<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:7594</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-03T09:48:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/014012-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:7594">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:7594</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-03T09:46:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:7594 Rechtbank Rotterdam , 07-07-2021 / 10/014012-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:7594:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak woninginbraak. Naar het oordeel van de rechtbank bewijst verdachtes DNA op de schroevendraaiers niet dat hij deze in de woning heeft achtergelaten en dus de inbreker moet zijn geweest.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:7594:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/014012-21</para>
      <para>Datum uitspraak: 7 juli 2021</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] , </para>
      <para>raadsvrouw mr. S. Koster, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 juli 2021.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3.</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie, mr. S.B. Epozdemir, heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 200 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 66 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een ambulante behandeling bij Fivoor.  </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4.</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde woninginbraak op grond van de aangifte en het DNA-profiel van de verdachte dat is aangetroffen op de in de woning aangetroffen schroevendraaier. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>Aangeefster heeft aangifte gedaan van een woninginbraak op 20 oktober 2020. Bij het sporenonderzoek in de woning zijn twee schroevendraaiers, die volgens aangeefster door de inbreker waren achtergelaten, veiliggesteld. Uit het NFI-rapport blijkt dat er op beide schroevendraaiers DNA is aangetroffen van de verdachte. Bovendien is op een van beide schroevedraaiers DNA aangetroffen van [naam persoon] en van een onbekende persoon. Op de andere schroevedraaier is ook nog een kleine hoeveelheid van een derde persoon aangetroffen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte heeft ontkend dat hij de desbetreffende inbraak heeft gepleegd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Naar het oordeel van de rechtbank bewijst verdachtes DNA op de beide schroevendraaiers niet dat hij deze in de woning heeft achtergelaten en dus de inbreker moet zijn geweest. Niet is uit te sluiten dat een van de andere personen wiens DNA is aangetroffen de voorwerpen heeft achtergelaten en dus de inbreker moet zijn geweest. Dat, zoals de officier van justitie heeft gesteld, er een relatief grote hoeveelheid DNA van de verdachte is gevonden, maakt dit niet anders.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Het ten laste gelegde feit is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5.</nr>Bijlage</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6.</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. dr. J.L.M. Boek, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. S.N. Abdoelkadir en F.J. Koningsveld, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. I. van Wuijckhuijse, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 20 oktober 2020 te Oostvoorne, gemeente Westvoorne tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een woning een doosje met inhoud (te weten gouden en/of zilveren kettingen), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>