<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:5694</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T17:13:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/592705 / FA RK 20-1510</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2021-0172</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2021/308</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:5694">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:5694</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-22T10:56:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:5694 Rechtbank Rotterdam , 09-06-2021 / C/10/592705 / FA RK 20-1510</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:5694:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek op grond van artikel 1:412 BW. Vast staat dat het bestaan van de erfgenaam onzeker is. Er is daarmee voldaan aan het wettelijk criterium, zodat het verzoek wordt toegewezen. Verzoeker en de (overige) erfgenamen spreken daarop aanvullend af onder welke voorwaarden verzoeker daadwerkelijk over het erfdeel zal kunnen beschikken. Deze regeling is bedoeld om het wantrouwen bij (enkele) erfgenamen weg te nemen en om te voorkomen dat de onderlinge verhoudingen verslechteren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:5694:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/10/592705 / FA RK 20-1510</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 9 juni 2021 betreffende verzoek op grond van artikel 1:412 BW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoeker]
        </emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen verzoeker ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats verzoeker], </para>
      <para>advocaat mr. W.W.P. Mei te Hilversum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbenden in deze zaak zijn: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>I. <emphasis role="bold">[naam moeder]</emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen de moeder, </para>
      <para>zonder bekende woon-of verblijfplaats in Nederland of daarbuiten, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>II. <emphasis role="bold">[naam 1] , </emphasis></para>
      <para>hierna te noemen [naam 1] , </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>III. <emphasis role="bold">[naam 2] , </emphasis></para>
      <para>hierna te noemen [naam 2] , </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>IV. <emphasis role="bold">[naam 3] , </emphasis></para>
      <para>hierna te noemen [naam 3] , </para>
      <para>wonende te [woonplaats 3] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V. <emphasis role="bold">[naam 4]</emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen [naam 4] , </para>
      <para>wonende te [woonplaats 4] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 25 februari 2020. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 20 mei 2021. Daarbij zijn verschenen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>verzoeker, bijgestaan door zijn advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [naam 1] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [naam 2] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [naam 3] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
        [naam 4] en de moeder zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De vaststaande feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verzoeker is op [geboortedatum verzoeker] te [geboorteplaats verzoeker] geboren uit de moeder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft op 25 augustus 2010 de vermissing van de moeder gemeld bij de politie Rotterdam. Hiervan is een verklaring van vermissing opgemaakt<emphasis role="italic">. </emphasis>Ten tijde van de afgifte van deze verklaring op 27 november 2019 is uit onderzoek in de administratie van de politie gebleken dat de moeder nog steeds als vermist wordt beschouwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 28 mei 2018 is [naam 5] , de oma van verzoeker, te Paramaribo (Suriname) overleden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 10 maart 2019 is [naam 6] , opa van verzoeker, te Rotterdam overleden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het verzoek strekt ertoe verzoeker op grond van artikel 1:412 BW te machtigen om het recht uit te oefenen als erfgenaam van de nalatenschap van [naam 6] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam 1] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard in te stemmen met het verzoek. </para>
        <para>
          [naam 2] en [naam 3] hebben tijdens de mondelinge behandeling hun bezwaren tegen het verzoek naar voren gebracht.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 1:412 lid 1 BW kan de rechtbank een machtiging verlenen tot het uitoefenen van het recht van erfgenaam of legataris wanneer een erfdeel of legaat opkomt aan een persoon wiens bestaan onzeker is. De rechtbank stelt op grond van de hiervoor vermelde feiten vast dat aan dit wettelijke criterium is voldaan. [naam 2] en </para>
        <para>
          [naam 3] erkennen dit overigens ook. Het verzoek zal worden toegewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam 2] en [naam 3] sluiten niet uit dat de moeder nog steeds in leven is en dat zij op enig moment weer zal verschijnen. Zij vrezen dat verzoeker het erfdeel van de moeder voor die tijd zal hebben verbruikt. Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat de moeder in een dergelijk geval op grond van lid 3 van artikel 1:412 BW een vordering tot teruggave kan doen. </para>
        <para>Echter, omdat de verstandhouding tussen de betrokkenen bij deze procedure moeizaam is en door andere rechtszaken al op scherp staat, hebben zij tijdens de mondelinge behandeling een afspraak gemaakt om de bezwaren van [naam 2] en [naam 3] grotendeels te ondervangen. </para>
        <para>Omdat [naam 2] en [naam 3] tijdens de mondelinge behandeling de indruk wekten dat zij goed konden inschatten of [naam 4] ook instemt met de hierna vermelde overeenkomst, ligt het voor de hand dat zij haar vragen om haar instemming met de onder 3.5 vermelde overeenkomst schriftelijk te bevestigen aan verzoeker binnen twee weken na deze uitspraak.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Tussen verzoeker en [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] is overeengekomen dat:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het geldbedrag uit het erfdeel dat aan de moeder toekomt </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>op een derdenrekening van de boedelnotaris zal worden gestort </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>waarna een termijn van drie jaar gaat lopen</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>en dat na afloop van die termijn van drie jaar het betreffende geldbedrag in bezit wordt gegeven aan en dus van de derdengeldrekening van de boedelnotaris wordt overgeschreven naar, verzoeker en [naam 4] , beiden voor de helft van dat geldbedrag. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>De rechtbank zal deze afspraak hierna in het dictum opnemen, omdat partijen het daarover eens zijn.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Gelet op de betrekkingen tussen de partijen zullen de kosten worden gecompenseerd in die zin, dat ieder de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verleent verzoeker machtiging tot de uitoefening van het recht van erfgenaam inzake het erfdeel dat aan de vermiste is opgekomen uit de nalatenschap van [naam 6] ;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>neemt op in deze beschikking de tussen verzoeker en [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] gemaakte afspraak, zoals opgenomen onder rechtsoverweging 3.5;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van deze procedure draagt.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Klomp, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Ligthart op 9 juni 2021.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag.</para>
        <para>Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden voor het instellen van hoger beroep.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>