<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:6916</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-20T15:07:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/996711-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:6916">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:6916</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-20T15:06:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:6916 Rechtbank Rotterdam , 28-06-2021 / 10/996711-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:6916:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Minimega Beerenberg I. Officier van justitie niet-ontvankelijk. Vervolging in strijd met vertrouwensbeginsel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:6916:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/996711-17</para>
      <para>Datum uitspraak: 28 juni 2021</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte rechtspersoon:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte rechtspersoon],</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd aan de [vestigingsadres verdachte rechtspersoon], </para>
      <para>ter terechtzitting vertegenwoordigd door haar wettelijk vertegenwoordiger [naam 1],</para>
      <para>raadsman mr. M.L. van Gessel, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 28 juni 2021.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan [naam verdachte rechtspersoon] is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Ontvankelijkheid officier van justitie</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Aangevoerd is dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van [naam verdachte rechtspersoon], omdat het vertrouwensbeginsel is geschonden. </para>
        <para>De officier van justitie heeft in een e-mailbericht van 30 oktober 2020 aan onder andere [naam 2] meegedeeld, dat hij, indien het tot een vaststellingsovereenkomst met [naam 2] c.s. komt, de zaak tegen [naam verdachte rechtspersoon] beleidsmatig zal seponeren omdat de leidinggevende, [naam 1], wordt vervolgd. [naam 2] is de broer van [naam 1] en was toen net als [naam verdachte rechtspersoon] en [naam 1] verdachte in de onderhavige zaak (‘Beerenberg 1’). In december 2020 is bedoelde vaststellingsovereenkomst getekend. [naam verdachte rechtspersoon] mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat zij niet verder zou worden vervolgd. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft aangevoerd dat hij zich achter het standpunt van de verdediging schaart en geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>Met de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat [naam verdachte rechtspersoon] zich gerechtvaardigd kan beroepen op de toezegging, die de officier van justitie in het e-mailbericht van 30 oktober 2020 heeft gedaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Strafvervolging van [naam verdachte rechtspersoon] is in de gegeven omstandigheden in strijd met het vertrouwensbeginsel. De officier van justitie wordt daarom niet-ontvankelijk in de vervolging verklaard. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Bijlage</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van [naam verdachte rechtspersoon]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. R.H. Kroon en A. Bonder, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K. Aagaard, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 juni 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>zij, in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 30 augustus 2017 te</para>
      <para>Den Haag. althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke</para>
      <para>organisatie (in elk geval) bestond uit haar, verdachte, en/of [naam 1]</para>
      <para>en/of [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] en/of [naam medeverdachte rechtspersoon 1] en/of</para>
      <para>
        [naam medeverdachte rechtspersoon 2] en/of [naam medeverdachte rechtspersoon 3] en/of [naam medeverdachte rechtspersoon 4]</para>
      <para>en/of (een) ander(e) (rechts)perso(o)n(en).</para>
      <para>welke organisatie (telkens) tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten</para>
      <para>-overtreding van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (artikel 69 lid 2</para>
      <para>Awr) en/of</para>
      <para>-(gewoonte)witwassen (artikel 420bis lid 1 ahf/ond a en b Sr en/of artikel</para>
      <para>420ter Sr) en/of</para>
      <para>-overtreding van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van</para>
      <para>terrorisme (artikel 16 Wwft):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. </para>
      <para>
        [naam verdachte rechtspersoon] in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 30 augustus</para>
      <para>2017 te Den Haag. in ieder geval in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,</para>
      <para>meermalen, althans eenmaal.</para>
      <para>(telkens) één of meerdere voorwerpen, te weten een of meer geldbedragen, te</para>
      <para>weten:</para>
      <para>managementfees en/of dividenden van [naam medeverdachte rechtspersoon 1] (tot een totaal van</para>
      <para>1.203.821 (AMB-051; BB I) en/of tot een totaal van 1.229.231 (AMB-007;</para>
      <para>AMB-027a: BB II) in ontvangst genomen op de bankrekening (en) ten name van</para>
      <para>
        [naam verdachte rechtspersoon], zijnde deze betalingen door [naam medeverdachte rechtspersoon 1] mede gefinancierd</para>
      <para>met opbrengsten uit de OB-fraude van de [naam fiscale eenheid]</para>
      <para>,</para>
      <para>en/of door onttrekkingen aan genoemde Fiscale eenheid, wetende dat door dit</para>
      <para>vcrdienmodel faillissementen moeten volgen,</para>
      <para>en aldus heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen</para>
      <para>en/of heeft omgezet, althans van een of meerdere voorwerp(en), te weten</para>
      <para>vorengenoemde geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl zij, [naam verdachte rechtspersoon]</para>
      <para>wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven</para>
      <para>geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk, geheel of gedeeltelijk- afkomstig</para>
      <para>was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven,</para>
      <para>terwijl zij, [naam verdachte rechtspersoon], van het plegen van dat feit een gewoonte heeft</para>
      <para>gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 420ter Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>