<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:8374</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-25T17:26:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18.756 EA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:8374">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:8374</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-25T17:26:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:8374 Rechtbank Rotterdam , 30-07-2021 / 18.756 EA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:8374:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>schone lei, gedupeerde kinderopvangtoeslagaffaire</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:8374:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verlening schone lei</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>insolventienummer: [nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 30 juli 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 12 juli 2018 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [schuldenares] ,</emphasis>
      </para>
      <para>
        [adres]
      </para>
      <para>
        [postcode] [woonplaats] ,</para>
      <para>schuldenares,</para>
      <para>bewindvoerder: mr. J. Perez Herrera.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting (pro forma). De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerder heeft bij brief van 21 juli 2021 bericht dat schuldenares door de Belastingdienst is aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire en dat zij het bedrag van € 30.000,-- inmiddels heeft ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de laatste stand van zaken van 8 juli 2021 heeft de bewindvoerder kenbaar gemaakt dat de tekortkomingen in de informatie- en afdrachtsverplichting inmiddels zijn aangezuiverd door schuldenares. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 21 juli 2021 heeft de bewindvoerder bericht dat hij heeft gesproken met schuldenares over de mogelijke wijze van beëindiging van de schuldsaneringsregeling, te weten een beëindiging met toekenning van een schone lei of een beëindiging op grond van artikel 350 lid 1 en 3 sub a Faillissementswet (hierna: Fw). Daarbij heeft de bewindvoerder de voor- en nadelen van beide opties aan schuldenares voorgehouden. Schuldenares heeft aan de bewindvoerder kenbaar gemaakt dat zij voor een schone lei in aanmerking wenst komen en zich bewust is van de gevolgen daarvan. De bewindvoerder ondersteunt het verzoek van schuldenares. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3.</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt dat schuldenares niet (toerekenbaar) in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank constateert dat schuldenares door de Belastingdienst is aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslag-affaire. De Belastingdienst heeft schriftelijk bevestigd dat hij de geverifieerde schulden van schuldenares zal betalen. Blijkens het Besluit compensatie gedupeerden in schuldentraject van de Staatssecretaris van Financiën van 28 mei 2021, in werking getreden met ingang van 2 juni 2021 zal met de betaling van de schulden nog geruime tijd gemoeid zijn (volgens het Besluit na indiening van de aanvraag daartoe door de bewindvoerder nog (maximaal) acht weken).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten tijde van het wijzen van het vonnis zijn de schulden nog niet betaald zodat van een situatie van artikel 350 lid 1 en 3 sub a Fw (nog) geen sprake is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu geen sprake is van (toerekenbare) tekortkomingen in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, schuldenares blijk heeft gegeven van inzicht in de gevolgen van beëindiging van de schuldsaneringsregeling door middel van de “schone lei” (in plaats van op grond van artikel 350 lid 1 en 3 sub a Fw op termijn) en de duur van de schuldsaneringsregeling reeds geruime tijd verstreken is, ziet de rechtbank aanleiding om aan schuldenares de schone lei te verlenen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verificatievergadering heeft inmiddels plaatsgevonden op 16 juni 2021. De financiële afwikkeling van de schuldsaneringsregeling kan pas plaatsvinden zodra de geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling door de Belastingdienst zijn voldaan.  Zodra de bewindvoerder uit de betaling van de Belastingdienst alle geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling kan voldoen zal de bewindvoerder daartoe overgaan. Vervolgens kan de schuldsaneringsregeling formeel worden beëindigd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4.</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt vast dat schuldenares niet toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 12 juli 2021;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal<?linebreak?>€ 3.328,95;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van mr. K. de Ridder, griffier in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2021.<footnote-ref linkend="_0cdc2039-bc26-40fa-92a5-29634b05b4ef" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_0cdc2039-bc26-40fa-92a5-29634b05b4ef" label="1">
    <para> Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>