<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:10453</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-21T14:00:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9987958 CV EXPL 22-20819</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10453">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10453</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-01T15:40:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:10453 Rechtbank Rotterdam , 16-12-2022 / 9987958 CV EXPL 22-20819</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:10453:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurrecht - vordering tot betaling wordt toegewezen. Vordering is onvoldoende gemotiveerd betwist.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:10453:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
locatie Rotterdam
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer: 9987958 CV EXPL 22-20819
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
datum uitspraak: 16 december 2022
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[eiser01],
</emphasis>
</para>
      <para>
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
</para>
      <para>
eiseres,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. G.E. Hamer,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01] ,
</emphasis>
voorheen handelend onder de naam [handelsnaam01]
</para>
      <para>
woonplaats: in de [plaats01] op een geheim adres,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
zonder gemachtigde.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 28 juni 2022, met bijlagen;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
het antwoord, met bijlagen;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
Op 15 november 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met [eiser01] en haar gemachtigde besproken. [gedaagde01] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De feiten
</title>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
Door of namens Kocygit of [handelsnaam01] zijn met [eiser01] meerdere huurovereenkomsten gesloten, voor verschillende motorvoertuigen:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
Volkswagen Crafter met kenteken [kenteken01] , vanaf 23 maart 2021 t/m 17 mei 2021, geruild voor het voertuig met kenteken [kenteken02] ;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
Volkswagen bestelvoertuig met kenteken [kenteken03] , vanaf 3 mei 2021 t/m 28 mei 2021;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
Volkswagen Crafter met kenteken [kenteken02] , vanaf 17 mei 2021 t/m 21 mei 2021, geruild voor het voertuig met kenteken [kenteken04] ;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
Volkswagen Crafter met kenteken [kenteken04] , vanaf 21 mei 2021 t/m 2 juni 2021 (waarbij deze auto vroegtijdig is ingeleverd).
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
Deze overeenkomsten zijn gesloten in de uitoefening van een beroep of bedrijf, onder de naam [handelsnaam01] . Deze onderneming is sinds 11 juni 2021 uitgeschreven uit het handelsregister.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
Op de huurovereenkomsten zijn de algemene voorwaarden van [eiser01] van toepassing.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.4.
</nr>
      <para>
[eiser01] heeft [gedaagde01] facturen gestuurd voor een totaal bedrag van € 3.946,89. Tot op heden heeft [gedaagde01] deze facturen niet voldaan aan [eiser01] .
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
3.
</nr>
Het geschil
</title>
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
[eiser01] eist samengevat:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
[gedaagde01] te veroordelen aan haar te betalen € 4.791,20 met rente;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
[gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit de hoofdsom van € 3.946,89 rente van € 252,62 (berekend tot en met 20 april 2022) en buitengerechtelijke kosten van € 591,69.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
[eiser01] baseert de eis op het volgende. [gedaagde01] is zijn verplichtingen uit de overeenkomsten op diverse manieren niet nagekomen. Tijdens de huurperioden zijn er meerdere schades ontstaan aan het voertuig met kenteken [kenteken04] . Daarnaast heeft [eiser01] twee verkeersboetes ontvangen, die zijn gereden door het voertuig met kenteken [kenteken03] . Tot slot heeft de ANWB werkzaamheden moeten verrichten aan een gehuurd voertuig. Op grond van artikel 8 lid 2, 10 lid 2, 12 lid 5 en artikel 14 van de algemene voorwaarden is [gedaagde01] gehouden de kosten hiervan te vergoeden aan [eiser01] . Omdat [gedaagde01] in gebreke is gebleven met de betaling hiervan, was [eiser01] genoodzaakt om de vordering uit handen te geven. De hiervoor gemaakte kosten komen voor rekening van [gedaagde01] .
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] is het niet eens met de eis. Zijn verweer zal hierna worden besproken.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
4.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="italic">
hoofdsom: betaling facturen
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
4.1.
</nr>
      <para>
Tussen partijen is in geschil of [gedaagde01] de facturen van [eiser01] aan haar moet voldoen. Deze facturen – voor een bedrag van € 3.946,89 – vloeien voort uit de tussen [eiser01] en [gedaagde01] gesloten huurovereenkomsten.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.2.
</nr>
      <para>
De kantonrechter begrijpt uit het (beperkte) verweer van [gedaagde01] , dat hij betwist dat de facturen kloppen. [gedaagde01] voert aan dat een factuur gecorrigeerd zou moeten worden omdat een van de huurovereenkomsten zonder zijn toestemming is gesloten. [gedaagde01] laat echter na zijn betwisting te onderbouwen. Zodat het de kantonrechter niet duidelijk is op welke factuur de betwisting van [gedaagde01] ziet en hoe deze factuur gecorrigeerd moet worden. Daar staat tegenover dat [eiser01] stelt dat [gedaagde01] zelf de huurovereenkomst ten aanzien van het voertuig met kenteken [kenteken03] heeft gesloten. Daarnaast heeft [eiser01] ter zitting toegelicht dat de andere huurovereenkomsten zijn ondertekend namens [handelsnaam01] en dat er toen een borg is voldaan via een bankrekening die op naam van [handelsnaam01] stond. Dit ondersteunt de stelling van [eiser01] dat de huurovereenkomsten zijn gesloten door, dan wel namens [gedaagde01] . Mede doordat [gedaagde01] niet op de mondelinge behandeling is verschenen heeft [gedaagde01] deze stellingen niet betwist. Gelet op het bovenstaande staat voldoende vast dat [gedaagde01] partij is in de met [eiser01] gesloten huurovereenkomsten.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.3.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] voert verder geen verweer tegen de inhoud van de facturen. De kantonrechter zal daarom de vorderingen van [eiser01] als onvoldoende gemotiveerd betwist toewijzen.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
buitengerechtelijke incassokosten en rente
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.4.
</nr>
      <para>
De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om een vergoeding voor deze kosten te krijgen. De rente wordt toegewezen, omdat uit de stellingen van [eiser01] volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde01] deze stellingen niet heeft betwist.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
proceskosten
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.5.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiser01] tot vandaag vast op € 107,22 aan dagvaardingskosten, € 487,- aan griffierecht en € 436,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 218,- tarief). Dit is totaal € 1.030,22. Voor kosten die [eiser01] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] een bedrag betalen van € 109,- (1/2 punt x € 218,- tarief). Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853).
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.6.
</nr>
      <para>
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
5.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De kantonrechter:
</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
5.1.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiser01] te betalen € 4.791,20 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 3.946,89 vanaf 20 april 2022 tot de dag van volledige betaling;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.2.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, aan de kant van [eiser01] tot vandaag vastgesteld op € 1.030,22;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.3.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. van Gastel en in het openbaar uitgesproken.
</para>
        <para>
44236
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>