<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:4606</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-27T10:06:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8876555 CV EXPL 20-41627</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:4606">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:4606</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-27T10:04:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:4606 Rechtbank Rotterdam , 12-03-2021 / 8876555 CV EXPL 20-41627</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:4606:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis in het incident - toewijzing van incidentele vonnis tot oproeping in vrijwaring.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:4606:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 8876555 CV EXPL 20-41627</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 12 maart 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis in het incident van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 1] en </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 2],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats eisers],</para>
      <para>eisers in de hoofdzaak,</para>
      <para>gedaagden in het incident,</para>
      <para>gemachtigde: mr. H.C.M. Kortman, <?linebreak?></para>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde], </para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het incident,</para>
      <para>gemachtigde: mr. P.A. van Lange.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘[eisers]’ en ‘[gedaagde]’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 11 november 2020;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring tevens conclusie van antwoord;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord in het incident;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de overgelegde bijlagen.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De vordering in de hoofdzaak</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [eisers] vorderen in de hoofdzaak dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling aan [eisers] van bedrag van € 14.000,- aan boete wegens het te laat leveren van een woning, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze boete vanaf 11 november 2020, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [eisers] leggen het volgende aan hun vordering ten grondslag. [gedaagde] is zijn verplichting uit de koopovereenkomst om tijdig de woning te leveren niet nagekomen. [eisers] hebben daarop volgend [gedaagde] in gebreke gesteld, zodat [gedaagde] een boete is verschuldigd van 3% per dag. Gelet op de zodanig lang verlopen leveringstermijn is [gedaagde] aan [eisers] inmiddels de op 10% vastgestelde maximale boete van € 14.000,- verschuldigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>De vordering en het verweer in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [eiser 3] vordert dat hem wordt toegestaan [naam], gewezen echtgenote van [eiser 3] (hierna: [naam]), in vrijwaring te dagvaarden, teneinde op de eis tot vrijwaring te antwoorden en voort te procederen, tegen een door de kantonrechter te bepalen terechtzitting.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [eiser 3] legt hieraan onder meer het volgende ten grondslag. [eiser 3] wordt aangesproken tot het betalen van een boete op grond van een te late overdracht van een woning. Deze vertraging is veroorzaakt doordat [naam] niet (tijdig) heeft meegewerkt aan de overdracht van de woning. [eiser 3] kan [naam] daardoor aanspreken wegens toerekenbare tekortkoming, althans onrechtmatige daad jegens hem. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [gedaagden] verzetten zich tegen de vordering bij incident en voeren daartoe - kort weergegeven - het volgende aan. [eiser 3] heeft het één en ander niet bij de notaris willen regelen en heeft de zaak voor zich uitgeschoven. Hij heeft slechts voor het eerst zijn ex-echtgenote aangeschreven op de laatste dag van de ingebrekestelling. De gemachtigde van [eiser 3] heeft ten onrechte gesteld dat er een kort geding tegen [naam] is aangevraagd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Voor toewijzing van een vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat uit de stellingen van [gedaagde] voortvloeit dat, indien in de hoofdzaak een voor hem nadelige beslissing wordt gegeven, hij op [naam] op grond van een tussen hen bestaande rechtsverhouding een verhaalsrecht kan hebben. Het bestaan van deze rechtsverhouding hoeft in dit vrijwaringsincident niet vast komen te staan. Of die rechtsverhouding daadwerkelijk bestaat is iets dat in de vrijwaringsprocedure aan de orde komt.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Gelet op de in deze procedure ingenomen stellingen van [gedaagde], valt niet uit te sluiten dat wanneer in de hoofdzaak wordt geoordeeld dat [gedaagde] gehouden is tot betaling van enig bedrag, hij een verhaalsrecht heeft op [naam]. Het verweer van [eisers] dat [gedaagde] het aan zich zelf te wijten heeft dat hij een boete moet betalen doet daar niet aan af. [gedaagde] ontkent dit immers en stelt dat het [naam] was die voor de vertraging heeft gezorgd omdat zij niet snel genoeg op de oproepen van hem en de notaris reageerde. De vordering van [gedaagde] om [naam] in vrijwaring op te mogen roepen wordt daarom toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De kantonrechter houdt de beslissing over de kostenveroordeling in het incident aan tot in de hoofdzaak wordt beslist.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de incidentele vordering van [eiser 3] tot oproeping in vrijwaring toe;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>staat [eiser 3] toe om [naam] in vrijwaring op te roepen voor de openbare terechtzitting van <emphasis role="bold">woensdag 31 maart 2021 om 10:00 uur</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>reserveert de beslissing omtrent de kostenveroordeling in het incident tot de eindbeslissing in de hoofdzaak;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van <emphasis role="bold">dinsdag 6 april 2021 om 13:30 uur</emphasis> voor beraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>44236</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>