<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:8372</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-25T17:07:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18.883 EA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=354&amp;g=2017-09-01">Faillissementswet 354</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=358&amp;g=2008-03-26">Faillissementswet 358</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:8372">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:8372</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-25T17:05:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:8372 Rechtbank Rotterdam , 30-07-2021 / 18.883 EA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:8372:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>schone lei, gedupeerde kinderopvangtoeslagaffaire</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:8372:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verlening schone lei</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>insolventienummer: [nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 30 juli 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 19 juli 2018 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [schuldenaar] ,</emphasis>
      </para>
      <para>
        [adres]
      </para>
      <para>
        [postcode] [woonplaats] ,</para>
      <para>schuldenaar,</para>
      <para>bewindvoerder: T.P.F. Eisses.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht op 19 april 2021. Op 20 mei 2021, 4 juni 2021, 15 en 16 juli 2021 en op 22 juli 2021 heeft de bewindvoerder de rechtbank nader bericht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting van 23 juli  2021. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting zijn verschenen en gehoord:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de heer [schuldenaar] , schuldenaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>mevrouw [partner schuldenaar] , partner van schuldenaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de heer T.P.F. Eisses, bewindvoerder.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2.</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewindvoerder</emphasis>
      </para>
      <para>In het eindverslag heeft de bewindvoerder te kennen dat schuldenaar is tekortgeschoten in de nakoming van de sollicitatieverplichting en de informatieverplichting. Schuldenaar heeft tot 31 januari 2020 niet gesolliciteerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn bericht aan de rechtbank van 22 juli 2021 heeft de bewindvoerder zich op het standpunt gesteld, dat aangezien schuldenaar als gedupeerde is aangemerkt in het kader van de toeslagenaffaire en de Belastingdienst zich garant heeft gesteld voor de betaling van de geverifieerde schuldenlast, schuldeisers niet worden benadeeld door eventuele tekortkomingen in de nakoming van de verplichtingen van schuldenaar. Zodra de betalingen aan de schuldeisers zijn verricht, staat zijns inziens niets meer in de weg aan de verlening van de schone lei.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Schuldenaar</emphasis>
      </para>
      <para>Schuldenaar heeft verklaard dat zijn partner en hij inderdaad zijn aangemerkt als gedupeerden van de toeslagenaffaire en dat een bedrag van € 30.000,-- inmiddels door de Belastingdienst op de beheerrekening van de beschermingsbewindvoerder is gestort. Schuldenaar en zijn partner hebben tezamen eenmaal een bedrag van € 30.000 ontvangen van de Belastingdienst in dit kader. Zij hebben beiden een ‘garantiebrief’ ontvangen, aldus schuldenaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Desgevraagd heeft schuldenaar ter zitting bevestigd dat hij begrijpt dat als de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd met toekenning van een schone lei, hij niet het voordeel geniet van een beëindiging op grond van artikel 350 lid 1 en 3 sub a Faillissementswet (hierna: Fw), namelijk dat hij binnen tien jaar na beëindiging van de schuldsaneringsregeling opnieuw een beroep op de wettelijke schuldsaneringsregeling kan doen. Schuldenaar heeft aangegeven dat hij ervan overtuigd is dat hij niet opnieuw in een schuldensituatie terecht zal komen. Daarnaast heeft hij een beschermingsbewindvoerder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3.</nr>Standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt dat schuldenaar weliswaar toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten maar dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard dan wel geringe betekenis buiten beschouwing blijft. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank constateert voorts dat schuldenaar en zijn partner door de Belastingdienst zijn aangemerkt als gedupeerden van de kinderopvangtoeslag-affaire. De Belastingdienst heeft schriftelijk bevestigd dat hij de geverifieerde schulden van schuldenaar zal betalen. Blijkens het Besluit compensatie gedupeerden in schuldentraject van de Staatssecretaris van Financiën van 28 mei 2021, in werking getreden met ingang van 2 juni 2021, zal met de betaling van de schulden nog geruime tijd gemoeid zijn (volgens het Besluit na indiening van de aanvraag daartoe door de bewindvoerder nog (maximaal) acht weken). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten tijde van het wijzen van het vonnis zijn de schulden nog niet betaald zodat van een situatie van artikel 350 lid 1 en 3 sub a Fw (nog) geen sprake is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank volgt de bewindvoerder in zijn standpunt dat er sprake is van een tekortkoming in sollicitatieverplichting en informatieverplichting. De rechtbank is echter van oordeel dat deze tekortkomingen niet in de weg staan aan het verlenen van de schone lei, nu schuldenaar is aangemerkt als gedupeerde in de kinderopvangtoeslagaffaire en de Belastingdienst heeft bevestigd dat zij de geverifieerde schulden van schuldenaar zal betalen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft schuldenaar blijk gegeven van inzicht in de gevolgen van beëindiging van de schuldsaneringsregeling door middel van de “schone lei” (in plaats van op grond van artikel 350 lid 1 en 3 sub a Fw op termijn) en de duur van de schuldsaneringsregeling reeds is verstreken, ziet de rechtbank aanleiding om aan schuldenaar de schone lei te verlenen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De financiële afwikkeling van de schuldsaneringsregeling kan pas plaatsvinden zodra de geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling door de Belastingdienst zijn voldaan. De verificatievergadering staat gepland voor 30 juli 2021. Zodra de bewindvoerder uit de betaling van de Belastingdienst alle geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling kan voldoen zal de bewindvoerder daartoe overgaan. Vervolgens kan de schuldsaneringsregeling formeel worden beëindigd. Dit is ter zitting met schuldenaar besproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4.</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt vast dat schuldenaar toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en bepaalt dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard dan wel geringe betekenis buiten beschouwing blijft;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 19 juli 2021;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal<?linebreak?>€ 3.331,77.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van mr. K. de Ridder, griffier in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2021.<footnote-ref linkend="_51405142-8093-430f-b560-0d3cc9063ffc" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_51405142-8093-430f-b560-0d3cc9063ffc" label="1">
    <para> Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>