<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:10362</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-01T12:56:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9221299 CV EXPL 21-17202</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10362">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10362</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-01T12:55:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:10362 Rechtbank Rotterdam , 18-11-2022 / 9221299 CV EXPL 21-17202</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:10362:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiseres heeft niet voldaan aan haar bewijsopdracht. Niet is komen vast te staan dat gedaagde een opdracht heeft verstrekt voor het plaatsen van een nieuwe rioolaansluiting. Eiseres mag zich uitlaten over mogelijk onrechtvaardige verrijking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:10362:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
locatie Rotterdam
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer: 9221299 CV EXPL 21-17202
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
datum uitspraak: 18 november 2022
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
de vennootschap onder firma
<?linebreak?>
<emphasis role="bold">
[eiseres01],
</emphasis>
</para>
      <para>
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
</para>
      <para>
eiseres,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. C. van den Bergh,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen:
</para>
      <para>
<?linebreak?>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01] ,
</emphasis>
</para>
      <para>
Woonplaats: [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. L.A. Alderlieste.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
Het verdere verloop van de procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
het tussenvonnis van 14 januari 2022 en de daarin genoemde stukken;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 21 maart 2022;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 31 mei 2022;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de conclusie van [gedaagde01] ;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de conclusie van [eiseres01] .
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De verdere feiten
</title>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
Op 27 mei 2019 stuurde [naam01] (hierna: [naam01] ) namens de gemeente Barendrecht aan [gedaagde01] de volgende e-mail:
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
“(…) Bijgesloten treft u de offertes van [eiseres01] aan
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
De totale prijsopgave is als volgt opgebouwd:
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
1- Aansluiting gemeente riool: € 5.644,00
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
2- Aanleg riolering oprit: € 9.038,00
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
3- Rooien van de boom: €2.848,54
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
De gemeente betaald de kosten om de boom te rooien en af te voeren. U kunt [eiseres01] zelf opdracht geven voor de aansluiting op het gemeenteriool en de aanleg van de leidingen in uw oprit.
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
Mocht tijdens de uitvoering blijken dat er - bijvoorbeeld door de aanleg van het kruispunt - fouten zijn gemaakt waardoor uw riolering niet meer aangesloten is, dan vergoed de gemeente de kosten in het openbare gebied.
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Kunt u laten weten of u opdracht geeft aan [eiseres01] , dan verzorg ik de opdracht om de boom te rooien. (…)”
</emphasis>
.
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
In reactie op bovenstaande e-mail stuurde [gedaagde01] op 3 juni 2019 aan [naam01] de volgende e-mail:
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
“(…) De offertes zijn ontvangen. Ik zal contact opnemen met de [eiseres01] over de uitvoering. De opdracht om de boom te rooien kunt U doorgeven.
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Er is nog één vraag bij mij. Door [bedrijf01] was al vastgesteld dat de bestaande riolering bij het wijzigen van de rotonde naar een kruispunt niet goed meer werkt. Er zijn sinds die tijd steeds weer verstoppingen. Voor deze wijziging heeft de riolering 35 jaar goed gewerkt. Wij gaan er dan ook vanuit dat de riolering op de openbare weg wordt
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
aangepast door en op kosten van de gemeente. (…)”
</emphasis>
.
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Hierop heeft [naam01] op 4 juni 2019 per e-mail geantwoord dat:
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
“(…)Bedankt voor uw bericht; ik zal [naam02] opdracht geven om de boom te rooien.
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Mocht tijdens de uitvoering blijken dat de huisaansluitingen in de openbare weg kapot zijn, dan alleen vergoed de gemeente de kosten voor herstel van huisaansluitingen in het openbare gebied. (…)”
</emphasis>
.
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
3.
</nr>
De verdere beoordeling
</title>
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
Tussen partijen is een geschil ontstaan over een nieuwe rioolaansluiting die [eiseres01] heeft uitgevoerd op het adres [adres01] te [plaats01] . Zij heeft deze werkzaamheden bij [gedaagde01] in rekening gebracht op 31 december 2019, terwijl [gedaagde01] betwist hiervoor opdracht te hebben verstrekt aan [eiseres01] . Tot op heden is de factuur onbetaald gebleven.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
In het tussenvonnis van 14 januari 2022 is [eiseres01] in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van het feit dat sprake is van een overeenkomst van opdracht tussen partijen tot het aanbrengen van een nieuwe rioolaansluiting op voormeld adres. [eiseres01] heeft in dit kader de volgende getuigen voorgebracht:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
[naam02] , vennoot van [eiseres01] en broer van de medevennoot (hierna: ‘ [naam02] ’);
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
[naam01] , teamleider bij de gemeente Barendrecht ( [naam01] ); en
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
[naam03] , wethouder bij de gemeente Barendrecht in de periode juni 2018 – maart 2022 (hierna: ‘ [naam03] ’).
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
geen overeenkomst van opdracht tussen [eiseres01] en [gedaagde01]
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
Ondanks de verklaringen van de – door [eiseres01] voorgebrachte – getuigen en hetgeen in de conclusies naar voren is gebracht, acht de kantonrechter [eiseres01] niet in haar bewijs geslaagd. De kantonrechter is als volgt tot deze conclusie gekomen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.4.
