<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:6140</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-30T09:15:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 20/3170</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:6140">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:6140</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-30T09:13:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:6140 Rechtbank Rotterdam , 03-06-2021 / ROT 20/3170</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:6140:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om schadevergoeding. Schade door onrechtmatige intrekking uitkering. Causaal verband niet aannemelijk. Ongegrond. Mondelinge uitspraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:6140:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ROT 20/3170</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2021 in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [naam verzoeker], z.v.w.o.v.p., verzoeker,</title>
    <para>gemachtigde: mr. A.L. Kuit,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder,</title>
    <para>gemachtigde: mr. J.C. Avedissian.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Verzoeker heeft verweerder verzocht om vergoeding van immateriële schade die hij heeft geleden doordat verweerder op 7 april 2016 ten onrechte zijn bijstandsuitkering heeft ingetrokken. Omdat verweerder pas na een half jaar zijn uitkering met terugwerkende kracht heeft uitbetaald, kon verzoeker in die periode zijn huur niet betalen. Hierdoor is hij dakloos geworden en in een vicieuze cirkel terecht gekomen. Hij had geen inkomen om woonruimte te huren en zonder woonadres kon hij geen uitkering aanvragen.  </para>
    <para />
    <para>2. Vaststaat dat het besluit van verweerder tot intrekking van de bijstandsuitkering van 7 april 2016 onrechtmatig was. Om vast te stellen of eiser recht heeft op schadevergoeding moet eerst worden beoordeeld of verzoeker als gevolg van dat onrechtmatige besluit dakloos is geworden. Verzoeker heeft dat causaal verband niet aannemelijk gemaakt. Op de vraag van de rechtbank waar eiser op of rondom 7 april 2016 woonde, heeft hij ter zitting verklaard dat hij al jaren, en ook op 7 april 2016, in tenten in het bos woont omdat hij in de stad altijd door de politie wordt weggejaagd. Verder blijkt uit het dossier dat de gemeentelijke Ombudsman in haar brief van 11 april 2016 vermeldt dat verzoeker niet meer op zijn bij haar bekende adres bleek te wonen. Daarnaast heeft de voormalige gemachtigde van eiser gesteld, zoals blijkt uit een beslissing op bezwaar van 21 april 2016, dat eiser dakloos is geworden als gevolg van een maatregel die hem op 27 november 2015 is opgelegd. Het vorenstaande doet vermoeden dat eiser al op 7 april 2016 dakloos was. Dat eiser bij besluit van 8 september 2016 met terugwerkende kracht een bijstandsuitkering toegekend heeft gekregen, biedt onvoldoende grond om dit vermoeden te ontzenuwen en aan te kunnen nemen dat eiser op 7 april 2016 woonachtig was op het adres [adres]. </para>
    <para />
    <para>3. Het verzoek om schadevergoeding moet worden afgewezen.</para>
    <para />
    <para>4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J. de Gans, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Dijkhoff, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De uitspraak is in het openbaar gedaan op 3 juni 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier is buiten staat			De rechter is verhinderd te tekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>