<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:6733</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-15T14:51:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9267869 VV21-259</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:6733">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:6733</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-15T14:50:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:6733 Rechtbank Rotterdam , 02-07-2021 / 9267869 VV21-259</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:6733:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Afgifte zaken en dieren niet mogelijk. Onvoldoende aannemelijk dat eisers deze nog in haar bezit heeft.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:6733:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 9267869 VV21-259</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 2 juli 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis in kort geding van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres],</emphasis>
      </para>
      <para>geen bekende woon- of verblijfplaats,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. T.S.G. Joemman,<?linebreak?></para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. D. Sarikas.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 21 juni 2021 met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de producties van [gedaagde];</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de spreekaantekeningen van [gedaagde].</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondeling behandeling heeft plaatsgevonden op 29 juni 2021. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De vordering</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van voorlopige voorziening, [gedaagde] wordt veroordeeld om [eiseres] binnen 24 uur na betekening van het vonnis haar eigendommen en huisdieren, zoals vermeld in productie 3 van de dagvaarding, terug te geven dan wel haar toegang te verlenen tot de woning aan de [adres], zodat zij deze kan - doen - ophalen, dit op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 500,- voor iedere dag dat zij niet aan de veroordeling voldoet met een maximum van € 15.000,-,  met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [eiseres] legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft zich zonder recht en titel de macht over de zaken en dieren die toebehoren aan [eiseres] en haar kinderen verschaft.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het verweer</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering en voert verweer waarop hierna – voor zover van belang – zal worden ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Bij een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening als de onderhavige dient te worden beoordeeld of [eiseres] een zodanig spoedeisend belang heeft dat van haar niet mag worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft moeten constateren dat de sloten van de woning op de [adres], waar zij verbleef met haar kinderen, op 14 april 2021 door [gedaagde] zijn vervangen. Als gevolg daarvan kon [eiseres] niet meer in de woning en had zij geen toegang tot haar eigendommen en huisdieren. Voldoende is gebleken dat [eiseres] haar persoonlijke spullen per ommegaande nodig heeft. [eiseres] heeft dan ook een spoedeisend belang bij haar vordering.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De vordering van [eiseres] strekt tot teruggave van de zaken en de dieren als vermeld in productie 3 van de dagvaarding. Een dergelijke vordering is in kort geding slechts toewijsbaar indien voldoende aannemelijk is dat [gedaagde] de zaken en de dieren nog in haar bezit heeft en voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter die vordering eveneens zal toewijzen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Dat de dieren op 14 april 2021 in de woning aanwezig waren, wordt door [gedaagde] niet betwist. [gedaagde] heeft verklaard dat zij de dieren (2 honden en 2 schildpadden) uit de woning heeft meegenomen en elders heeft ondergebracht. De honden zijn uiteindelijk op twee verschillende adressen herplaatst. [gedaagde] heeft afstand getekend voor de honden. [gedaagde] was hiertoe niet bevoegd en heeft hiermee onrechtmatig jegens [eiseres] gehandeld. De vordering strekt echter tot afgifte van de dieren en voldoende aannemelijk is geworden dat [gedaagde] hiertoe niet langer in staat is. Zij kan hiertoe dan ook niet veroordeeld worden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist verder dat de zaken als vermeld in productie 3 van de dagvaarding op 14 april 2021 in de woning aanwezig waren. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij de in de woning aangetroffen spullen van [eiseres] op 16 april 2021 heeft weggegooid. Dit is door [eiseres] niet weersproken. Ook door dit handelen heeft [gedaagde] onrechtmatig jegens [eiseres] gehandeld, maar ook hiervoor geldt dat voldoende aannemelijk is geworden dat [gedaagde] niet meer in staat is om de spullen aan [eiseres] af te geven, zodat zij hiertoe niet kan worden veroordeeld. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>De conclusie luidt dat de vordering tot afgifte van de zaken en dieren gelet op het voorgaande niet toewijsbaar is.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>De kantonrechter kan nodeloos veroorzaakte kosten voor rekening laten van de partij die deze veroorzaakte. Voor het eerst tijdens de mondelinge behandeling stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat zij de dieren en zaken niet meer onder zich heeft. Had [eiseres] eerder geweten dat de zaken en dieren niet in het bezit waren van [gedaagde], dan was [eiseres] deze procedure niet gestart. De kosten zijn door haar dan ook nodeloos gemaakt. De kantonrechter acht het bovendien volstrekt onaanvaardbaar dat [eiseres] de sloten van de woning heeft vervangen en spullen van [eiseres] heeft weggegooid. Door deze handelswijze heeft zij voor eigen rechter gespeeld. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde].</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] vastgesteld op € 85,- aan griffierecht en € 498,- aan salaris voor de gemachtigde, van welke bedragen het totaal rechtstreeks aan die gemachtigde dient te worden voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande 14 dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>47636</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>