<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:10600</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-25T12:32:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9992394</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Douanerechtspraak 2022/163</rdf:li>
          <rdf:li>Douanerechtspraak 2023/163</rdf:li>
          <rdf:li>NTHR 2023, afl. 2, p. 78</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10600">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10600</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-12T09:18:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:10600 Rechtbank Rotterdam , 08-12-2022 / 9992394</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:10600:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Internationaal transport van voertuigen door verhuisbedrijf.  Registratie geen onderdeel van opdracht. Toch moet verhuisbedrijf kosten daarvoor betalen, omdat die niet nodig waren als het verhuisbedrijf opdracht had uitgevoerd zoals klant mocht verwachten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:10600:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
locatie Dordrecht
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: 9908311 CV EXPL 22-2209
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
datum uitspraak: 8 december 2022
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[eiser01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
woonplaats: [woonplaats01] , Spanje,
</para>
<para>
eiser,
</para>
<para>
gemachtigde: mr. Schreuders (Arag),
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
De Haan &amp; Partners Verhuizingen B.V.
</emphasis>
,
</para>
<para>
vestigingsplaats: Alblasserdam,
</para>
<para>
gedaagde,
</para>
<para>
gemachtigde: mr. J.S. Ort.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘De Haan’ genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 25 mei 2022, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het antwoord, met één bijlage;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<para>
Op 14 november 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met partijen besproken. Daarbij waren op de rechtbank aanwezig mr. Schreuders aan de kant van [eiser01] en aan de kant van De Haan de heer [naam01] en mr. D.L.A. van de Put. [eiser01] en zijn partner hebben via een telefoonverbinding meegedaan aan de zitting.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
de kern van de zaak
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
De Haan heeft in opdracht van [eiser01] zijn verhuizing van de Verenigde Staten naar Spanje uitgevoerd. Daarbij zijn onder andere twee motoren en een auto verhuisd. De Haan moest zorgen voor het transport. De registratie van de voertuigen hoorde niet tot de opdracht. Toch moet De Haan de kosten betalen die [eiser01] heeft gemaakt voor de registratie, omdat die niet nodig waren geweest als De Haan haar opdracht had uitgevoerd zoals [eiser01] mocht verwachten. Hierna wordt dit oordeel toegelicht.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
De Haan moest het DUA formulier doorsturen aan [eiser01]
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
Het invoerproces (de douane-inklaring) van de voertuigen is in beheer van De Haan verzorgd. Dat viel onder de opdracht van [eiser01] . In dat kader heeft (de Spaanse partner van) De Haan documentatie gekregen die betrekking heeft op de voertuigen. Die documentatie heeft De Haan terecht aan [eiser01] doorgestuurd, als onderdeel en afronding van de opdracht. Het enige stuk dat De Haan niet aan [eiser01] heeft doorgestuurd, is het DUA formulier. Dat had (de partner van) De Haan wel moeten doen. De Haan erkent dat dat ook de normale gang van zaken is binnen het bedrijf. In dit specifieke geval is van belang dat De Haan wist dat het DUA formulier binnen 60 dagen na het importeren van de voertuigen aan de Spaanse overheid moest worden verstrekt, omdat anders invoerrechten en belastingen moesten worden betaald. De Haan wist ook dat [eiser01] de voertuigen meteen in Spanje wilde laten registreren. Desondanks heeft De Haan het DUA formulier in eigen beheer gehouden. Het is hierbij niet van belang dat (de partner van) De Haan het DUA formulier mogelijk later heeft ontvangen dan de andere documentatie. De Haan had het DUA formulier na ontvangst meteen na moeten sturen aan [eiser01] . De Haan voert aan dat zij alleen nagekomen stukken doorstuurt als daarom is gevraagd. Om twee redenen betekent dat in dit geval niet dat De Haan het DUA formulier niet had hoeven doorsturen. Ten eerste heeft [eiser01] gevraagd om
<emphasis role="italic">
alle
</emphasis>
documenten die De Haan had of zou ontvangen met hem te delen. Bovendien heeft De Haan niet betwist dat [eiser01] niet op een andere manier aan dit formulier had kunnen komen en dus zelf de kosten niet had kunnen voorkomen. Gelet hierop mocht [eiser01] van De Haan verwachten dat zij het DUA formulier direct aan hem zou doorsturen. De Haan is dus tekortgeschoten in het correct nakomen van de overeenkomt.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
