<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:4298</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-17T15:51:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/607407 / HA ZA 20-1070</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:4298">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:4298</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-17T15:51:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:4298 Rechtbank Rotterdam , 12-05-2021 / C/10/607407 / HA ZA 20-1070</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:4298:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verkoop van een gemeenschappelijke woning. De broer en de zus hebben destijds de woning samen gekocht. De broer is in gemeenschap van goederen getrouwd geweest met gedaagde 2. Eiseres (de zus) is eigenaar van de onverdeelde helft van de woning en gedaagden ieder voor een onverdeeld kwart. Tegen gedaagde 1 (de broer) is verstek verleend. De rechtbank gelast gedaagden om medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:4298:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7ae10552-435a-4f9a-86c0-14608eb6b7ca" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="9795b06b-df2b-476c-b770-342dcccea582" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/607407 / HA ZA 20-1070</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 12 mei 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats eiseres] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. M.M.M. Heesmans,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>
      [naam gedaagde 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde 1] ,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[naam gedaagde 2]</emphasis>,</para>
      <para>wonende op een geheim adres,</para>
      <para>advocaat mr. V. Vos,</para>
      <para>gedaagden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna eiseres, gedaagde 1 en gedaagde 2 worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding, met producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tegen gedaagde 1 verleende verstek,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord van gedaagde 2,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de toestemming van de verschenen partijen om vonnis te wijzen zonder dat eerst een mondelinge behandeling wordt gehouden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het gaat hier kort gezegd om de verdeling van een gemeenschap (een woning) tussen eiseres (de zus), gedaagde 1 (haar broer) en gedaagde 2 (de voormalige echtgenote van gedaagde 1). De broer en de zus hebben destijds de woning samen gekocht. Uit hun echtscheidingsbeschikking blijkt dat gedaagde 1 en 2 in gemeenschap van goederen (naar Nederlands recht) gehuwd zijn geweest. Eiseres is eigenaar van de onverdeelde helft van de woning en gedaagden ieder voor een onverdeeld kwart.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Voor wat betreft gedaagde 1 komt het gevorderde grotendeels niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal dit in zoverre worden toegewezen, behoudens het navolgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De gevorderde dwangsom komt geraden voor jegens gedaagde 1 en zal worden toegewezen, zij het niet volledig. Een dwangsom is onnodig ter zake van de door gedaagde 1 te verrichten <emphasis role="italic">rechtshandelingen</emphasis>, nu immers ook al beslist zal worden dat onderhavig vonnis zo nodig in de plaats zal treden van de rechtshandelingen die gedaagde 1 moet verrichten. De dwangsom zal daarom slechts gesteld worden op de <emphasis role="italic">feitelijke handelingen</emphasis> die gedaagde 1 moet verrichten. De rechtbank zal de dwangsom opleggen ter zake van de deelvorderingen IV, V (die geen vordering tot betaling van een geldsom aan eiseres is, zodat ook hier een dwangsom mogelijk is) en VIII. </para>
        <para>De rechtbank zal bepalen dat het gevorderde maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 10.000 geldt voor alle deelvorderingen tezamen, en dus niet voor iedere deelvordering afzonderlijk.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het vonnis kan niet de (gehele) notariële leveringsakte vervangen, nu de woning geleverd moet worden aan een derde. Een vonnis dat een notariële leveringsakte vervangt, kan immers slechts worden gewezen tussen degenen die partij zijn in de onderhavige procedure. Wel zal de rechtbank bepalen dat het vonnis in de plaats zal treden van de rechtshandelingen die gedaagde 1 moet verrichten voor de totstandkoming van de notariële leveringsakte. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Eiseres vordert veelvuldig “<emphasis role="italic">te bepalen</emphasis>” dat gedaagde 1 moet meewerken aan verkoop van de woning aan een derde. De rechtbank acht deze term onvoldoende duidelijk. Ter voorkoming van eventuele executieproblemen zal de rechtbank (waar nodig) in plaats daarvan gedaagde 1 “<emphasis role="italic">gelasten</emphasis>” om zijn medewerking te verlenen. Hierdoor wordt het risico verminderd dat de deurwaarder weigert medewerking te verlenen aan de gedwongen tenuitvoerlegging van het vonnis, respectievelijk aan het incasseren van een verbeurde dwangsom. In dit oordeel weegt de rechtbank mee dat zij bij een verdeling van een gemeenschap niet gebonden is aan hetgeen gevorderd is (HR 17 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2631).