<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:6572</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-19T09:52:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/616656 / JE RK 21-941</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:6572">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:6572</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-19T09:51:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:6572 Rechtbank Rotterdam , 29-04-2021 / C/10/616656 / JE RK 21-941</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:6572:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ondertoezichtstelling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:6572:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens: C/10/616656 / JE RK 21-941</para>
      <para>datum uitspraak: 29 april 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking ondertoezichtstelling</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam, </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam minderjarige] , </bridgehead>
    <para>geboren op [geboortedatum minderjarige] 2007 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam moeder] , </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats] , </para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam vader] , </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats] . </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <para>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
    <para>- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 12 april 2021, ingekomen bij de griffie op 12 april 2021;</para>
    <para>- het proces-verbaal van de zitting van de kinderrechter in deze rechtbank van 22 april 2021. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 29 april 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. </para>
      <para>Gehoord zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. L.A.E. Timmer, die de zitting via een Skype-verbinding heeft bijgewoond, </para>
    <para>- de stiefvader,</para>
    <para>- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1] ,</para>
    <para>- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming &amp; Jeugdreclassering (hierna: de GI), mw. [naam vertegenwoordigster 2] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [voornaam minderjarige] is voorafgaand aan de zitting van 22 april 2021 gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien de moeder en de stiefvader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar wel de taal Papiamento, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van mw. [naam tolk] , tolk in de taal Papiamento.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [voornaam minderjarige] woont bij de moeder en de stiefvader. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 5 februari 2021 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 5 mei 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek<?linebreak?></title>
    <para>De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verzocht voor de duur van twaalf maanden.</para>
    <parablock>
      <para>De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Bij [voornaam minderjarige] is sprake van een verstandelijke beperking en daaruit voortvloeiend heeft hij moeite om zich in anderen te verplaatsen en met het overzien van gevolgen voor anderen. [voornaam minderjarige] heeft last van hechtingsproblematiek en is zeer beïnvloedbaar voor slechte invloeden. De ouders doen hun best om [voornaam minderjarige] te begeleiden en te begrenzen, maar dit lukt onvoldoende. De vrijwillige hulpverlening heeft onvoldoende resultaten geboekt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de GI </title>
    <para>De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad. Gedurende de korte periode van de voorlopige ondertoezichtstelling heeft de GI nog onvoldoende zicht gekregen op wat [voornaam minderjarige] nodig heeft voor de toekomst. Er is een persoonlijkheidsonderzoek aangevraagd. [voornaam minderjarige] houdt zich aan de schorsingsvoorwaarden die in het kader van zijn strafzaak zijn opgelegd. Hij lijkt wel beïnvloedbaar te zijn en gaat om met antisociale jongeren. Pameijer biedt hulpverlening, maar dit komt onvoldoende van de grond. Er moet een gedragsverandering teweeg worden gebracht. De zorgen in de thuissituatie en het delinquente gedrag op straat maken dat een jeugdbeschermer nodig is om voor rust, regelmaat en structuur te zorgen en in te grijpen wanneer dat nodig is. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van belanghebbenden</title>
    <para>Namens en door de moeder is ter zitting primair verzocht om afwijzing van het verzoek van de Raad. Subsidiair is verzocht het verzoek aan te houden voor een periode van drie of zes maanden en meer subsidiair is verzocht de ondertoezichtstelling voor een kortere periode dan verzocht uit te spreken. De advocaat heeft aangegeven dat het persoonlijkheidsonderzoek is afgerond. Hierin is geadviseerd om in te zetten op MDFT (Multidimensionale Familietherapie) en begeleiding vanuit de jeugdreclassering. Wanneer ook nog een ondertoezichtstelling wordt uitgesproken, is dat mogelijk teveel. Sinds de voorlopige hechtenis van [voornaam minderjarige] geschorst is, gaat het veel beter met hem. Hij laat zich aansturen, gaat drie keer per week naar voetbaltraining en is een positieve factor in de klas. Een ondertoezichtstelling is daarom niet nodig. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De stiefvader heeft zich ter zitting aangesloten bij hetgeen namens en door de moeder naar voren is gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling<?linebreak?></title>
    <para>Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Naar aanleiding van ernstige zorgen over [voornaam minderjarige] en de thuissituatie, is tijdens een strafzitting op 5 februari 2021 een voorlopige ondertoezichtstelling verzocht en uitgesproken. Sindsdien lijkt sprake te zijn van een positieve ontwikkeling, maar deze is nog pril. [voornaam minderjarige] heeft een verstandelijke beperking, is beïnvloedbaar en gaat om met antisociale jongeren. Hij is meerdere keren in aanraking gekomen met de politie. In dat kader wordt hij begeleid vanuit de jeugdreclassering. Daarnaast is Pameijer betrokken, maar de gegeven adviezen beklijven onvoldoende. De ouders dienen ondersteund te worden om [voornaam minderjarige] de nodige begrenzing en structuur te bieden. Bovendien kan niet worden voorspeld hoe de strafzaak van [voornaam minderjarige] zal verlopen, zodat niet zeker is of de begeleiding vanuit de jeugdreclassering betrokken blijft. De kinderrechter acht daarom de betrokkenheid van een jeugdbeschermer door middel van een ondertoezichtstelling noodzakelijk. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom [voornaam minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van zes maanden. Het overig verzochte zal worden aangehouden tot de hierna te noemen pro forma-datum. De Raad wordt verzocht uiterlijk twee weken voor die datum te rapporteren over de stand van zaken en daarbij onder meer aan te geven of het verzoek wordt gehandhaafd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing<?linebreak?></title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <parablock>
      <para>stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, met ingang van 29 april 2021 tot 29 oktober 2021;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>en alvorens verder te beslissen:</title>
    <para>bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot <emphasis role="bold">1 september 2021 pro forma</emphasis>.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de Raad, de GI en belanghebbenden op de genoemde pro forma-datum niet ter zitting behoeven te verschijnen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekt de Raad uiterlijk twee weken voor de genoemde datum de kinderrechter de verzochte rapportage te doen toekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. S. Jordaan, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart als griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2021.</para>
              <para />
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 mei 2021. </para>
              <para />
              <para />
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>Den Haag. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>