Het is juist dat [eiser01] zelf beter onderzoek had kunnen doen naar de registratieregels in Spanje, maar dat doet aan de verplichtingen van De Haan niets af. De Haan is bovendien de professionele partij, die wist dat [eiser01] zonder het DUA formulier kosten zou moeten maken. [eiser01] mocht erop vertrouwen dat De Haan hem alle relevante documentatie door zou sturen. Het DUA formulier is relevant, omdat daarmee kosten konden worden voorkomen.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
de schade van [eiser01] is de betaalde belasting; die moet De Haan vergoeden
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
[eiser01] heeft voor de registratie van de voertuigen een Spaans bedrijf ingeschakeld. Dat bedrijf heeft aan [eiser01] gevraagd om alle documentatie te sturen over de voertuigen. [eiser01] heeft alle documentatie die hij van (de partner van) De Haan heeft gekregen direct aan het Spaanse bedrijf doorgestuurd. Met dat materiaal heeft het Spaanse bedrijf de aanvraag voor registratie van de voertuigen gedaan bij de douane. Die aanvraag is op 25 augustus 2022 afgewezen, omdat er ‘een formulier’ ontbrak. Naar aanleiding van die afwijzing heeft [eiser01] contact opgenomen met De Haan en een omschrijving gegeven van het document dat volgens de douane nog nodig was. De Haan heeft toen alsnog het DUA formulier aan [eiser01] gestuurd. Dat was inderdaad het ontbrekende stuk. Met het DUA formulier zijn de voertuigen uiteindelijk in Spanje geregistreerd, maar niet binnen de termijn van 60 dagen na het importeren van de voertuigen zodat [eiser01] voor de registratie € 6.207,10 belasting moest betalen. Als [eiser01] tegelijk met de andere documentatie ook het DUA formulier van De Haan had gekregen, dan had hij dat ook direct aan het Spaanse bedrijf gestuurd. Het Spaanse bedrijf had immers aan hem gevraagd om alle documenten die hij had door te sturen en dat heeft [eiser01] ook gedaan. Het Spaanse bedrijf heeft vervolgens één op één de documenten die zij van [eiser01] heeft gekregen, doorgezonden naar de douane. Als daar ook het DUA formulier bij had gezeten, was dit ook meegestuurd. Door De Haan wordt dit alles niet betwist. Dan zou de eerste aanvraag voor registratie niet alleen op tijd (binnen 60 dagen na het importeren) zijn geweest, maar ook voorzien van de juiste documenten en dan had [eiser01] geen belasting hoeven betalen voor de registratie. De belasting die hij nu wel heeft betaald, is zijn schade en die moet De Haan vergoeden (artikel 6:74 BW).
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
geen belang bij een verklaring voor recht
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5.
</nr>
<para>
In deze procedure is geoordeeld dat De Haan aansprakelijk is voor de schade die [eiser01] heeft geleden doordat De Haan het DUA formulier niet meteen aan hem heeft doorgestuurd. [eiser01] heeft gesteld dat hij daardoor de gevorderde schade heeft geleden. Die schade is toegewezen. [eiser01] heeft niet gesteld dat hij nog andere schade heeft geleden of dat hij een ander afzonderlijk belang heeft bij de gevraagde verklaring voor recht. Daarom wordt de gevraagde verklaring voor recht niet gegeven.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
buitengerechtelijke incassokosten en rente
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.6.
</nr>
<para>
De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen tot een bedrag van € 685,36, dat is gebaseerd op het toegewezen schadebedrag. Aan alle voorwaarden is voldaan om een vergoeding van dit bedrag voor deze kosten te krijgen (artikel 6:96 lid 6 BW). Het sturen van een enkele brief is al voldoende omdat De Haan geen consument is (ECLI:NL:HR:2014:1405). De rente over de hoofdsom wordt toegewezen vanaf 31 december 2021, omdat uit de stellingen en stukken van [eiser01] volgt dat de rente vanaf die datum moet worden betaald en De Haan deze stellingen niet voldoende gemotiveerd heeft betwist (artikel 6:119 BW). De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen, omdat niet is gesteld dat [eiser01] deze kosten al aan haar incassogemachtigde heeft betaald.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
proceskosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.7.
</nr>
<para>
De Haan krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiser01] tot vandaag vast op € 127,43 aan dagvaardingskosten, € 244,00 aan griffierecht en € 622,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 311,00 tarief). Dit is totaal € 993,43. Voor kosten die [eiser01] maakt na deze uitspraak moet De Haan een bedrag betalen van € 124,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853). De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.8.
</nr>
<para>
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De kantonrechter:
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
veroordeelt De Haan om aan [eiser01] te betalen € 6.892,46 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 6.207,10 vanaf 31 december 2021 tot de dag van volledige betaling;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
veroordeelt De Haan in de proceskosten, aan de kant van [eiser01] tot vandaag vastgesteld op € 993,43 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.4.
</nr>
<para>
wijst al het andere af.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en in het openbaar uitgesproken.
</para>
<para>
703
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>