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Eiseres vordert dat beide gedaagden samen de helft van de verkoopkosten moeten dragen. Er valt echter niet zonder meer in te zien waarom gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn om elkaars aandeel in de (eventuele) verkoopkosten van de woning te dragen. De rechtbank zal bepalen dat ieder van gedaagden afzonderlijk een kwart van die kosten moet dragen. Hetzelfde oordeel geldt voor de verdeling van de eventuele overwaarde van de woning, respectievelijk <emphasis role="italic">toerekening</emphasis> van de schuld bij een eventuele onderwaarde (een schuld is geen goed en kan dus niet <emphasis role="italic">verdeeld</emphasis> worden). De rechtbank zal niet aan gedaagden samen de helft toedelen/toerekenen, maar aan ieder van hen afzonderlijk een kwart.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De proceskosten tussen eiseres 1 en gedaagde 1 zullen, gelet op hun relatie, worden gecompenseerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Wat betreft gedaagde 2 wordt als volgt geoordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De oordelen in de rechtsoverwegingen 2.4, 2.5, en 2.6 gelden ook jegens gedaagde 2. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Gedaagde 2 stemt grotendeels in met het gevorderde maar zij voert aan dat het gevorderde onder punt III tot en met XII jegens haar niet hoeft te worden toegewezen. Gedaagde 2 voert daartoe aan dat zij te allen tijde bereid is geweest om te voldoen aan het gevorderde, dat zij dus ten onrechte in rechte is betrokken en dat ook een dwangsom onnodig is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Dit verweer slaagt deels. Niet valt in te zien waarom aan gedaagde 2, die kennelijk steeds bereid was tot medewerking aan verkoop van de woning, een dwangsom zou moeten worden opgelegd. Voor het overige gaat de rechtbank aan het verweer van gedaagde 2 voorbij. Gedaagde 2 is terecht in rechte betrokken omdat zij deelgenoot is in een gemeenschap. Alle deelgenoten dienen in rechte betrokken te worden in een procedure over verdeling van een gemeenschap, omdat tussen hen sprake is van een processuele ondeelbare rechtsverhouding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>De proceskosten tussen eiseres en gedaagde 2 zullen, als over en weer deels in het ongelijk gesteld, worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>I. 	gelast gedaagden om medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning, staande en gelegen aan de [adres ] ;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>II. 	gelast gedaagden om [naam bedrijf] . te [adres bedrijf] de opdracht te verstrekken de woning te taxeren, de vraagprijs te bepalen en de woning te verkopen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>III. 	gelast gedaagden hun volledige medewerking te verlenen aan het verkopen van de woning en om een verkoopopdracht te verstrekken aan de onder II genoemde makelaar;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>IV. 	beveelt gedaagde 1 de makelaar met potentiële koper(s) toegang te verschaffen tot de woning in het kader van bezichtigingen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>V. 	bepaalt dat van de kosten van dienstverlening door de makelaar eiseres de helft dient te dragen, gedaagde 1 een kwart en gedaagde 2 eveneens een kwart;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>VI. 	gelast gedaagden met een op de woning uitgebracht bod in te stemmen, indien de makelaar oordeelt dat een door een potentiële gegadigde gedaan bod redelijk is;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>VII. 	gelast gedaagden om te de woning zo spoedig mogelijk na verkoop te leveren aan de koper(s);</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>VIII. 	beveelt gedaagde sub 1 om de woning ten minste vijf dagen voor de datum van</para>
        <para>levering aan koper(s) geheel ontruimd en schoon opgeleverd te verlaten;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>IX. 	gelast gedaagden hun medewerking verlenen aan levering van de woning aan</para>
        <para>de koper(s) door op eerste verzoek van de notaris een volmacht om te komen tot</para>
        <para>levering af te geven;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>X. 	deelt van de eventuele overwaarde de helft toe aan eiseres, een kwart aan gedaagde 1 en een kwart aan gedaagde 2 en rekent van de eventuele onderwaarde de helft toe aan eiseres, een kwart aan gedaagde 1 en een kwart aan gedaagde 2;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XI. 	bepaalt dat, wanneer gedaagden of één van hen weigert om de rechtshandelingen te verrichten die nodig zijn voor verkoop en levering van de woning aan een derde, onderhavig vonnis ex artikel 3:300 lid 1 en lid 2 BW jegens de weigerachtige gedaagde in de plaats treedt van de door die gedaagde te verrichten rechtshandelingen;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag of dagdeel dat gedaagde 1 in gebreke blijft te voldoen aan de vorderingen IV, V en VIII met een maximum van € 10.000,00 in totaal (dus niet € 10.000,00 per deelvordering);</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2021.<?linebreak?>3255/2517/1980 </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>