<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:7225</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-03T10:00:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9041778 CV EXPL 21-808</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:7225">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:7225</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-30T13:04:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:7225 Rechtbank Rotterdam , 29-07-2021 / 9041778 CV EXPL 21-808</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:7225:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>schadevergoeding wegens scheur in tweedehands motorblok</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:7225:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 9041778 CV EXPL 21-808</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 29 juli 2021 (bij vervroeging)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres]
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats eiseres] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.F.M. Baert, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis> h.o.d.n. [naam bedrijf] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die procedeert in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 15 februari 2021, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 29 april 2021 waarin een comparitie van partijen is bepaald;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 2 juni 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 20 juli 2021. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling van 20 juli 2021 verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2.</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 450,- te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dit bedrag van 20 april 2020 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft bij [gedaagde] een ‘kale motor’ gekocht, een basisblok zonder opbouw, en stelt dat dit vorstschade had, waardoor het niet beantwoordde aan de overeenkomst. [gedaagde] heeft betoogd dat het [eiseres] slechts om de drijfstangen te doen was, maar gelet op de door [eiseres] overgelegde tussen partijen gewisselde WhatsAppberichten en het berichtenverkeer van Marktplaats waarin [eiseres] expliciet zegt dat zij alleen het kale blok nodig heeft en zij zich dus niet beperkt tot de drijfstangen, volgt de kantonrechter [gedaagde] niet in dit betoog.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para> [eiseres] heeft gesteld en [gedaagde] heeft niet betwist dat er een scheur in het motorblok zit en van [gedaagde] vergoeding van de betaalde koopprijs gevorderd. De kantonrechter begrijpt dat [eiseres] aldus een beroep doet op schadevergoeding wegens wanprestatie. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Op grond van artikel 6:74 BW verplicht iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar de schade te vergoeden, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend. [eiseres] heeft aan de hand van overgelegde foto’s ter zitting toegelicht dat de door haar vakgarage aangetroffen scheur in het motorblok, die maakt dat het motorblok niet bruikbaar is, door [gedaagde] als ter zake kundige voor de verkoop had kunnen en moeten worden geconstateerd: het met een schroevendraaier oplichten van de klepdekselpakking zou daartoe hebben volstaan. [gedaagde] is niet ter zitting verschenen en heeft dit dan ook niet weersproken. De kantonrechter ziet geen aanleiding [eiseres] niet in deze toelichting te volgen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Onder deze omstandigheden moet worden geoordeeld dat het motorblok bij verkoop niet de eigenschappen bevatte die [eiseres] mocht verwachten. Hierbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat er geen enkele aanwijzing is dat de scheur na aankoop op 20 april 2020 door vorst of anderszins is ontstaan, zoals [gedaagde] nog heeft gesuggereerd. De omstandigheid dat [gedaagde] , naar hij stelt en door [eiseres] is betwist, een garantie van drie maanden heeft gegeven op het draaiende gedeelte, doet niet af aan de redelijke verwachtingen die [eiseres] bij de koop van het motorblok mocht hebben. [gedaagde] is daarom toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen op grond van de overeenkomst.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>De kantonrechter constateert dat [gedaagde] ondanks aanmaningen van [eiseres] niet tot vervanging van het motorblok of tot terugbetaling van de koopsom is overgegaan en dat [gedaagde] zich daar blijkens zijn e-mailbericht van 6 januari 2021 ook niet toe gehouden acht. [gedaagde] is hierdoor in verzuim.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de slotsom dat [eiseres] terecht schadevergoeding heeft gevorderd ter hoogte van de koopprijs, zodat [gedaagde] tot betaling daarvan zal worden veroordeeld, met de door hem niet weersproken gevorderde wettelijk handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 20 april 2020 tot aan de dag der algehele voldoening en proceskosten als na te melden.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3.</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 450,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over dit bedrag vanaf 20 april 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] vastgesteld op € 126,- aan griffierecht, € 87,61 aan dagvaardingskosten en € 150,- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. dr. P.G.J. van den Berg en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>44221</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>