</nr>
      <para>
Allereerst voert [gedaagde01] terecht aan dat de heer [naam02] als vennoot van [eiseres01] een partijgetuige is in de zin van artikel 164 Rv. Hierdoor heeft zijn verklaring beperkte bewijskracht – ten opzichte van de verklaringen van de wederpartij –. De bewijskracht is echter niet beperkt als de verklaring dient ter aanvulling van onvolledig bewijs. In dat geval moet dit overige bewijs zodanig sterk en essentieel zijn, dat zij de verklaring van de partijgetuige voldoende geloofwaardig maakt. Aan deze zware eis is in dit geval niet voldaan. [naam02] verklaart als enige getuige waargenomen te hebben dat [gedaagde01] [eiseres01] bedoelde mondeling opdracht heeft gegeven. Daartegenover staat de verklaring van [gedaagde01] dat hij geen mondelinge opdracht heeft gegeven. [naam01] en [naam03] verklaren op hun beurt dat er tussen partijen en de gemeente sprake was van een discussie over wie de kosten dient te dragen voor het plaatsen van een nieuwe rioolaansluiting, maar dat [gedaagde01] daaropvolgend de intentie heeft uitgesproken om [eiseres01] zelf opdracht te geven voor het plaatsen van een nieuwe rioolaansluiting in plaats van dit aan de gemeente Barendrecht over te laten. Zij verwijzen hierbij tevens naar het mailcontact wat onder r.o. 2.1 en 2.2 is opgenomen. Zij verklaren verder dat de werkzaamheden van [eiseres01] ook daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Ook verklaren [naam01] en [naam03] dat de gemeente Barendrecht in ieder geval geen opdracht aan [eiseres01] heeft verstrekt voor het plaatsen van een nieuwe rioolaansluiting. Gelet op de verklaringen van [naam01] en [naam03] is het een mogelijkheid dat [gedaagde01] de opdracht heeft verstrekt aan [eiseres01] , maar ook niet meer dan dat. Er is dan ook niet voldoende bewijs geleverd.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.5.
</nr>
      <para>
De kantonrechter acht in deze zaak van groot belang dat de (schriftelijke) communicatie tussen partijen tot aan de facturering altijd is gelopen via de gemeente Barendrecht. Los van het feit dat het op de weg van [eiseres01] had gelegen om [gedaagde01] op zijn minst zelf een offerte toe te sturen, had het ook op de weg van [eiseres01] gelegen om [gedaagde01] zijn opdracht schriftelijk te bevestigen, nadat deze mondeling was gegeven. Dergelijke bevestiging had ook nog bij aanvang van de werkzaamheden gevraagd kunnen worden. Dit juist om een (nieuwe) discussie zoals deze te voorkomen. Nu [eiseres01] dit heeft nagelaten is er onvoldoende om bewezen te achten dat tussen [eiseres01] en [gedaagde01] een overeenkomst is ontstaan.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
alternatieve gronden
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.6.
</nr>
      <para>
Ondanks dat dit niet uitdrukkelijk in de dagvaarding is beschreven, begrijpt de kantonrechter uit de stellingen van [eiseres01] en de toelichting daarop ter mondelinge behandeling dat zij meent dat [gedaagde01] in ieder geval is verrijkt door de door [eiseres01] uitgevoerde werkzaamheden. Tussen partijen is immers niet in geschil dat de werkzaamheden door [eiseres01] zijn uitgevoerd. De kantonrechter begrijpt hieruit dat [eiseres01] haar vordering tevens grondt op een ongerechtvaardigde verrijking. Dit standpunt is de kantonrechter echter op basis van de beschikbare informatie onvoldoende duidelijk, zodat zij [eiseres01] de gelegenheid biedt om haar standpunt hieromtrent alsnog te verduidelijken. Nadien zal [gedaagde01] in de gelegenheid gesteld worden hierop te reageren. In afwachting hiervan wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.7.
</nr>
      <para>
De kantonrechter geeft partijen tot slot mee dat deze termijnen voor uitlating tevens een (nieuwe) kans zijn voor partijen om – samen met de gemeente Barendrecht – minnelijk tot een oplossing te komen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
4.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De kantonrechter:
</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
4.1.
</nr>
      <para>
bepaalt dat [eiseres01] zich op de rolzitting van
<emphasis role="bold">
dinsdag 20 december 2022
</emphasis>
bij akte kan uitlaten over of en in hoeverre [gedaagde01] onrechtvaardig is verrijkt door de werkzaamheden van [eiseres01] , voorzien van een deugdelijke motivering. Hierbij wordt opgemerkt dat de akte uiterlijk de dag voor de genoemde zitting om 12.00 uur door de rechtbank ontvangen moet zijn.
<emphasis role="bold underline">
Hiervoor zal geen uitstel worden verleend.
</emphasis>
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.2.
</nr>
      <para>
houdt iedere verdere beslissing in dit stadium van het geding aan.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
</para>
        <para>
44236
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>