<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:7009</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-22T11:47:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9032973 \ CV EXPL 21-6777</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:7009">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:7009</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-22T11:46:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:7009 Rechtbank Rotterdam , 28-05-2021 / 9032973 \ CV EXPL 21-6777</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:7009:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Betaling factuur webshop.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:7009:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9032973 \ CV EXPL  21-6777</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 28 mei 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] </emphasis>h.o.d.n. <emphasis role="bold">[handelsnaam]</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te: [vestigingsplaats eiseres] ,</para>
      <para>eiseres bij exploot van dagvaarding van 4 februari 2021, </para>
      <para>gemachtigde: Van Es gerechtsdeurwaarders &amp; Incasseerders te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die in persoon procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als [eiseres] respectievelijk [gedaagde] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het exploot van dagvaarding, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van de griffier van hetgeen [gedaagde] op de rolzitting van 25 februari 2021 heeft aangevoerd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet op de conclusie van repliek gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De vaststaande feiten</title>
    <para>Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft een aankoop gedaan bij webwinkel ‘ [naam webwinkel] ’ van € 39,89.</para>
        <para>De webwinkel heeft haar vordering op [gedaagde] aan [naam] gecedeerd en hiervan mededeling gedaan aan [gedaagde] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [naam] heeft de kosten van € 39,89 bij factuur van 2 juli 2020 aan [gedaagde] in rekening gebracht. [naam] heeft haar vordering vervolgens aan [eiseres] gecedeerd en [gedaagde] van deze cessie op de hoogte gesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft [gedaagde] bij brief van 11 januari 2021 tot betaling gemaand en daarbij meegedeeld dat indien [gedaagde] niet binnen een termijn van 15 dagen na ontvangst van de brief tot betaling overgaat, zij een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zal zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>De vordering</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 80,33 te vermeerderen met de  rente over € 39,89 vanaf 3 februari 2021 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] , legt daaraan, gelet op voornoemde feiten, het volgende ten grondslag. [gedaagde] is, ondanks daartoe te zijn aangemaand, in gebreke gebleven met betaling van de onder 2.3 vermelde factuur. [eiseres] vordert het bedrag van € 39,89 aan hoofdsom.</para>
        <para>
          [gedaagde] is op grond van artikel 6:119 BW wettelijke rente verschuldigd die, vanaf de dag van verzuim tot de dag van dagvaarding, € 0,44 bedraagt.</para>
        <para>Daarnaast maakt [eiseres] op grond van artikel 6:96 BW aanspraak op een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Het verweer</title>
    <para>
      [gedaagde] heeft de hoofdsom erkend, maar zij voert verweer tegen de bijkomende kosten. Zij wilde een betalingsregeling treffen, maar ondanks meerdere telefoontjes en e-mails heeft zij geen reactie gekregen. Zij vindt het onterecht dat er extra kosten in rekening worden gebracht en is bereid om een bedrag van € 10,-- per maand te betalen.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] de verschuldigdheid en de hoogte van de gevorderde hoofdsom niet heeft betwist. Het gevorderde bedrag van € 39,89 zal daarom worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>De wettelijke rente zal als niet weersproken eveneens worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft op 11 januari 2021 een aanmaning aan [gedaagde] verstuurd en buitengerechtelijke incassokosten aangezegd. Nu deze aanmaning voldoet aan de eisen die artikel 6:96 BW daaraan stelt, het bedrag van € 40,00 overeenkomt met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en [gedaagde] niet binnen de in de aanmaning gestelde termijn heeft betaald, is zij deze kosten verschuldigd geworden. Het gevorderde bedrag van € 40,00 zal daarom worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft ten aanzien van de gevorderde proceskostenveroordeling aangevoerd dat zij geprobeerd heeft een betalingsregeling te treffen, maar dat zij geen reactie op haar telefoontjes en mailtjes heeft gekregen. [eiseres] heeft deze stelling bij repliek gemotiveerd betwist. Zij noch de deurwaarder of de incassogemachtigde van [eiseres] heeft een betalingsvoorstel van [gedaagde] ontvangen. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om haar verweer tegenover de betwistingen van [eiseres] nader te onderbouwen. Door bij dupliek niet te reageren heeft zij haar verweer onvoldoende gemotiveerd en wordt hieraan voorbij gegaan.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>
        [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan den zijde van [eiseres] vastgesteld op €  € 211,81 aan verschotten en € 74,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van € 37,-- per punt).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] heeft in reactie op het verweer van [gedaagde] bij repliek meegedeeld dat zij ermee kan instemmen dat [gedaagde] het totaal van de toegewezen bedragen in termijnen van </para>
        <para>€ 10,00 voldoet. Voor het treffen van een passende betalingsregeling kan [gedaagde] zich tot [eiseres] wenden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] tegen kwijting te betalen een bedrag van </para>
      <para>€ 80,33 (waarvan € 39,89 ziet op de hoofdsom, € 40,00 op de buitengerechtelijke incassokosten en € 0,44 op de vervallen wettelijke rente tot 3 februari 2021), vermeerderd met de wettelijke rente over € 39,89 vanaf 3 februari 2021 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] vastgesteld op € 211,81 aan verschotten en € 74,00 aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>426</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>