<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:10164</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-24T10:45:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/627456 / HA ZA 21-928</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10164">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10164</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-24T10:44:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:10164 Rechtbank Rotterdam , 23-11-2022 / C/10/627456 / HA ZA 21-928</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:10164:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiseres ziet af van bewijslevering. Vorderingen afgewezen, met  veroordeling van eiseres in de proceskosten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:10164:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<para>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="d86abddd-8035-4cdc-bfa4-779ea57859d7" format="image/png" scale="100" width="13" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="3b7c68fa-6ad4-4dea-8e5f-e3f0b7f47963" format="image/png" scale="100" width="523" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
vonnis
</para>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team handel en haven
</para>
<para>
Zittingsplaats Dordrecht
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer / rolnummer: C/10/627456 / HA ZA 21-928
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van 23 november 2022
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
de naamloze vennootschap
</para>
<para>
<emphasis role="bold">
N.V. REINIS
</emphasis>
,
</para>
<para>
gevestigd te Spijkenisse,
</para>
<para>
eiseres,
</para>
<para>
advocaat mr. M.C.V. Dornstedt te Hellevoetsluis,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
</para>
<para>
<emphasis role="bold">
PEUTE PAPIERRECYCLING B.V.
</emphasis>
,
</para>
<para>
gevestigd te Dordrecht,
</para>
<para>
gedaagde,
</para>
<para>
advocaat mr. V. van den Bos te Rotterdam.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Partijen zullen hierna Reinis en Peute worden genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1
</nr>
<para>
Het verloop van de procedure blijkt uit:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
het tussenvonnis van 17 augustus 2022 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de akte houdende uitlating bewijs van de zijde van Reinis.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2
</nr>
<para>
Ten slotte is vonnis bepaald.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2.
</nr>
De verdere beoordeling
</title>
<paragroup>
<nr>
2.1
</nr>
<para>
De rechtbank neemt hier over en blijft bij wat in het tussenvonnis van 17 augustus 2022 is overwogen en beslist.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2
</nr>
<para>
In dat vonnis is Reinis toegelaten tot het bewijs van feiten en/of omstandigheden waaruit kan blijken dat de extra sorteerwerkzaamheden die Peute Reinis in 2020 in rekening heeft gebracht door Klein Recycling niet zijn uitgevoerd. In verband daarmee is de zaak verwezen naar de rol.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3
</nr>
<parablock>
<para>
Reinis heeft bij akte afgezien van bewijslevering.
</para>
<para>
Daarom neemt de rechtbank, zoals in het tussenvonnis van 17 augustus 2022 onder 5.7.2 is overwogen, aan dat de werkzaamheden waarop de door Peute aan Reinis in rekening gebrachte sorteerkosten zien, daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Van tekortschieten van Peute is dan ook geen sprake. Zoals in het tussenvonnis van 17 augustus 2022 onder 5.7.3 en 5.7.5 is overwogen zal de vordering in hoofdsom worden afgewezen.
</para>
<para>
Dat brengt mee dat de beslagkosten voor rekening van Reinis moeten blijven en dat voor vergoeding van door Reinis gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en advocaatkosten geen plaats is. Over de gevorderde wettelijke handelsrente en verklaring voor recht is in eerder genoemd vonnis reeds beslist (5.8 en 5.9).
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4
</nr>
<para>
Aan een beslissing over de executie van de bankgarantie komt de rechtbank, nu de vorderingen van Reinis alle zullen worden afgewezen, niet toe.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5
</nr>
<parablock>
<para>
Reinis wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.
</para>
<para>
De rechtbank begroot die kosten aan de zijde van Peute op € 4.200,- aan griffierecht en op € 5.310,- (3 punten à € 1.770,-) aan salaris voor de advocaat.
</para>
<para>
Uit de uitspraak van 10 juni 2022 van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:853), onder nummer 2.3, leidt de rechtbank af dat in dit vonnis geen aparte beslissingen hoeven te worden genomen over nakosten en wettelijke rente daarover.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
De beslissing
</emphasis>
</para>
<para>
De rechtbank
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
wijst de vorderingen af;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
veroordeelt Reinis in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Peute begroot op € 4.200,- aan griffierecht en op € 5.310,- aan salaris voor de advocaat, te voldoen binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, waarna bij niet-betaling wettelijke rente is verschuldigd;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2022.
</para>
<para>
2632
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>