<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:7612</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-17T11:37:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9263650 CV EXPL 21-2499</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:7612">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:7612</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-17T11:36:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:7612 Rechtbank Rotterdam , 05-08-2021 / 9263650 CV EXPL 21-2499</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:7612:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomst van opdracht (art. 7:400 BW). Vordering vergoeding van kosten na opzegging o.g.v. art. 7:408 BW. Voor hoogte van de kosten is onvoldoende gesteld, vordering wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:7612:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9263650 CV EXPL 21-2499</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 5 augustus 2021 (bij vervroeging)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">SYSO B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Berkel en Rodenrijs,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: Vismans Deurwaarders &amp; Incasso,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">RETAIL COMMUNICATIONS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Beek,</para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>verschenen bij: F.P. Lammens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna ‘Syso’ en ‘Retail Communications’ genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van Syso van 31 mei 2021, met producties;</para>
      <para>- de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord van Retail Communications van 10 juni 2021, met aangehechte stukken;</para>
      <para>- de brief van Retail Communications van 12 juli 2021 met haar KvK uittreksel;</para>
      <para>- de aantekening dat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 juli 2021, waarbij [naam] namens de deurwaarder is verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Syso is een bedrijf dat webhosting verzorgt. Retail Communications heeft vanaf 2018 webhosting afgenomen bij Syso. Het contact daarover is via e-mail gelegd. Jaarlijks heeft Syso facturen gestuurd aan Retail Communications. Deze zijn betaald door Retail Communications. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>In januari 2021 is Retail Communications overgestapt naar een andere aanbieder van webhosting. Op 12 januari 2021 heeft Syso aan Retail Communications een factuur gestuurd van € 332,75 inclusief btw voor webhosting in de periode januari 2021 tot januari 2022. Op diezelfde dag heeft Retail Communications aan Syso een e-mail gestuurd waarin zij de overeenkomst heeft opgezegd. Syso heeft de ontvangst van deze opzegging bevestigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Syso vordert dat Retail Communications wordt veroordeeld bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, tot:</para>
      <para>- betaling aan Syso van € 387,33, waarvan € 332,75 aan hoofdsom, € 49,91 aan buitengerechtelijke kosten en € 4,67 aan wettelijke rente tot aan de datum van de dagvaarding, vermeerderd met de wettelijke rente over € 332,75 vanaf de datum van de dagvaarding;</para>
      <para>- betaling aan Syso van de kosten van de procedure.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Aan haar vordering legt Syso het volgende ten grondslag. Er is sprake van een overeenkomst van opdracht tussen Syso en Retail Communications die jaarlijks stilzwijgend wordt verlengd. Retail Communications heeft de overeenkomst op 12 januari 2021 opgezegd. Op dat moment had Syso al kosten gemaakt voor de inkoop van de webhosting. Retail Communications is gehouden deze kosten te vergoeden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De conclusie van Retail Communications strekt tot afwijzing van de vordering. Retail Communications betwist dat er sprake is van een overeenkomst. Subsidiair voert zij aan dat de overeenkomst rechtsgeldig is opgezegd op 12 januari 2021 en betwist zij dat Syso schade heeft geleden door de opzegging.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Totstandkoming overeenkomst</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Op grond van artikel 6:217 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) komt een overeenkomst tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan. Het aanbod en de aanvaarding daarvan zijn vormvrij. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Na contact per e-mail tussen Retail Communications en Syso in 2018, is er door Syso webhosting geleverd aan Retail Communications. De webhosting is elk jaar zonder verlengingsvoorstel stilzwijgend verlengd. Retail Communications heeft de facturen hiervoor steeds betaald. Beide partijen mochten er daarom vanuit gaan dat er vanaf het moment dat er webhosting werd geleverd sprake was van een overeenkomst voor webhosting, die elk jaar stilzwijgend werd verlengd. Dat er geen schriftelijk contract was, doet hier niet aan af. Dit betreft een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opzegging en vergoeding gemaakte kosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Artikel 7:408 BW regelt de opzegging van een overeenkomst van opdracht. Zoals uit lid 1 van dit artikel blijkt kan de opdrachtgever de overeenkomst te allen tijde opzeggen. Deze bepaling is volgens artikel 7:413 BW van regelend recht indien het gaat om een opdrachtgever die geen consument is, zoals in onderhavige zaak. Syso heeft opzegging niet contractueel uitgesloten. Partijen zijn het erover eens dat de overeenkomst kon worden opgezegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval wel meebrengen dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.<footnote-ref linkend="_dafa0711-f4cf-4d59-a105-e46a4c2ea4fa" /> Retail Communications heeft gesteld dat zij aan Syso een aanbod tot betaling van een vergoeding voor de kosten heeft gedaan. Door Syso is dit onvoldoende gemotiveerd betwist. Syso heeft noch aan Retail Communications, noch in de procedure, aangegeven wat de hoogte van haar reeds gemaakte kosten is. Syso heeft dus onvoldoende gesteld om te komen tot een schadevergoeding op basis van gemaakte kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>De vordering van Syso wordt afgewezen. Syso wordt als in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de (na)kosten van de procedure. Artikel 238 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat kosten voor een gemachtigde in aanmerking komen voor vergoeding. Omdat Retail Communications zich heeft laten vertegenwoordigen door haar directeur en niet door een gemachtigde, worden de kosten van de procedure aan haar zijde begroot op nihil.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vorderingen van Syso af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Syso in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Retail Communications vastgesteld op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R. van den Wildenberg en uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2021.</para>
      <para>48996</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_dafa0711-f4cf-4d59-a105-e46a4c2ea4fa" label="1">
    <para> Hoge Raad 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4163, ro. 3.6.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>