<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:10343</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-01T10:56:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9984909 CV EXPL 22-20627</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10343">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10343</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-01T10:54:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:10343 Rechtbank Rotterdam , 23-09-2022 / 9984909 CV EXPL 22-20627</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:10343:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zorgverzekeringsovereenkomst - vordering niet door gedaagde betwist. Eiseres is niet verplicht een (nieuwe) betalingsregeling te sluiten. De kantonrechter kan deze niet aan partijen opleggen. Vorderingen toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:10343:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
locatie Rotterdam
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer: 9984909 CV EXPL 22-20627
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
datum uitspraak: 23 september 2022
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Onderlinge Waarborgmaatschappij
</para>
      <para>
<emphasis role="bold">
[eiseres01] ,
</emphasis>
</para>
      <para>
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
</para>
      <para>
eiseres,
</para>
      <para>
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01] ,
</emphasis>
</para>
      <para>
woonplaats: [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
zonder gemachtigde.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 21 juni 2022, met bijlagen;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
het antwoord;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de mail van [eiseres01] , met aanvullende bijlagen.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
Op 23 augustus 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met de gemachtigde van [eiseres01] besproken. [gedaagde01] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De feiten
</title>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] is met [eiseres01] een zorgverzekeringsovereenkomst aangegaan. Uit hoofde van deze overeenkomst is [gedaagde01] periodiek bij vooruitbetaling premie verschuldigd.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
3.
</nr>
Het geschil
</title>
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
[eiseres01] eist samengevat:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
[gedaagde01] te veroordelen aan haar te betalen € 1.189,45 met rente;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
[gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit de hoofdsom van € 1.203,50, rente van € 17,90 (berekend tot 21 juni 2022) en buitengerechtelijke kosten van € 153,55. Door [gedaagde01] is een bedrag van € 85,50 voldaan aan [eiseres01] en een bedrag van € 100,- voldaan aan de gemachtigde van [eiseres01] . Hierdoor resteert een hoofdsom van € 1.189,45.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
[eiseres01] baseert de eis op het volgende. [gedaagde01] is haar betalingsverplichtingen voortvloeiend uit de zorgverzekeringsovereenkomst – in de vorm van premiebedragen – niet nagekomen. Omdat [gedaagde01] is tekortgeschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting moet zij de buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente betalen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
Op het verweer van [gedaagde01] wordt hierna - voor zover van belang voor de uitkomst van de procedure - verder ingegaan.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
4.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <paragroup>
      <nr>
4.1.
</nr>
      <para>
Tussen partijen is er sprake van een zorgverzekeringsovereenkomst. [gedaagde01] heeft niet betwist dat er een achterstand in de betaling van de verschuldigde premie is ontstaan. De betalingsregeling die partijen waren overeengekomen is komen te vervallen, zodat het [eiseres01] vrij stond om directe betaling van het gehele bedrag te vorderen. [eiseres01] was niet verplicht om een (nieuwe) betalingsregeling aan te gaan en de kantonrechter mag aan partijen geen betalingsregeling opleggen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.2.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] heeft de hoogte van de premieachterstand niet betwist. Voordat [gedaagde01] € 85,50 betaalde aan [eiseres01] en € 100,- aan haar gemachtigde, bedroeg de achterstand € 1.203,50. Omdat [gedaagde01] de vordering van [eiseres01] niet betwist zal [gedaagde01] worden veroordeeld dit bedrag aan [eiseres01] te betalen, verminderd met de gedane betalingen van in totaal € 185,50 zoals in overwegingen 4.4 nader toegelicht.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.3.
</nr>
      <para>
De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om een vergoeding voor deze kosten te krijgen. De rente wordt toegewezen, omdat uit de stellingen van [eiseres01] volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde01] deze stellingen niet heeft betwist.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.4.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] heeft betalingen verricht aan (de gemachtigde van) [eiseres01] . De betaling van € 185,50 strekt op grond van artikel 6:44 eerste lid BW eerst in mindering van de buitengerechtelijke incassokosten (€ 153,55), vervolgens van de reeds vervallen rente (€ 17,90) en pas daarna in mindering van de hoofdsom (€ 1.203,50). Hierdoor zal de vordering voor een bedrag van € 1.189,45 aan hoofdsom worden toegewezen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.5.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiseres01] tot vandaag vast op € 129,74 aan dagvaardingskosten, € 322,- aan griffierecht en € 248,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 124,- tarief). Dit is totaal € 699,74. Voor kosten die [eiseres01] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] ook een bedrag betalen van € 62,- (1/2 punt x € 124,- tarief met maximum € 124,-). Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853).
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.6.
</nr>
      <para>
Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.7.
</nr>
      <para>
Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat [gedaagde01] ook na dit vonnis in contact kan treden met [eiseres01] , ten einde een betalingsregeling te treffen. Te meer nu [gedaagde01] niet aanwezig was bij de mondelinge behandeling.
</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
5.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De kantonrechter:
</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
5.1.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiseres01] te betalen € 1.189,45 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 21 juni 2022 tot de dag van volledige betaling;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.2.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, aan de kant van [eiseres01] tot vandaag vastgesteld op € 699,74;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.3.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. van Gastel en in het openbaar uitgesproken.
</para>
        <para>
44236
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>