<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:5860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-25T13:19:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8742236 CV EXPL 20-31191</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:5860">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:5860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-25T13:18:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:5860 Rechtbank Rotterdam , 28-05-2021 / 8742236 CV EXPL 20-31191</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:5860:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot betaling toegewezen. Vordering tot verrekening toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:5860:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 8742236 CV EXPL 20-31191</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 28 mei 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats eiser],</para>
      <para>eiser, </para>
      <para>gemachtigde: Van Houwelingen &amp; Partners, Gerechtsdeurwaarders en Incasso,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bouw 2008 B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>vertegenwoordigd door: [naam 1].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘[eiser]’ en ‘Bouw 2008’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>het tussenvonnis van 15 januari 2021, waarin Bouw 2008 in de gelegenheid is gesteld bewijs te leveren;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brief van de rechtbank van 4 mei 2021, waarin partijen op de hoogte zijn gebracht van een rechterswisseling.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>De verdere beoordeling</title>
    <bridgehead role="underline">Factuur 014-2018</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Tussen partijen is niet in geschil dat Bouw 2008 de factuur 014-2018 ten bedrage van € 1.265,- nog moet betalen aan [eiser]. Dit deel van de vordering zal dan ook worden toegewezen. </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Facturen 015-2018 en 020-2018</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de facturen 015-2018 en 020-2018 van in totaal € 4.730,- verweert Bouw 2008 zich door te stellen dat de verschuldigde bedragen reeds deels contant zijn voldaan door haar klant, [naam 2]. Omdat Bouw 2008 niet weet welk bedrag precies is voldaan en aangezien [eiser] betwist dat er betalingen hebben plaatsgevonden heeft de kantonrechter Bouw 2008 in de gelegenheid gesteld om bewijs te leveren van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat deze facturen (gedeeltelijk) zijn voldaan. Bouw 2008 heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt, waardoor het verweer onvoldoende bewezen wordt geacht. Het verweer zal worden verworpen en ook dit deel van de vordering zal worden toegewezen.</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Verrekening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Ter mondelinge behandeling zijn partijen het erover geworden dat Bouw 2008 een vordering van € 1.306,80 jegens [eiser] heeft en is gebleken dat partijen dit bedrag wensen te verrekenen met [eiser] zijn laatste factuur. De vordering zal daarom worden verrekend, zodat bovenvermeld bedrag in minder zal strekken op de vordering van [eiser] op Bouw 2008. Hierdoor resteert er een bedrag van € 4.688,20 aan hoofdsom dat zal worden toegewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW zal eveneens worden toegewezen, nu daartegen geen nader verweer is gevoerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>
        [eiser] maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Voldoende gebleken is dat voldaan is aan de wettelijke vereisten, zodat ook het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Bouw 2008 zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Dit vonnis wordt zoals [eiser] vordert ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat Bouw 2008 aan de veroordelingen moeten voldoen en dat zij de aan [eiser] toegekende vergoeding moet betalen aan [eiser], ook als in hoger beroep wordt gegaan tegen dit vonnis. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Bouw 2008 aan [eiser] te betalen een bedrag van € 6.444,92, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het saldo dat aan hoofdsom, exclusief kosten, telkens, na elke credit- en debetmutatie, heeft uitgestaan, tot de dag van de algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Bouw 2008 in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] vastgesteld op € 236,- aan griffierecht, € 106,47 aan dagvaardingskosten en € 622,- (2 punten x € 311,- per punt) aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>44236</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>