<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:3044</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-08T08:54:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 21/191 en ROT 21/1195</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:3044">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:3044</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-08T08:53:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:3044 Rechtbank Rotterdam , 02-04-2021 / ROT 21/191 en ROT 21/1195</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:3044:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gecombineerde uitspraak zonder zitting: artikel 8:54 Awb in de hoofdzaak en artikel 8:83, derde lid, Awb in de voorlopige voorziening. Verzoek om schadevergoeding. Beschikking van de kinderrechter is geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, Awb is de bestuursrechter niet bevoegd. Nu de bestuursrechter onbevoegd is, betekent dit dat de voorzieningenrechter ook niet bevoegd is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:3044:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: ROT 21/191 en ROT 21/1195</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2021 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht alsmede uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:83, derde lid, van die wet in de zaken tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam verzoekster], te [woonplaats verzoekster], verzoekster,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, verweerder,</bridgehead>
    <para>gemachtigde: [naam].</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 13 januari 2021 heeft verzoekster de bestuursrechter verzocht verweerder te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 21.500,-. Deze zaak is geregistreerd onder nummer ROT 21/191.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 3 maart 2021 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht haar een voorschot op de gevraagde schadevergoeding toe te kennen. Deze zaak is geregistreerd onder zaaknummer ROT 21/1195.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De bestuursrechter doet met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. <?linebreak?>De voorzieningenrechter doet met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb eveneens uitspraak zonder zitting.</para>
    <para />
    <para>2. Bij brief van 2 december 2020 heeft verzoekster verweerder verzocht haar een schadevergoeding toe te kennen wegens gederfde kinderbijslag en kinderbudget in de periode van juli 2007 tot en met juli 2016 vanwege de uithuisplaatsing van haar dochter. </para>
    <para>De uithuisplaatsing is volgens verzoekster het gevolg van een onterechte beoordeling door verweerder.</para>
    <para />
    <para>3. Bij brief van 14 december 2020 heeft verweerder het verzoek afgewezen.</para>
    <para />
    <para>4. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb is de bestuursrechter bevoegd op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van:</para>
    <para>a.	een onrechtmatig besluit;</para>
    <para>b.	een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit;</para>
    <para>(…)</para>
    <para />
    <para>5. Vast staat dat de dochter van verzoekster bij beschikkingen van de kinderrechter uit huis is geplaatst. De door de kinderrechter afgegeven beschikkingen zijn geen besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb, is de bestuursrechter daarom niet bevoegd om het verzoek om schadevergoeding te beoordelen.</para>
    <para />
    <para>6. Nu de bestuursrechter in de hoofdzaak onbevoegd is, betekent dit dat de voorzieningenrechter ook niet bevoegd is. </para>
    <para />
    <para>7. Verzoekster dient zich met haar verzoek om schadevergoeding tot de civiele rechter te wenden.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bestuursrechter/voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, bestuursrechter/voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M.P. Meijer, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op <?linebreak?>2 april 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechter en de griffier zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier								rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen de uitspraak in de hoofdzaak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de bestuursrechter van deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. </para>
      <para>Tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>