<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:9080</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-21T08:41:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT EA 16/1490</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:9080">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:9080</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-21T08:40:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:9080 Rechtbank Rotterdam , 13-09-2021 / FT EA 16/1490</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:9080:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlening schone lei</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:9080:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verlening schone lei</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>insolventienummer: [nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 13 september 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 18 augustus 2016 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [schuldenaar],</emphasis>
      </para>
      <para>
        [adres]
      </para>
      <para>
        [woonplaats],</para>
      <para>schuldenaar,</para>
      <para>bewindvoerder: N. Pavljasevic.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerder heeft op 12 mei 2021 schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 augustus 2021 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht omtrent de laatste stand van zaken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting van 6 september 2021. De bewindvoerder en schuldenaar zijn verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de laatste stand van zaken van 9 augustus 2021 heeft de bewindvoerder aan de rechter-commissaris medegedeeld dat hij geen positief advies kan geven met betrekking tot het verlenen van de schone lei. Schuldenaar heeft niet volledig voldaan aan zijn afdrachtplicht en hij heeft nieuwe schulden laten ontstaan. De achterstand bedraagt € 428,01. Daarnaast staan er nieuwe schulden open aan het UWV van € 443,37 en aan de Belastingdienst van <?linebreak?>€ 1.592,- en € 1.017,- inzake de huurtoeslag 2020 en de zorgtoeslag 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de bewindvoerder verklaard dat de boedelachterstand inmiddels is ingelopen. De bewindvoerder heeft in augustus een brief van het UWV ontvangen dat er van de schuld van € 443,37 nog € 115,- openstaat. Schuldenaar heeft verklaard dat hij de vordering van het UWV inmiddels volledig heeft ingelost. Daarnaast heeft de bewindvoerder contact opgenomen met de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft in het gesprek met de bewindvoerder aangegeven dat schuldenaar een betalingsregeling heeft getroffen waarbij hij minimaal € 48,- per maand dient te betalen. De Belastingdienst had de eerste betaling ontvangen ten tijde van het gesprek met de bewindvoerder. Schuldenaar heeft ter zitting verklaard dat hij reeds € 120,- heeft betaald aan de Belastingdienst ter voldoening van de eerste termijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het bovenstaande heeft de bewindvoerder zijn standpunt gewijzigd en heeft hij ter zitting positief geadviseerd ten aanzien van het verlenen van de schone lei.   </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt dat schuldenaar weliswaar toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten maar dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard dan wel geringe betekenis buiten beschouwing blijft. </para>
      <para>De schulden aan de Belastingdienst zijn ontstaan als gevolg van herberekeningen van het recht op toeslagen over het jaar 2020. Deze schulden zijn pas recent opgekomen, te weten begin augustus 2021. Schuldenaar heeft meteen daarna een betalingsregeling getroffen met de Belastingdienst. Ter terechtzitting heeft schuldenaar toegezegd dat hij de betalingsregeling met de Belastingdienst zal nakomen, zodat hij de nieuwe schulden inzake de huur- en zorgtoeslag 2020 van € 1.592,- en € 1.017,- alsnog zal afbetalen. De rechtbank is van oordeel dat schuldenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich aan deze toezegging zal houden. Schuldenaar heeft zich ook aan eerdere betalingsregelingen gehouden en schuldenaar heeft reeds de eerste termijn betaald. Er zijn geen andere tekortkomingen binnen de regeling. Aan schuldenaar zal daarom de zogenoemde “schone lei” worden verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt vast dat schuldenaar toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en bepaalt dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard dan wel geringe betekenis buiten beschouwing blijft;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 18 augustus 2021;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal<?linebreak?>€ 4.544,97.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 september 2021.<footnote-ref linkend="_37b2e66e-bb61-4f78-b9a5-e95579287e06" /></para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_37b2e66e-bb61-4f78-b9a5-e95579287e06" label="1">
    <para> Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>