<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:8883</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-20T11:11:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9192034 CV EXPL 21-1935</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:8883">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:8883</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-20T11:09:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:8883 Rechtbank Rotterdam , 09-09-2021 / 9192034 CV EXPL 21-1935</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:8883:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzekeringsovereenkomst - Gelet op de betwisting van gedaagde is de vordering onvoldoende onderbouwd. De vordering is afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:8883:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 9192034 CV EXPL 21-1935</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 9 september 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Unigarant N.V., </emphasis>mede handelende onder de naam ANWB Verzekeren,</para>
      <para>gevestigd te ’s-Gravenhage,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: De Klerk Vis Niekus – Gerechtsdeurwaarders &amp; Incasso, <?linebreak?></para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘ANWB’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 21 april 2021, met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van repliek, met bijlage;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van dupliek.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>De vaststaande feiten</title>
    <para>Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.</para>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Partijen hebben op 10 februari 2020 telefonisch contact gehad over een annuleringsverzekering, waarna ANWB [gedaagde] per e-mail een polis aanvraagformulier, bevestigingsbrief en het bijbehorende polisblad heeft toegestuurd.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3.</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>ANWB vordert [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling aan ANWB van een bedrag van € 292,45, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 244,05 vanaf de vervaldag(en) van de ingebrekestelling(en) tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>ANWB legt aan haar vordering ten grondslag: nakoming van een tussen partijen tot stand gekomen (annulerings)verzekeringsovereenkomst. De buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente worden gevorderd op grond van artikel 6:96 BW respectievelijk 6:119 BW.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de vordering betwist. Volgens hem is er geen annuleringsverzekering tot stand gekomen. Hij had slechts een offerte aangevraagd. Later heeft hij zich verzekerd via Dreizen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4.</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>ANWB beroept zich ter onderbouwing van haar vordering op het bestaan van een tussen haar en [gedaagde] gesloten (verzekerings)overeenkomst. [gedaagde] heeft het bestaan daarvan gemotiveerd betwist. De stelplicht en bewijslast ter zake rusten volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv op ANWB.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Volgens ANWB is de overeenkomst op 10 februari 2020 telefonisch tot stand gekomen. Tijdens het telefoongesprek zou aan [gedaagde] “op een niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk zijn gemaakt dat een betalingsverplichting werd aangegaan”. Ter onderbouwing heeft ANWB een – niet ondertekend – aanvraagformulier overgelegd, met daarop ingevuld de gegevens van [gedaagde] , alsmede een aan [gedaagde] toegezonden polisblad. Dit laatste past echter even goed bij het standpunt van [gedaagde] dat hij slechts een offerte had aangevraagd. ANWB heeft, gelet op de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] , haar stelling dat wel een annuleringsverzekering was afgesloten, onvoldoende onderbouwd. ANWB had haar stelling nader kunnen onderbouwen door bijvoorbeeld een geluidsopname van het telefonisch contact over te leggen, of door een schriftelijk akkoord of een ondertekende overeenkomst in het geding te brengen. Bij gebreke van dit alles moet het ervoor worden gehouden dat de door ANWB gestelde overeenkomst niet is komen vast te staan. De vordering van ANWB zal daarom worden afgewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>ANWB zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5.</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vorderingen van ANWB af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt ANWB in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>44236</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>