<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:9990</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T06:09:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/624881 / FA RK 21-6695</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JGz 2021/87 met annotatie van Westenberg, F.</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:9990">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:9990</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-18T16:06:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:9990 Rechtbank Rotterdam , 21-09-2021 / C/10/624881 / FA RK 21-6695</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:9990:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Zorgmachtiging. Wilsbekwaam verzet. Art. 2:1 lid 6 ziet op het toepassen van verplichte zorg, niet op de machtiging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:9990:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>
      <?linebreak?>Team familie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak-/rekestnummer: C/10/624881 / FA RK 21-6695 </para>
      <para>Referentienummer: [nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 21 september 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>op verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, </emphasis>hierna: de officier,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met betrekking tot:<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam betrokkene]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum betrokkene], [geboorteplaats betrokkene], </para>
      <para>hierna: betrokkene,</para>
      <para>wonende en verblijvende te [verblijfplaats betrokkene],</para>
      <para>advocaat mr. L.C. Baars te Schiedam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1. </nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 3 september 2021. </para>
        <para>
          <?linebreak?>Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de medische verklaring opgesteld door [naam 1], psychiater, van 30 augustus 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de zorgkaart;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het zorgplan van 13 augustus 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 september 2021. Bij die gelegenheid zijn verschenen: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [naam 2], verpleegkundige, en [naam 3], verpleegkundige, beiden verbonden aan Antes.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.<?linebreak?></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op maatschappelijke teloorgang. Betrokkene is erg gelovig. In het verleden is gebleken dat zij tijdens een psychose overlast kan veroorzaken door ongevraagd voor anderen te prediken. Betrokkene was in die periode dakloos en verbleef in een nachtopvang. Momenteel gaat het goed met betrokkene. Zo heeft zij een eigen woning en werk. De behandelaar heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat van ernstig nadeel sprake is wanneer betrokkene (opnieuw) psychotisch decompenseert en ten gevolge hiervan haar baan en/of woning kwijtraakt. De advocaat van betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling primair afwijzing van het verzoek bepleit omdat het ernstig nadeel alleen ziet op betrokkene en -zo begrijpt de rechtbank- geen sprake is van wilsonbekwaamheid. De advocaat stelt dat dan naar de algemene uitgangspunten van de Wvggz (art. 2:1 lid 6 Wvggz) de wensen van betrokkene ten aanzien van de verplichte zorg gehonoreerd dienen te worden. </para>
        <para>De rechtbank overweegt daarover als volgt. Art. 6:4 Wvggz bepaalt dat de machtiging kan worden verleend indien de rechter van oordeel is dat is voldaan aan de criteria van art. 3:3 Wvggz (kort gezegd: een psychische stoornis die leidt tot ernstig nadeel, en geen vrijwilligheid of minder bezwarend alternatief) en de doelen van art. 3:4 Wvggz. In het ontbreken van vrijwilligheid – het verzet van betrokkene – ligt juist de rechtvaardiging voor het verlenen van de machtiging. De bepalingen van de wet met betrekking tot het honoreren van de wensen van betrokkene zien op het toepassen van verplichte zorg, niet op het verlenen van de machtiging. De rechtbank gaat dan ook aan dit verweer voorbij.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Om ernstig nadeel af te wenden, heeft betrokkene zorg nodig. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De advocaat van betrokkene bepleit subsidiair dat enkel de vorm van zorg ‘het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ toegewezen dient te worden, zodat betrokkene haar medicatie onder toezicht kan staken. Betrokkene heeft op dit moment de laagst mogelijke dosering antipsychotica en de laatste decompensatie was ruime tijd geleden. De advocaat stelt dat betrokkene, nu het goed gaat met haar, niet voor altijd op grond van gedragingen van jaren geleden een zorgmachtiging toegewezen kan krijgen. Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard vrijwillig mee te willen werken aan de zorg. Ook de behandelaren van betrokkene hebben verklaard dat betrokkene erg vriendelijk en meewerkend is. Betrokkene heeft echter wel de wens om te stoppen met haar medicatie. </para>
        <para>De rechtbank overweegt dat op grond van het dossier en het besprokene tijdens de  mondelinge behandeling gebleken is dat er gedeeltelijk mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Voor betrokkene weegt zwaar dat zij nog steeds antipsychotica slikt ook al is dit in de laagst mogelijke dosis. Zekerheid over de gevolgen wanneer betrokkene de medicatie stopt, is er niet. Betrokkene wil onder toezicht van haar behandelaren met haar medicatie stoppen. Gelet op het tijdsverloop na haar decompensatie en de goede samenwerking met haar behandelaren gaat de rechtbank, ondanks de mogelijke risico’s mee in het subsidiaire verzoek van de advocaat. De verplichte zorg zal dan ook worden beperkt tot het verlenen van ambulante zorg, om betrokkene tijdens de afbouw van haar medicatie te kunnen volgen en zo nodig tijdig aanvullende verplichte zorg te verzoeken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:</para>
        <para>- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De advocaat heeft subsidiair toewijzing van de onderhavige vormen van zorg bepleit voor de duur van zes maanden. De rechtbank zal de zorgmachtiging verlenen voor de duur van twaalf maanden, om de kans op ernstig nadeel zo klein mogelijk te maken. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden met ingang van vandaag. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 september 2022.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is op 21 september 2021 mondeling gegeven door mr. H.C.A. de Groot, rechter, in tegenwoordigheid van C.M. Turfboer, griffier, en op 13 oktober 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>