<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:8682</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-03T12:17:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/614596 / HA ZA 21-211</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:8682">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:8682</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-03T11:25:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:8682 Rechtbank Rotterdam , 01-09-2021 / C/10/614596 / HA ZA 21-211</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:8682:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevoegdheidsincident. Ambtshalve verwijzing naar de kamer voor kantonzaken op grond van artikel 93 sub c Rv juncto artikel 99 Rv. Uitzondering in de forumkeuze van partijen stelt forumkeuze buiten werking. Eindvonnis na tussenvonnis in het incident (ECLI:NL:RBROT:2021:5163).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:8682:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="64cfadfb-9ea8-4c4a-b753-deda18a4ddb1" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6232ab8f-e24a-4408-b5df-e4555542fd30" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/614596 / HA ZA 21-211</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 1 september 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BT TRAINS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te 's-Hertogenbosch,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. G.J.M. Volders te 's-Hertogenbosch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">CAPTRAIN NETHERLANDS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna BT Trains en Captrain genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis in het incident van 16 juni 2021,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte aan de zijde van Captrain van 30 juni 2021,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte aan de zijde van BT Trains van 30 juni 2021,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 15 juli 201 aan de zijde van BT Trains met het bericht dat zij geen antwoordakte wenst te nemen,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte aan de zijde van Captrain van 28 juli 2021.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>Het geschil en de beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Captrain heeft op 21 april 2021 bij incidentele conclusie tot onbevoegdheid gevorderd dat de rechtbank zich bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de vorderingen van BT Trains, met veroordeling van BT Trains in de kosten van het incident. Captrain grondt haar incidentele vordering op de forumkeuze die is opgenomen in de laatste zin van artikel 11 lid 1 van de huurovereenkomst tussen partijen (hierna: de overeenkomst). De laatste zin van artikel 11 lid 1 van de overeenkomst luidt als volgt: <emphasis role="italic">“Dit geschil zal, met uitsluiting van iedere andere rechter, in eerste instantie worden berecht door de rechtbank te 's-Hertogenbosch, met uitzondering van geschillen waarvan de Kantonrechter bij uitsluiting bevoegd is kennis te nemen.”</emphasis> BT Trains heeft zich in de incidentele conclusie van antwoord van 12 mei 2021 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft in haar tussenvonnis aangegeven dat zij er van uit gaat dat de kantonrechter te Rotterdam op grond van artikel 93 sub c Rv juncto artikel 99 Rv exclusief bevoegd is om van het onderhavige geschil kennis te nemen en voornemens is om de zaak op grond van artikel 71 lid 2 Rv ambtshalve te verwijzen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich hierover gelijktijdig bij akte uit te laten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij akte van 30 juni 2021 heeft BT Trains aangegeven dat zij het eens is met het voornemen van de rechtbank om het onderhavige geschil te verwijzen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank. </para>
        <para>Captrain heeft bij akte van 30 juni 2021 aangegeven dat zij het niet eens is met dit voornemen van de rechtbank. Captrain leest artikel 11.1 van de overeenkomst namelijk zó dat de uitzondering op de forumkeuze enkel ziet op zaken met een belang lager dan <?linebreak?>€ 25.000,-. Captrain voert aan dat de lezing van artikel 11.1 door de rechtbank, met het oog op artikel 108 lid 2 Rv, niet voor de hand ligt en dat partijen dat niet bedoeld hebben.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rechtbank is (nog steeds) van oordeel dat de kantonrechter van deze rechtbank exclusief bevoegd is om van onderhavig geschil kennis te nemen. De laatste zinsnede van artikel 11 lid 1 van de overeenkomst stelt de forumkeuze van partijen buiten werking bij <emphasis role="italic">“geschillen waarvan de Kantonrechter bij uitsluiting bevoegd is kennis te nemen”</emphasis>. De rechtbank constateert dat de vordering van BT Trains een onderwerp betreft dat op grond van art. 93 onder c Rv exclusief door de kantonrechter wordt behandeld, waardoor het forumkeuzebeding in artikel 11.1 van de overeenkomst geen werking heeft. De rechtbank ziet in hetgeen Captrain heeft aangevoerd geen aanleiding om van deze lezing van het artikel af te wijken. De zaak zal daarom worden verwezen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Captrain heeft bij akte van 28 juli 2021 aangevoerd dat BT Trains de zaak in ieder geval ten onrechte in bij de handelskamer te Rotterdam heeft aangebracht en daarom in de kosten van het incident dient te worden veroordeeld. Naar het oordeel van de rechtbank kan echter in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, op <emphasis role="bold">dinsdag 28 september 2021 om 13:30</emphasis>,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge artikel 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus. Het is ondertekend door de rolrechter en op 1 september 2021uitgesproken in het openbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3360/638 </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>