<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:6524</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-19T13:40:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9059510</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:6524">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:6524</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-19T13:37:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:6524 Rechtbank Rotterdam , 09-07-2021 / 9059510</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:6524:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>voor bepalen hoogte van proceskosten relevant of gedaagde dag voor eerste zitting heeft aangeboden om hele bedrag contant te betalen aan de balie van incassogemachtigde en wat de reactie van de medewerkster van het incassokantoor daar op was.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:6524:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9059510 \ CV EXPL 21-8307</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 9 juli 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Onderlinge Waarborgmaatschappij DSW Zorgverzekeraar U.A.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Schiedam,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V., <?linebreak?></para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] , </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna ‘DSW’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het antwoord van [gedaagde] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van repliek met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van dupliek met één bijlage.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak van het vonnis is bepaald op vandaag. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>De vordering en het verweer</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>DSW vordert dat [gedaagde] , uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan DSW te betalen € 745,88, vermeerderd met de wettelijke rente over € 626,- vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>DSW legt het volgende aan de vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft een zorgverzekering afgesloten bij DSW. [gedaagde] moet op grond van deze overeenkomst premie en eigen risico betalen en zorgkosten die door DSW zijn betaald maar niet worden vergoed. Deze verplichting is [gedaagde] niet nagekomen en [gedaagde] is in verzuim. [gedaagde] moet daarom ook buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente betalen. Het bedrag van € 745,88 bestaat uit € 626,- aan hoofdsom, € 113,62 aan buitengerechtelijke kosten en € 6,26 aan vervallen rente berekend tot de dag van dagvaarding. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] erkent de verschuldigdheid van de hoofdsom, rente, buitengerechtelijke incassokosten, € 124,- aan salaris gemachtigde en de dagvaardingskosten van € 108,22, maar betwist de verschuldigdheid van het griffierecht en eventuele overige proceskosten. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3.</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De gevorderde bedragen aan hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten zijn erkend en worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure. De hoogte van die kosten wordt in beginsel gebaseerd op de daarvoor vastgestelde tarieven. [gedaagde] voert in het kader van de proceskosten echter aan dat hij op 9 maart 2021 telefonisch contact heeft gehad met GGN - de (incasso)gemachtigde van DSW - en heeft gezegd dat hij bereid was om die dag ‘het hele bedrag’ te betalen en contant kon komen brengen. Daarop heeft de betreffende medewerkster van GGN volgens [gedaagde] gezegd dat contante betaling niet mogelijk was, omdat de balie van het kantoor gesloten was vanwege corona. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>In de begeleidende brief van GGN bij de dagvaarding staat het volgende:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">1. </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">U bent het met de vordering eens</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In dat geval kunt u het beste de vordering voldoen. Door tijdige betaling van onderstaand totaalbedrag wordt de dagvaarding ingetrokken, waardoor u hoge griffiekosten (minimaal € 507,00)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voorkomt:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hoofdsom conform eis 			€ 745,88</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">rente vanaf de dag der dagvaarding 	        p.m.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">salaris gemachtigde 			€ 124,00</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dagvaardingskosten 			€ 108,22</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Totaal 					€ 978,10 + p.m.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Om te betalen gaat u naar www.ggn.nl/directbetalen. Met uw dossiernummer, uw postcode en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uw huisnummer kunt u direct betalen met iDeal. Ook kunt u het bedrag overmaken naar rekeningnummer IBAN: NL90 INGB 0686 3103 57 op naam van GGN Mastering Credit B.V. Vermeld bij uw betaling het dossiernummer [dossiernummer] . Voor een tijdige verwerking dienen betalingen per bank uiterlijk DRIE WERKDAGEN voor de zitting in het bezit van GGN Mastering Credit B.V. te zijn. Eventuele betaling aan kas kan tot één dag voor de zitting. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>GGN zegt in het begeleidend schrijven dus (namens DSW) toe dat in geval van tijdige betaling van het totaalbedrag de dagvaarding wordt ingetrokken, waardoor [gedaagde] de griffiekosten voorkomt. Contante betalingen kunnen volgens de begeleidende brief van GGN tot een dag voor de zitting plaatsvinden, in dit geval dus 9 maart 2021. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Voordat wordt geoordeeld tot welk bedrag aan proceskosten [gedaagde] wordt veroordeeld, acht de kantonrechter het van belang om te weten wat er in het gesprek tussen [gedaagde] en de medewerkster van GGN is gezegd op 9 maart 2021. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij aan het begin van dat telefoongesprek te horen kreeg dat het gesprek zou worden opgenomen voor kwaliteitsdoeleinden. DSW heeft dat niet betwist. DSW wordt verzocht om de geluidsopnames van dat gesprek in het geding te brengen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4.</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan DSW te betalen € 745,88, vermeerderd met de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW over € 626,- vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt DSW in de gelegenheid om de geluidsopnames van het telefoongesprek van de medewerkster van GGN met [gedaagde] op 9 maart 2021 in het geding te brengen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van <emphasis role="bold">dinsdag 3 augustus 2021</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>703</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>