<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:3645</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-28T12:17:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-02-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">KTN-8770129_23042021</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:3645">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:3645</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-28T12:14:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:3645 Rechtbank Rotterdam , 18-02-2021 / KTN-8770129_23042021</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:3645:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering onbetaalde facturen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:3645:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 8770129 CV EXPL 20-4517</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 18 februari 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats eiser] , </para>
      <para>kantoorhoudende te [plaatsnaam] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>die procedeert in persoon, <?linebreak?></para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] , </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die procedeert in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 28 augustus 2020, met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het herstelexploot van 15 september 2020</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord van [gedaagde] , met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van repliek, met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de aantekeningen van de griffier van de mondelinge reactie van [gedaagde] .</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De vaststaande feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [eiser] heeft als advocaat aan [gedaagde] juridische bijstand verleend uit hoofde van een overeenkomst van opdracht. [eiser] heeft de volgende opdrachtbevestigingen aan [gedaagde] verzonden: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>opdrachtbevestiging 9 januari 2015 voor beëindiging samenleving; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>opdrachtbevestiging 16 maart 2015 voor vordering wederpartij € 5.000,-;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>opdrachtbevestiging 13 april 2015 voor beëindiging arbeidsovereenkomst;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>opdrachtbevestiging 17 juni 2015 voor kinderbijdrage; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>opdrachtbevestiging 25 januari 2016 voor hoger beroep vordering wederpartij € 5.000,-.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor de juridische diensten in 2015 is een honorarium van € 199,75 per uur in rekening gebracht en in 2016 € 202,50 per uur exclusief 5% kantoorkosten, btw (thans 21%) en verschotten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        [eiser] heeft [gedaagde] de navolgende facturen toegezonden voor de juridische bijstand: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>factuur d.d. 5 februari 2015, betreft beëindiging samenleving ad € 862,86; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>factuur d.d. 27 april 2015, betreft vordering wederpartij ad € 1.192,78;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>factuur d.d. 17 september 2015, betreft verweer kinderbijdrage ad € 1.040,52;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>factuur d.d. 14 oktober 2015, betreft verweer kinderbijdrage ad € 285,-;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>factuur d.d. 8 april 2016, betreft beëindiging arbeidsovereenkomst ad € 862,86;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>factuur d.d.14 april 2016, betreft hoger beroep vordering wederpartij ad € 314,-;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>factuur d.d. 16 oktober 2016, betreft verweer kinderbijdrage ad € 2.999,18;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>factuur d.d. 2 november 2017, betreft vordering wederpartij ad € 1.497,33;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>factuur d.d. 22 mei 2018, betreft beëindiging samenleving ad € 2.233,29;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>factuur d.d. 20 juli 2018, betreft beëindiging samenleving ad € 2.084,16;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>factuur d.d. 11 september 2018, betreft hoger beroep vordering wederpartij ad € 1.878,11;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>factuur d.d. 30 oktober 2018, betreft hoger beroep vordering wederpartij ad € 2.161,12;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>factuur d.d. 29 januari 2019, betreft hoger beroep vordering wederpartij ad € 2.010,57.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld: </para>
        <para>I. om aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van € 16.560,62 te betalen;</para>
        <para>II. om aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting de wettelijke rente te betalen over de bedragen van de openstaande declaraties vanaf de datum van opeisbaarheid, tot aan de dag van algehele voldoening; </para>
