<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:5779</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-22T16:50:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/996684-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:5779">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:5779</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-22T16:44:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:5779 Rechtbank Rotterdam , 22-06-2021 / 10/996684-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:5779:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstek. Faillissementsfraude. Verdachte is veroordeeld voor medeplichtigheid aan bedrieglijke bankbreuk. Verdachte heeft als katvanger opgetreden door het bedrijf op zijn naam te laten registreren bij de KvK. De medeverdachte heeft in de periode dat verdachte bestuurder en aandeelhouder was doelbewust € 274.563 aan de vennootschap</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:5779:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/996684-16</para>
      <para>Datum uitspraak: 22 juni 2021</para>
      <para>Verstek</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige economische kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte], </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres verdachte]
      </para>
      <para>, </para>
      <para>raadsman mr. mr. G. Wurpel, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 8 juni 2021.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. C.J.A. de Bruijn heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht het aan de verdachte primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De verdachte heeft de vennootschap [naam bedrijf] om niet gekocht van de medeverdachte. Hij heeft zich als bestuurder en aandeelhouder laten registreren bij de Kamer van Koophandel, zonder enige nadere controle en zonder zorg te dragen voor enige boekhouding, terwijl de medeverdachte, voormalig aandeelhouder/bestuurder van de vennootschap, de bevoegdheid hield te beschikken over de bankrekeningen van de vennootschap. Ook heeft de verdachte, zonder zich rekenschap te geven wat daarvan de bedoeling was, een handtekening geplaatst onder een leningsovereenkomst voor een bedrag van € 50.000. Door zo te handelen, heeft de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij zijn medeverdachte daarmee gelegenheid en middelen zou verschaffen tot het plegen van bedrieglijke bankbreuk. De rechtbank is dus van oordeel dat verdachte kan worden aangemerkt als medeplichtige.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het primair ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [naam bedrijf]
        </para>
        <para>in  de periode van 10 oktober 2013 tot <emphasis role="italic">29 juli 2014</emphasis>,</para>
        <para>te Rotterdam welke rechtspersoon bij vonnis van de Rechtbank Rotterdam d.d. 29 juli 2014</para>
        <para>(D-030) in staat van faillissement is verklaard,</para>
        <para>(telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van</para>
        <para>genoemde rechtspersoon(totaal) euro 274.563aan de boedel van genoemde rechtspersoon heeft onttrokken,</para>
        <para>en</para>
        <para>niet heeft voldaan aan de op genoemde rechtspersoon [naam bedrijf]</para>
        <para>rustende verplichting ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van</para>
        <para>het Burgerlijk Wetboek</para>
        <para>en</para>
        <para>het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in die artikelen bedoeld,</para>
        <para>immers werd niet de gehele administratie van genoemde rechtspersoon (desgevraagd) uitgeleverd aan de curator in het faillissement van de rechtspersoon [naam bedrijf],</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>bij het plegen van welk misdrijf verdachte </para>
        <para>opzettelijk behulpzaam is geweest entot het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk gelegenheid en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
        <para>middelen  heeft verschaft door</para>
        <para>in de periode van 10 oktober 2013 tot <emphasis role="italic">29 juli 2014</emphasis></para>
        <para>te Rotterdam de rechtspersoon [naam bedrijf] (om niet)  over</para>
        <para>te nemen van [naam medeverdachte] en op naam te nemen en</para>
        <para>als katvanger te functioneren en zich als katvanger in te laten zetten</para>
        <para>en te laten gebruiken en te laten inschakelen voor de rechtspersoon</para>
        <para>
          [naam bedrijf] en zich hierbij er niet van vergewist of hij</para>
        <para>de complete administratie van [naam bedrijf] heeft ontvangen</para>
        <para>en</para>
        <para>zich als bestuurder en (directeur-groot) aandeelhouder van de rechtspersoon</para>
        <para>
          [naam bedrijf] in te (laten) schrijven bij de Kamer van</para>
        <para>Koophandel en ingeschreven te blijven (in elk geval tot en met de datum van</para>
