<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:7152</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-29T11:34:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">KTN-8963423_19032021</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:7152">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:7152</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-29T11:33:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:7152 Rechtbank Rotterdam , 19-03-2021 / KTN-8963423_19032021</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:7152:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurzaak. Vonnis met regeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:7152:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8963423 CV EXPL 21-1143</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 19 maart 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Woonplus Schiedam</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Schiedam,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: [naam gemachtigde] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.R. Butin Bik.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als “Woonplus” en “ [gedaagde] ”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Woonplus heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning in de [adres] te Schiedam te ontbinden en [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van de woning en tot betaling aan Woonplus van </para>
        <para>€ 3.805,74 aan achterstallige huur tot en met december 2020, € 27,16 aan reeds verschenen rente en € 75,- aan buitengerechtelijke incassokosten, tezamen € 3.907,90, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.805,74 vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, alsmede € 641,18 per maand voor iedere maand dat [gedaagde] de beschikking houdt over het gehuurde na 1 januari 2021, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op de eis geantwoord.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bij vervroeging bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2.</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de feiten waarop de vordering is gebaseerd niet betwist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De vordering is op de wet gegrond en wordt dan ook toegewezen, een en ander voor zover hierna niet anders blijkt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De hoogte van de betalingsachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling tot ontruiming van de woning. [gedaagde] heeft een afbetalingsregeling voorgesteld. Die regeling is door Woonplus aanvaard en wordt in het vonnis opgenomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3.</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Woonplus te betalen € 3.805,74 aan achterstallige huur tot en met december 2020, € 27,16 aan reeds verschenen rente en € 75,- aan buitengerechtelijke incassokosten, tezamen € 3.907,90, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.805,74 vanaf 29 december 2020 tot aan de dag van algehele voldoening</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Woonplus  vastgesteld op € 609,96 aan verschotten en € 498,- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>staat [gedaagde] toe om het totaal aan Woonplus verschuldigde bedrag, inclusief rente en kosten als voormeld naast de lopende huur, aan Woonplus te voldoen in maandelijkse termijnen van € 42,- voor het eerst uiterlijk op 1 april 2021 en vervolgens telkens uiterlijk op de eerste dag van iedere daarop volgende maand;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en bovendien, maar alléén voor het geval [gedaagde] deze betalingsverplichtingen niet behoorlijk nakomt:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat het ingevolge dit vonnis nog verschuldigde bedrag geheel ineens opeisbaar is;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning in de [adres] te Schiedam met ingang van de dag nadat [gedaagde] ten aanzien van de nakoming van vorenbedoelde betalingsverplichtingen in verzuim is en veroordeelt [gedaagde] om de woning te ontruimen met alle personen en zaken die zich vanwege haar daar bevinden en de woning  onder overgave van de sleutels ter beschikking van Woonplus te stellen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Woonplus te betalen € 641,18 per maand met ingang van de maand januari 2021 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>465</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>