        <para>III. tot betaling van de proceskosten en in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [eiser] legt nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht voor juridische dienstverlening aan zijn vordering ten grondslag. De facturen zijn tot een bedrag € 16.560,62 onbetaald gelaten ondanks meerdere betalingsverzoeken door [eiser] . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft tot afwijzing van de vordering geconcludeerd en voert aan dat hij op 3 februari 2017 is overgestapt naar een andere advocaat. [gedaagde] betwist de verschuldigdheid van de gevorderde facturen. Hij heeft alle facturen van [eiser] betaald. [gedaagde] voert aan dat hij tot aan de dagvaarding geen betalingsherinnering van [eiser] heeft ontvangen. Op het adres [adres] woont zijn vader. [gedaagde] is in februari 2020 verhuisd. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat hij de aan [eiser] verschuldigde facturen heeft voldaan. Ter onderbouwing daarvan heeft hij bankafschriften overgelegd. [eiser] heeft in reactie hierop toegelicht dat hij alle betalingen van [gedaagde] , minus de betalingen die dubbel zijn overgelegd, met de betalingsachterstand heeft verrekend waarna er nog een bedrag van € 16.520,62 aan hoofdsom resteert. Door [gedaagde] is verder niet gesteld noch is anderszins gebleken dat hij de openstaande facturen heeft voldaan. Dit verweer wordt dan ook verworpen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De kantonrechter begrijpt voorts dat [gedaagde] zich op het standpunt stelt dat hij de facturen niet verschuldigd is, omdat hij uit onvrede over de diensten van [eiser] op 3 februari 2017 is overgestapt naar een andere advocaat en dat die advocaat van [eiser] had vernomen dat er geen facturen meer open stonden.. [eiser] stelt daarentegen dat hij geen bericht heeft ontvangen van een andere advocaat die zijn dienstverlening aan [gedaagde] heeft overgenomen en dat hij ook in 2017 juridische diensten voor [gedaagde] heeft verricht. Gelet op de betwisting van [eiser] had het op de weg van [gedaagde] gelegen om feiten en omstandigheden aan te dragen waaruit opgemaakt kan worden dat [eiser] na januari 2017 geen juridische diensten meer voor hem heeft verricht vanwege zijn overstap en dat zijn nieuwe advocaat van [eiser] had vernomen dat alle facturen van [eiser] waren voldaan. [gedaagde] heeft zijn stelling echter met geen enkel bewijsstuk onderbouwd, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat [gedaagde] daadwerkelijk is overgestapt naar een andere advocaat. Onder deze omstandigheden moet aan deze onvoldoende onderbouwde stelling dan ook voorbij worden gegaan.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Voor zover [gedaagde] zich erop beroept dat hij de facturen niet verschuldigd is doordat hij geen facturen en betalingsherinneringen heeft ontvangen, gaat dit niet op. [eiser] heeft in zijn conclusie van repliek gesteld dat alle brieven zijn verzonden naar het door [gedaagde] opgegeven adres. Het is de verantwoordelijkheid van [gedaagde] om bij een verhuizing zijn nieuwe adres door te geven. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] aan [eiser] zijn nieuwe adres heeft doorgegeven. Dit betekent dat [gedaagde] het aan zichzelf te wijten heeft dat hij niet op de hoogte was van facturen en aanmaningen. Overigens valt op dat uit de door [eiser] overgelegde uitdraai van de BRP volgt dat [gedaagde] op 18 oktober 2019 nog stond ingeschreven op het adres [adres] waar op 11 april 2017, 20 juni 2017, 11 juli 2017 en 25 juni 2019 betalingsherinneringen naartoe zijn gestuurd. De stelling van [gedaagde] dat zijn vader daar woont, maakt het voorgaande niet anders. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Nu uit hetgeen door [gedaagde] is aangevoerd en/of overgelegd niet kan worden afgeleid dat hij de door [eiser] gevorderde facturen heeft voldaan, zal worden uitgegaan van de juistheid van de stellingen van [eiser] en ligt het gevorderde bedrag van € 16.5260,62 voor toewijzing gereed. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen, nu daartegen geen nader verweer is gevoerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Aan [eiser] komt echter geen salaris voor de gemachtigde toe, nu hij voor zichzelf optreedt.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] aan [eiser] te betalen een bedrag van € 16.520,62 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dat bedrag vanaf de respectieve data van opeisbaarheid tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] vastgesteld op € 499,- aan griffierecht en € 86,85 aan dagvaardingskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW, ingaande 14 dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en indien [gedaagde] niet binnen 14 dagen na vandaag vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, te vermeerderen met € 124,- aan salaris, en een bedrag van € 68,00 aan betekeningskosten onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande 14 dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>35789</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>