanwezigheid van de verdachte ter plaatse is in strijd met artikel 461 Wetboek van Strafrecht en zou inmiddels ook op grond van artikel 138aa Wetboek van Strafrecht strafbaar kunnen zijn. Er zijn echter onvoldoende concrete aanknopingspunten in het onderhavige dossier op grond waarvan de verdachte in verband kan worden gebracht met het opzettelijk treffen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot invoer van verdovende middelen, in het bijzonder cocaïne, zoals ten laste is gelegd. Er is geen voldoende concrete link met een specifieke container op de terminal, een te verwachten container en/of andere concrete feiten en omstandigheden die in verband kunnen worden gebracht met verdovende middelen, laat staan specifiek met cocaïne. Mede gelet op de stand van de huidige jurisprudentie dient vrijspraak te volgen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:10675:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold caps">
Rechtbank Rotterdam
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team straf 2
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Parketnummer: 10/242851-21
</para>
<para>
Datum uitspraak: 2 december 2022
</para>
<para>
Tegenspraak
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[verdachte01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] ,
</para>
<para>
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
</para>
<para>
[adres01] , [postcode01] [woonplaats01] ,
</para>
<para>
raadsvrouw mr. T. Arkesteijn, advocaat te Rotterdam.
</para>
</parablock>
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1.
</nr>
Onderzoek op de terechtzitting
</title>
<para>
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 2 december 2022.
</para>
</section>
<section>
<title>
<nr>
2.
</nr>
Tenlastelegging
</title>
<para>
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
</para>
</section>
<section>
<title>
<nr>
3.
</nr>
Eis officier van justitie
</title>
<para>
De officier van justitie mr. S. Sondermeijer heeft vrijspraak van het ten laste gelegde gevorderd.
</para>
</section>
<section>
<title>
<nr>
4.
</nr>
Vrijspraak
</title>
<paragroup>
<nr>
4.1.
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
Standpunt verdediging
</emphasis>
</para>
<para>
Ook de verdediging heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het ten laste gelegde.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.2.
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
Beoordeling
</emphasis>
</para>
<para>
De verdachte is samen met zijn medeverdachten op 9 september 2021 aangetroffen op de terminal van Rotterdam World Gateway te Rotterdam. De in totaal vijftien verdachten zaten in een container in module/stack 25 of 26. In die container zijn naast de verdachten onder andere een tas, 30 mobiele telefoons en powerbanks aangetroffen. De mobiele telefoons waren beschadigd doordat er overheen was geürineerd. In de tas zaten doorgeknipte containerzegels. In de omgeving van stack 9 en 10 is op een later moment een pakket aangetroffen, volgens een indicatieve test met cocaïne. Nader identificerend onderzoek heeft niet plaatsgevonden.
</para>
<para>
De omstandigheden waaronder de verdachte is aangetroffen zijn zeer verdacht. Aanwezigheid van de verdachte ter plaatse is in strijd met artikel 461 Wetboek van Strafrecht en zou inmiddels ook op grond van artikel 138aa Wetboek van Strafrecht strafbaar kunnen zijn. Er zijn echter onvoldoende concrete aanknopingspunten in het onderhavige dossier op grond waarvan de verdachte in verband kan worden gebracht met het opzettelijk treffen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot invoer van verdovende middelen, in het bijzonder cocaïne, zoals ten laste is gelegd. Er is geen voldoende concrete link met een specifieke container op de terminal, een te verwachten container en/of andere concrete feiten en omstandigheden die in verband kunnen worden gebracht met verdovende middelen, laat staan specifiek met cocaïne. Mede gelet op de stand van de huidige jurisprudentie is de rechtbank van oordeel dat de verdachte daarom dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
5.
</nr>
Bijlage
</title>
<para>
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
</para>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
6.
</nr>
Beslissing
</title>
<para>
De rechtbank:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans, voorzitter,
</para>
<para>
en mrs. G.P. van de Beek en M.J.M. van Beckhoven, rechters,
</para>
<para>
in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier,
</para>
<para>
en uitgesproken op 2 december 2022.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Bijlage
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Tekst tenlastelegging
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
hij op of omstreeks 09 september 2021 te Rotterdam, althans in Nederland
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te
</para>
<para>
weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,
</para>
<para>
verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van
</para>
<para>
een (handels)hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
</para>
<para>
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet
</para>
<para>
behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen
</para>
</parablock>
<para>
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te (doen)
</para>
<para>
plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of
</para>
<para>
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het
</para>
<para>
plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
</para>
<para>
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere
</para>
<parablock>
<para>
betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te
</para>
<para>
vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit
</para>
<para>
hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes,
</para>
<para>
mededader(s)
</para>
<para>
-onbevoegd het RWG-terrein aan de Amoerweg betreden, en/of
</para>
<para>
-één of meer container(s) opengebroken, en/of
</para>
<para>
-20 dozen uit de container [containernummer01] overgeplaatst naar de (lege) container
</para>
<para>
[containernummer02] , en/of
</para>
<para>
-in container [containernummer02] de dozen opengemaakt en/of
</para>
<para>
-30 (organisatie)telefoons, een kniptang en sporttassen voorhanden gehad;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
(art 10 lid 4 Opiumwet, art 10 lid 5 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 alinea Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1, 2 en 3 Wetboek van Strafrecht)
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
(art 10 lid 4 Opiumwet, art 10 lid 5 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
</para>
</parablock>
<para />
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>