        <para>faillissement);</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5. </nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplichtigheid aan bedrieglijke bankbreuk, begaan door een rechtspersoon.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6. </nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7. </nr>Motivering straf </title>
    <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft een kwalijke rol gespeeld door als katvanger op te treden. Hij heeft zijn gegevens laten gebruiken om het bedrijf van de verdachte op zijn naam te laten registreren bij de Kamer van Koophandel zonder zich te bekommeren over de daaruit voortvloeiende verplichtingen. Daarmee heeft hij de medeverdachte de mogelijkheid geboden om een façade te creëren waarachter de medeverdachte zich kon verschuilen in het licht van een aankomend faillissement.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 maart 2021, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, gelet op de ernst van het feit en de rol die de verdachte daarbij heeft gehad, van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op haar plaats is. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, op de straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd en de hiervoor geschetste ernst van de feiten en de handelwijze van verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de berechting van een zaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De inverzekeringstelling van een verdachte kan als een zodanige handeling worden aangemerkt. De verdachte is in de onderhavige zaak op 20 maart 2017 in verzekering gesteld. Op deze datum is de redelijke termijn derhalve aangevangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak geen sprake van bijzondere omstandigheden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tussen 20 maart 2017 en de datum van het eindvonnis ligt een periode van ruim vier jaar. Nu in deze zaak, zoals hiervoor is overwogen, wordt uitgegaan van een redelijke termijn van twee jaar, is er in de onderhavige zaak sprake van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) van twee jaar. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdachte, dient dit gecompenseerd te worden door vermindering van de op te leggen straf met een maand. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het geval de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, zou de rechtbank een gevangenisstraf hebben opgelegd voor de duur van zes (6) weken. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf van vier (4) weken opleggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8. </nr>Vordering benadeelde partij</title>
    <para>Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam medeverdachte], namens de schuldeisers van [naam bedrijf] ter zake van de ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.236.776  aan materiële schade.</para>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De vordering is voldoende onderbouwd en dient te worden toegewezen tot een bedrag van <?linebreak?>€ 274.563 inclusief de gevorderde wettelijke rente. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>De vordering is onvoldoende onderbouwd. Daarnaast levert de behandeling van de vordering van de benadeelde partij vanwege de complexiteit een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9. </nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 48 en 341(oud) van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>. Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>. Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van vier (4) weken</emphasis>; <?linebreak?></para>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. M.C. Franken, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. M. Timmerman en R.H. Kroon, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M. Koek, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam bedrijf]
      </para>
      <para>op een of meer tijdstip(pen)</para>
      <para>in of omstreeks de periode van 10 oktober 2013 tot 1 juli 2016,</para>
      <para>te Rotterdam en/of elders in Nederland,</para>
      <para>(telkens) tezamen en in vereniging met en/of (een) ander(en),</para>
      <para>althans genoemde rechtspersoon alleen,</para>
      <para>welke rechtspersoon bij vonnis van de Rechtbank Rotterdam d.d. 29 juli 2014</para>
      <para>(D-030) in staat van faillissement is verklaard,</para>
      <para>(telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van</para>
      <para>genoemde rechtspersoon</para>
      <para>==(totaal) euro 274.563, in elk geval enig(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en)</para>
      <para>aan de boedel van genoemde rechtspersoon heeft/hebben onttrokken,</para>
      <para>en/of</para>
      <para>==niet heeft voldaan aan</para>
      <para>de op genoemde rechtspersoon [naam bedrijf]</para>
      <para>rustende verplichting ten opzichte van</para>
      <para>het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek</para>
    </parablock>
    <para>2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van</para>
