<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:5858</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-25T10:36:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9067777 CV EXPL 21-8765</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:5858">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:5858</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-25T10:13:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:5858 Rechtbank Rotterdam , 11-06-2021 / 9067777 CV EXPL 21-8765</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:5858:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zorgverzekeringsovereenkomst - vordering tot betaling achterstallige premie toegewezen. vordering buitengerechtelijke incassokosten toegewezen wegens onvoldoende gemotiveerd betwist.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:5858:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 9067777 CV EXPL 21-8765</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 11 juni 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap<?linebreak?><emphasis role="bold">Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 25 februari 2021, met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het antwoord van [gedaagde] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het tussenvonnis van 29 maart 2021 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de aanvullende bijlagen van Zilveren Kruis van 26 april 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de aantekening dat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 mei 2021 overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid via een beeld- en geluidverbinding met het programma Skype voor bedrijven.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel behoorlijk opgeroepen is [gedaagde] niet op de mondelinge behandeling verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis is nader bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De vaststaande feiten</title>
    <para>Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.</para>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [gedaagde] is met Zilveren Kruis een zorgverzekeringsovereenkomst aangegaan. Uit hoofde van deze overeenkomst is [gedaagde] periodiek bij vooruitbetaling een premie verschuldigd.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Zilveren Kruis vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Zilveren Kruis van een bedrag van € 174,42, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 125,45, vanaf 25 februari 2021 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Zilveren Kruis legt aan haar vordering tot betaling van de premie nakoming van de betalingsverplichtingen, voortvloeiend uit de zorgverzekeringsovereenkomst(en), ten grondslag. Omdat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting moet hij de buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente betalen, aldus Zilveren Kruis.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] verweert zich door te stellen dat er geen achterstand is, omdat alles automatisch wordt geïncasseerd. Daarnaast betwist [gedaagde] de aanmaning van Zilveren Kruis te hebben ontvangen en stelt hij niet op het adres [adres 1] , maar op het adres [adres 2] te wonen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para> Tussen partijen is sprake van een zorgverzekeringsovereenkomst. Zilveren Kruis stelt dat [gedaagde] een achterstand in de betaling van de verschuldigde premies van € 125,45 heeft laten ontstaan. [gedaagde] betwist niet dat hij een dergelijke premie verschuldigd is, zodat de vordering in beginsel toewijsbaar is. [gedaagde] verweert zich echter door te stellen dat hij betaald heeft middels automatische incasso, maar laat na enige stukken te overleggen waaruit een dergelijke betaling blijkt. [gedaagde] laat tevens na andere feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit enige betaling van het bedrag blijkt. Het verweer zal daarom als onvoldoende gemotiveerd worden verworpen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen, nu daartegen geen nader verweer is gevoerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Zilveren Kruis maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] betwist dat hij een veertiendagenbrief heeft ontvangen. Hij woont op de [adres 2] , aldus [gedaagde] . Zilveren Kruis heeft echter recht op een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten zodra zij [gedaagde] heeft aangemaand om het verschuldigde bedrag binnen 15 dagen na de dag van ontvangst van de aanmaning alsnog te betalen.<footnote-ref linkend="_50e67617-f375-4902-9cee-32c882def677" /> Zilveren Kruis stelt gemotiveerd dat zij de veertiendagenbrief heeft verzonden aan het juiste adres op dat moment conform de Gemeentelijke Basisadministratie en dat zij bij gebrek aan gewijzigde omstandigheden er van uit mag gaan dat de veertiendagenbrief [gedaagde] heeft bereikt. [gedaagde] laat na hier ter zitting nader op te reageren, zodat zijn betwisting als onvoldoende gemotiveerd zal worden afgewezen. Nu is vast komen te staan dat Zilveren Kruis [gedaagde] middels een veertiendagenbrief heeft aangemaand, is aan bovenvermelde voorwaarde dan ook voldaan. De hoogte van de gevorderde vergoeding komt overeen met de daarvoor vastgestelde tarieven, zodat ook dit bedrag zal worden toegewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Dit vonnis wordt zoals Zilveren Kruis vordert ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat [gedaagde] aan de veroordelingen moeten voldoen en dat hij de aan Zilveren Kruis toegekende vergoeding moet betalen aan [gedaagde] , ook als, voor zover dat mogelijk is, in hoger beroep wordt gegaan tegen dit vonnis. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 174,42, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over een bedrag van € 125,45, vanaf 25 februari 2021 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Zilveren Kruis vastgesteld op € 126,- aan griffierecht, € 108,22 aan dagvaardingskosten en € 74,- (2 punten x € 37,- per punt) aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. drs. E. van Schouten en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>44236</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_50e67617-f375-4902-9cee-32c882def677" label="1">
    <para> HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>