<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:10225</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-30T16:35:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9901068 \ CV EXPL 22-16411</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10225">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10225</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-30T16:34:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:10225 Rechtbank Rotterdam , 17-11-2022 / 9901068 \ CV EXPL 22-16411</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:10225:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>proces-verbaal mondelinge uitspraak; huurachterstand; huurverhogingen geen werking gehad</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:10225:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
locatie Rotterdam
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer: 9901068 \ CV EXPL 22-16411
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter op 7 november 2022
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[eiseres01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
</para>
      <para>
eiseres,
</para>
      <para>
gemachtigde: [naam01] van [deurwaarderskantoor01] ,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
[gedaagde01] ,
</title>
    <bridgehead role="bold">
2. [gedaagde02] ,
</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
woonplaats beiden: [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
gedaagden,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. J.F. Cheung.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De partijen worden ‘ [eiseres01] ’ en ‘ [gedaagden01] ’ genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De zitting is op de rechtbank in Rotterdam.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De kantonrechter is mr. M. Fiege en de griffier is mr. E.P. Sieben.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Aanwezig zijn:
</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
[naam02] , bestuurder van [eiseres01] , en de gemachtigde van [eiseres01] ;
</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
[gedaagden01] met [naam03] (tolk Portugees met tolknummer [nummer01] ) en hun gemachtigde.
</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="italic">
Waar gaat de zaak over?
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Vast staat dat tussen [gedaagden01] als huurder en [eiseres01] als verhuurder een huurovereenkomst bestaat voor de woning aan de [adres01] in [plaats01] . De huurovereenkomst is in 2019 gesloten en toen is een kale huurprijs van € 650,- per maand afgesproken met een bedrag van € 100,- aan bijkomende kosten. Tussen partijen is in geschil of deze kale huurprijs bij brieven van 25 april 2017, 20 april 2018, 28 april 2019, 1 mei 2020 en 1 mei 2021 (hierna: de brieven) is verhoogd.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
De huur is tot 1 juli 2022 niet verhoogd
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
Vooropgesteld wordt dat een huur niet automatisch met de wettelijk toegestane indexering wordt verhoogd. Op grond van artikel 7:252 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) moet een voorstel tot wijziging van de huurprijs ten minste twee maanden voor de voorgestelde dag van ingang van de wijziging schriftelijk worden gedaan. Verder moet vast komen te staan dat de huurder dit schriftelijke voorstel heeft ontvangen (artikel 3:37 lid 3 BW). [gedaagden01] betwisten dat zij voor april 2022 brieven met betrekking tot de huurverhoging hebben ontvangen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.3.
</nr>
      <para>
[eiseres01] onderbouwt haar stelling dat dit wel het geval is onvoldoende. Zij legt geen stukken over waaruit dit blijkt, zoals bijvoorbeeld een bewijs van aangetekende verzending. [eiseres01] voert aan dat het voldoende aannemelijk is dat [gedaagden01] de brieven heeft ontvangen, maar dat is niet voldoende. De gemachtigde van [eiseres01] verklaart dat hij van [gedaagden01] heeft vernomen dat zij wisten dat [eiseres01] de huurverhogingen wilde hebben. Ook als dit zou kloppen, betekent dit nog niet dat [gedaagden01] hiervan op de hoogte waren door de brieven. Omdat [eiseres01] onvoldoende heeft gesteld, komt niet vast te staan dat [gedaagden01] de brieven heeft ontvangen. Dit betekent dat de huur tot 1 juli 2022 niet is verhoogd.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Geen huurachterstand
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.4.
</nr>
      <para>
Partijen zijn het erover eens dat als de huur tot 1 juli 2022 niet is verhoogd er geen huurachterstand is. Dit betekent dat er geen grond is om de huurovereenkomst te ontbinden. De vorderingen van [eiseres01] worden afgewezen.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Vaststelling hoogte kale huur vanaf 2019
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.5.
</nr>
      <para>
Omdat partijen het niet eens zijn over de hoogte van de kale huur vanaf 2019 zullen de door [gedaagden01] gevorderde verklaringen voor recht worden toegewezen, met dien verstande dat partijen het erover eens dat vanaf 1 juli 2022 de kale huur is verhoogd tot € 664,95. Partijen zijn het er verder over eens dat [gedaagden01] maandelijks bovenop de kale huur een bedrag van € 100,- moeten betalen.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Proceskosten
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.6.
</nr>
      <para>
[eiseres01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten in conventie aan de kant van [gedaagden01] tot vandaag vast op € 374,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 187,-). In reconventie worden deze kosten aan de kant van de [gedaagden01] tot vandaag vastgesteld op € 93,50 aan salaris voor de gemachtigde (½ x 1 punt x € 187,-). Dit is in totaal € 467,50. Voor kosten die [gedaagden01] maakt na deze uitspraak moet [eiseres01] ook een bedrag betalen van € 93,50 ( ½ punt x € 187,-). Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853). De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.7.
</nr>
      <para>
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De kantonrechter:
</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="underline">
In conventie
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
wijst de vorderingen af;
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="underline">
In reconventie
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
verklaart voor recht dat de kale huurprijs in de periode van 1 januari 2015 tot 1 januari 2021 en van 1 december 2021 tot 1 juli 2022 € 650,- per maand bedraagt;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
verklaart voor recht dat de kale huurprijs in de periode van 1 januari 2021 tot 1 december 2021 € 260,- per maand bedraagt;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.4.
</nr>
      <para>
verklaart voor recht dat de kale huurprijs in de periode van 1 juli 2022 tot 1 juli 2023 € 664,95 bedraagt;
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="underline">
In conventie en in reconventie
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.5.
</nr>
      <para>
veroordeelt [eiseres01] in de proceskosten, aan de kant van [gedaagden01] tot vandaag vastgesteld op € 467,50 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na vandaag tot de dag van volledige betaling;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.6.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.7.
</nr>
      <para>
wijst al het andere af.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit proces-verbaal is opgemaakt op 17 november 2022 en ondertekend door de kantonrechter.
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>