    <parablock>
      <para>het Burgerlijk Wetboek</para>
      <para>en/of</para>
      <para>het bewaren en/of te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere</para>
      <para>gegevensdragers in dat/die artikel(en) bedoeld,</para>
      <para>immers</para>
      <para>was/werd niet de gehele administratie van genoemde rechtspersoon bewaard</para>
      <para>en/óf</para>
      <para>(desgevraagd) uitgeleverd aan de curator in het faillissement van de</para>
      <para>rechtspersoon [naam bedrijf],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bij het plegen van welk misdrijf verdachte en/of mededader(s)</para>
      <para>opzettelijk behulpzaam is geweest en/of</para>
      <para>tot het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk gelegenheid en/of</para>
      <para>middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door</para>
      <para>in omstreeks de periode van 10 oktober 2013 tot 1 juli 2016</para>
      <para>te Rotterdam en/of elders in Nederland</para>
      <para>de rechtspersoon [naam bedrijf] (om niet) te kopen en/of over</para>
      <para>te nemen van [naam medeverdachte] en/of op naam te nemen en/of</para>
      <para>als katvanger te functioneren en/of zich als katvanger in te laten zetten</para>
      <para>en/of te laten gebruiken en/of te laten inschakelen voor de rechtspersoon</para>
      <para>
        [naam bedrijf] en/of zich hierbij er niet van vergewist of hij</para>
      <para>de complete administratie van [naam bedrijf] heeft ontvangen</para>
      <para>en/of</para>
      <para>zich als bestuurder en/of (directeur-groot) aandeelhouder van de rechtspersoon</para>
      <para>
        [naam bedrijf] in te (laten) schrijven bij de Kamer van</para>
      <para>Koophandel en/of ingeschreven te blijven (in elk geval tot en met de datum van</para>
      <para>faillissement);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 48 Wetboek van Strafrechter</para>
      <para>art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou</para>
      <para>kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij</para>
      <para>op een of meer tijdstip(pen)</para>
      <para>in of omstreeks de periode van 10 oktober 2013 tot 1 juli 2016,</para>
      <para>te Rotterdam en/of elders in Nederland,</para>
      <para>(telkens) tezamen en in vereniging met de rechtspersoon [naam bedrijf]</para>
      <para> en/of (een) ander(en), althans alleen,</para>
      <para>als bestuurder van een rechtspersoon, te weten [naam bedrijf],</para>
      <para>welke rechtspersoon bij vonnis van de Rechtbank Rotterdam d.d. 29 juli 2014</para>
      <para>(D-030) in staat van faillissement is verklaard,</para>
      <para>(telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van</para>
      <para>genoemde rechtspersoon</para>
      <para>==(totaal) euro 274,563, in elk geval enig(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en)</para>
      <para>aan de boedel van genoemde rechtspersoon heeft/hebben onttrokken,</para>
      <para>en/of</para>
      <para>==niet heeft voldaan aan</para>
      <para>de op hem en/of de rechtspersoon [naam bedrijf] en/of (een)</para>
      <para>andere mededader(s)</para>
      <para>rustende verplichting ten opzichte van</para>
      <para>het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek</para>
    </parablock>
    <para>2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van</para>
    <parablock>
      <para>het Burgerlijk Wetboek</para>
      <para>en/of</para>
      <para>het bewaren en/of te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere</para>
      <para>gegevensdragers in dat/die artikel(en) bedoeld,</para>
      <para>immers</para>
      <para>was/werd niet de gehele administratie van genoemde rechtspersoon bewaard</para>
      <para>en/of (desgevraagd) uitgeleverd aan de curator in het faillissement van de</para>
      <para>rechtspersoon [naam bedrijf];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 343 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 341 aanhef a onder 1 en 4 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 343 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of</para>
      <para>zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam bedrijf]
      </para>
      <para>op een of meer tijdstip(pen)</para>
      <para>in of omstreeks de periode van 10 oktober 2013 tot 1 juli 2016,</para>
      <para>te Rotterdam en/of elders in Nederland,</para>
      <para>(telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,</para>
      <para>welke rechtspersoon bij vonnis van de Rechtbank Rotterdam d.d. 29 juli 2014</para>
      <para>(D-030) in staat van faillissement is verklaard,</para>
      <para>(telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van</para>
      <para>genoemde rechtspersoon</para>
      <para>==(totaal) euro 274.563, in elk geval enig(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en)</para>
      <para>aan de boedel van genoemde rechtspersoon heeft/hebben onttrokken,</para>
