<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:10134</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-18T14:19:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB-22_4985</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10134">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10134</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-18T14:18:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:10134 Rechtbank Rotterdam , 25-11-2022 / AWB-22_4985</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:10134:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>geen verklaring VOG.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:10134:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ROT 22/4985</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 november 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [Naam] , uit [Plaats], verzoeker</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De Minister voor Rechtsbescherming, verweerder.</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een besluit van 10 augustus 2022 op het bezwaar van verzoeker is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag om een Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter bij herhaling verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In uitspraken van 14 oktober 2022 (zaaknummer ROT 22/4449) en 25 november 2022 (zaaknummer ROT 22/4910) heeft de voorzieningenrechter de verzoeken afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze uitspraak beslist de voorlopige voorzieningenrechter op het verzoek om een externe partijdeskundige te benoemen met de opdracht om het besluit 10 augustus 2022 ten</para>
      <para>aanzien van verzoekers aanvraag van 10 maart 2022 opnieuw en integraal te beoordelen. </para>
      <para>Dit met het verzoek om de zitting in de hoofdzaak (zaaknummer ROT 22/3883) via een versnelde behandeling direct op het deskundigenrapport aan te laten sluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.</para>
    <para />
    <para>2. Indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
    <para />
    <para>3. Gelet op de benodigde tijd voor een deskundigenrapport en een binnen afzienbare termijn te verwachten oproep voor een zitting in de hoofdzaak, kan enige mate van spoedeisend belang niet aan verzoeker worden ontzegd. Het spoedeisend belang wordt daarom aangenomen. </para>
    <para />
    <para>4. Bij uitspraak tussen partijen van deze rechtbank van 16 februari 2022 (ROT 21/708), ziende op een eerdere afwijzing van een VOG door verweerder, is overwogen dat verzoekers beroepsgronden kunnen worden beoordeeld door de rechtbank en dat een benoeming van een deskundige daartoe niet noodzakelijk is. De voorzieningenrechter ziet in hetgeen verzoeker heeft aangevoerd geen aanleiding om daarover een ander standpunt in te nemen. </para>
    <para />
    <para>5. Het verzoek wordt afgewezen.  </para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van den Berg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op </para>
      <para>25 november 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>