<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:4479</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-03T12:00:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8915689</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:4479">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:4479</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-25T16:43:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:4479 Rechtbank Rotterdam , 28-05-2021 / 8915689</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:4479:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onrechtmatige daad. Artikel 6:101 BW. Niet voldaan aan schadebeperkingsplicht. Schadevergoeding daarom niet toewijsbaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:4479:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8915689 CV EXPL 20-44708</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 28 mei 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats eiser],</para>
      <para>eiser, </para>
      <para>gemachtigde: mr. M.R.S. Nagessersing te Alphen aan den Rijn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde], </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.W. de Boer te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van: </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 2 december 2020;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord van 16 februari 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de door partijen overgelegde stukken, inclusief de door [eiser] bij zijn brief van 9 april 2021 ingediende stukken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het tussenvonnis van 1 maart 2021 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 19 april 2021.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De feiten</title>
    <para>De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in de wettelijke schuldsaneringsregeling bewindvoerder geweest van [naam 1] (hierna: ‘[naam 1]’).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [eiser] had op grond van een geldleningsovereenkomst een vordering op [naam 1] van € 45.000,00. [naam 2] (hierna: ‘[naam 2]’) schrijft in een e-mail aan [gedaagde] van 6 maart 2017:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Beste [gedaagde],</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Via deze weg het bewijs van openstaande vordering inzake [naam 1].</para>
        <para>Graag ontvang ik een bevestiging dat onze vordering is opgenomen.</para>
        <para>Alvast bedankt voor de moeite. Ik zie uw reactie graag tegemoet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Met vriendelijke groet,</para>
        <para>
          [naam 2]
        </para>
        <para>namens [eiser]</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>In de verificatievergadering in de schuldsaneringsregeling van [naam 1] is op 30 maart 2020 vastgesteld dat [eiser] recht heeft op een uitkering van € 21.620,08.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft [naam 2] gevraagd op welk bankrekeningnummer de uitkering aan [eiser] gestort kan worden. [naam 2] schrijft in een e-mail aan [gedaagde] van 2 april 2020:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bedrag kan worden gestort op rekening (…) t.n.v. [naam 3].</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de uitkering op het door [naam 2] genoemde bankrekeningnummer gestort.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [eiser] stelt dat [gedaagde] onzorgvuldig gehandeld heeft door klakkeloos het door [naam 2] genoemde bankrekeningnummer van [naam 3] te gebruiken om zijn uitkering uit de schuldsaneringsregeling van [naam 1] op te storten. Door [gedaagde] is hiermee onrechtmatig gehandeld jegens [eiser]. [eiser] vordert dit voor recht te verklaren en [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de schade die hij ([eiser]) daardoor lijdt: zijn uitkering van € 21.620,08, met rente (€ 202,02 tot aan het uitbrengen van de dagvaarding, en € 991,20 aan buitengerechtelijke incassokosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer tegen de vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Voor zover voor de beoordeling van belang, wordt hierna ingegaan op de stellingen waarmee [eiser] en [gedaagde] de vordering en het verweer daartegen onderbouwen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De kantonrechter gaat er voor de beoordeling van deze zaak van uit dat [gedaagde] inderdaad onrechtmatig gehandeld heeft jegens [eiser] en dat hij ([gedaagde]) daarom verplicht is de schade die [eiser] daardoor lijdt te vergoeden. Of [gedaagde] echt iets te verwijten valt kan gelet op het volgende in het midden blijven en zal dus niet beoordeeld worden. Welk belang [eiser], los van de schadevergoeding die daarvan het gevolg moet zijn, heeft bij een afzonderlijke verklaring voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig jegens hem gehandeld heeft, legt [eiser] niet uit en de kantonrechter ziet dat belang ook niet. Die verklaring voor recht is daarom niet toewijsbaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Als op [gedaagde] een wettelijke verplichting tot schadevergoeding rust, en zoals onder 4.1 overwogen wordt ervan uitgegaan dat dit in deze zaak zo is, is [eiser] als benadeelde verplicht de schade te beperken voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd. Voldoet [eiser] niet aan deze verplichting, kan dit tot gevolg hebben dat de schade die [gedaagde] aan [eiser] moet vergoeden op grond van artikel 6:101 Burgerlijk Wetboek wordt verminderd. De grenzen van deze verplichting van [eiser] worden bepaald door de redelijkheid en zijn afhankelijk van de omstandigheden van het geval. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De schadevergoedingsverplichting van [gedaagde] wordt op grond van het voorgaande verminderd tot nul. [gedaagde] hoeft dus niets aan [eiser] te betalen. De kantonrechter komt tot dit oordeel, het oordeel dat [eiser] niet aan zijn schadebeperkingsplicht heeft voldaan, omdat [naam 2] in deze kwestie door [eiser] volledig buiten beeld wordt gelaten. Aan haar is geen uitleg gevraagd over waarom zij het rekeningnummer van [naam 3] aan [gedaagde] heeft doorgegeven en evenmin is, als sprake is van diefstal van het geld door [naam 2], aangifte tegen haar gedaan. Stukken waaruit het tegendeel blijkt zijn in ieder geval niet in het geding gebracht. [eiser] verklaart een en ander door aan te voeren dat hij geen zin heeft in ellende en/of represailles, maar waarom hij hier bang voor zou moeten zijn als hij [naam 2] aanspreekt, legt hij niet uit en onderbouwt hij ook niet. [eiser] heeft [naam 2], een collega uit het café, in 2017 gevraagd zijn vordering op [naam 1] per e-mail in te dienen bij [gedaagde] en zelfs in zijn dagvaarding noemt [eiser] [naam 2] nog zijn secretaresse. Hiermee wordt, ook bij de kantonrechter, sterk de indruk gewekt dat [naam 2] optreedt in opdracht van [eiser]. Het is een kleine moeite, [naam 2] en [eiser] gingen toch immers (ooit) goed met elkaar om, om vóór deze hele zaak op gang te brengen, [naam 2] om uitleg te vragen en/of aangifte tegen haar te doen. Door dit na te laten, laadt [eiser] de verdenking op zich dat hij met [naam 2] (en/of [naam 3]) onder één hoedje speelt, ten koste van [gedaagde]. Deze verdenking staat in de weg aan toewijzing van een schadevergoeding.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De vordering van [eiser] is dus niet toewijsbaar. [eiser] is de in het ongelijk gestelde partij. Hij wordt daarom veroordeeld in de (na)kosten van de procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Dit vonnis wordt zoals [gedaagde] vordert wat de proceskostenveroordeling betreft ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat als in hoger beroep wordt gegaan tegen dit vonnis, [eiser] in de tussentijd wel alvast aan die veroordeling moet voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>- wijst de vordering van [eiser] af;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van [gedaagde] vastgesteld op € 996,00 aan salaris voor zijn gemachtigde (2 punten van € 498,00 per punt) en voor het geval [eiser] niet binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis vrijwillig aan deze veroordeling voldoet, begroot op € 120,00 aan nasalaris, te vermeerderen met betekeningskosten als betekening van dit vonnis plaatsvindt, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf veertien dagen na het wijzen van dit vonnis tot aan de dag van de algehele betaling;</para>
    <para />
    <para>- verklaart dit vonnis wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>686</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>