      <para>en/of</para>
      <para>==niet heeft voldaan aan</para>
      <para>de op genoemde rechtspersoon [naam bedrijf]</para>
      <para>rustende verplichting ten opzichte van</para>
      <para>het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek</para>
    </parablock>
    <para>2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van</para>
    <parablock>
      <para>het Burgerlijk Wetboek</para>
      <para>en/of</para>
      <para>het bewaren en/of te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere</para>
      <para>gegevensdragers in dat/die artikel(en) bedoeld,</para>
      <para>immers</para>
      <para>was/werd niet de gehele administratie van genoemde rechtspersoon bewaard</para>
      <para>en/of (desgevraagd) uitgeleverd aan de curator in het faillissement van de</para>
      <para>rechtspersoon [naam bedrijf],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en),</para>
      <para>althans alleen, tot de/het vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of</para>
      <para>feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 341 ahf a sub 1 en 4 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 51 Wetboek van Strafrechter subsidiair</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>nog meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling</para>
      <para>mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam bedrijf],</para>
      <para>op een of meer tijdstip(pen)</para>
      <para>in of omstreeks de periode van 10 oktober 2013 tot 1 juli 2016,</para>
      <para>te Rotterdam en/of elders in Nederland,</para>
      <para>(telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,</para>
      <para>welke rechtspersoon bij vonnis van de Rechtbank Rotterdam d.d. 29 juli 2014</para>
      <para>(D-030) in staat van faillissement is verklaard,</para>
      <para>niet heeft voldaan aan</para>
      <para>de op genoemde rechtspersoon [naam bedrijf]</para>
      <para>rustende verplichting ten opzichte van</para>
      <para>het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2</para>
      <para>van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het</para>
      <para>Burgerlijk Wetboek</para>
      <para>en/of</para>
      <para>het bewaren en/of te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere</para>
      <para>gegevensdragers in dat/die artikel(en) bedoeld,</para>
      <para>immers</para>
      <para>was/werd niet de gehele administratie van genoemde rechtspersoon bewaard en/of</para>
      <para>(desgevraagd) uitgeleverd aan de curator in het faillissement van de</para>
      <para>rechtspersoon [naam bedrijf],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en),</para>
      <para>althans alleen, tot de/het vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of</para>
      <para>feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 51 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 340 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>meest subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of</para>
      <para>zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>aan hem, verdachte,</para>
      <para>als bestuurder van een rechtspersoon, te weten [naam bedrijf],</para>
      <para>welke rechtspersoon bij vonnis van de Rechtbank Rotterdam d.d. 29 juli 2014</para>
      <para>(D-030) in staat van faillissement is verklaard,</para>
      <para>op een of meer tijdstip(pen)</para>
      <para>in of omstreeks de periode van 10 oktober 2013 tot 1 juli 2016,</para>
      <para>te Rotterdam en/of elders in Nederland,</para>
      <para>te wijten is dat</para>
      <para>--niet is voldaan aan de volgens artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het</para>
      <para>Burgerlijk Wetboek en/of (in samenhang met) artikel 15i, eerste lid,</para>
      <para>Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek omschreven verplichtingen</para>
      <para>en/of</para>
      <para>--de boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers waarmee volgens</para>
      <para>artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel</para>
      <para>15i, eerste lid, Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek administratie is gevoerd</para>
      <para>en/of boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers die ingevolge</para>
      <para>artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel</para>
      <para>15i, eerste lid. Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek administratie zijn</para>
      <para>bewaard niet in ongeschonden staat te voorschijn zijn gebracht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers</para>
      <para>heeft hij, verdachte, geen (zodanige) administratie gevoerd en/of niet de</para>
      <para>(gehele) administratie (desgevraagd) uitgeleverd aan de curator in het</para>
      <para>faillissement van voornoemde rechtspersoon [naam bedrijf];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 342 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>