<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:2238</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-18T12:38:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/613867 / JE RK 21-473</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:2238">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:2238</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-18T12:37:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:2238 Rechtbank Rotterdam , 09-03-2021 / C/10/613867 / JE RK 21-473</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:2238:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing ondertoezichtstelling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:2238:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens: C/10/613867 / JE RK 21-473</para>
      <para>datum uitspraak: 9 maart 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking ondertoezichtstelling</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam kind], </bridgehead>
    <para>geboren op [geboortedatum kind] 2017 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam moeder], </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder],</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam vader], </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader].</para>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van </para>
      <para>23 februari 2021, ingekomen bij de griffie op 23 februari 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 maart 2021 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- de moeder, bijgestaan door mr. W. van der Voet,</para>
    <para>- de vader,</para>
    <para>- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam 1],</para>
    <para>- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam </para>
    <para>  Rijnmond, hierna te noemen de GI, [naam 2].</para>
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam kind] woont bij de moeder.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek<?linebreak?>De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [naam kind] verzocht voor de duur van negen maanden.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft zich tijdens tijdens de mondelinge behandeling gerefereerd aan het oordeel van de kinderrechter. Er zijn zorgen over de relatie tussen de ouders en de gemoedstoestand van de moeder. Daarnaast zijn er zorgen met betrekking tot de draagkracht van de moeder en de uitkomst van het onderzoek van het Kennis- en Servicecentrum voor Diagnostiek (hierna: KSCD) naar het perspectief van de oudste twee kinderen van de moeder. Ondanks deze zorgen zijn er geen kindsignalen bij [naam kind] aanwezig. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>De standpunten</title>
    <para>De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren gebracht. [naam kind] is een sociaal meisje en ontwikkelt zich zowel op het kinderdagverblijf als thuis goed. Afgelopen zomer waren er zorgen over de opvoedingssituatie. De ouders hebben echter zelf hulp gevraagd en zij zijn gestart met mediation. Er worden geen kindsignalen bij [naam kind] gezien waardoor het lastig zal zijn om een ondertoezichtstelling uit te voeren. Verwacht wordt dat de ondertoezichtstelling geen meerwaarde zal hebben, maar slechts zal zorgen voor meer frustratie en stress bij de moeder. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. De noodzaak voor een ondertoezichtstelling ontbreekt. Er worden geen concrete zorgen met betrekking tot de ontwikkeling van [naam kind] genoemd. Zij ontwikkelt zich goed en vertoont geen kindsignalen. De zorgen die genoemd worden zijn gelegen het verleden. De ouders hebben echter een positieve ontwikkeling laten zien. Op één incident na heeft er geen huiselijk geweld plaatsgevonden. Daarnaast zijn de ouders gestart met mediation om de onderlinge communicatie te verbeteren. Verder is de moeder aangemeld bij de GGZ en volgt de vader al voor langere tijd behandelingen bij de Waag. De Raad maakt zich zorgen over de draagkracht van de moeder als het besluit van het KSCD-onderzoek zal vallen. Een ondertoezichtstelling is daarvoor echter niet noodzakelijk. Daarnaast is er voldoende toezicht vanuit andere hulpverlenende instanties. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader heeft zich tijdens de mondelinge behandeling aangesloten bij het standpunt van de moeder.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para>De kinderrechter kan, samengevat, een minderjarige onder toezicht stellen indien de minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige niet of onvoldoende wordt geaccepteerd door de ouder(s) met gezag.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er zorgen zijn over de opvoedingsomgeving waarin [naam kind] opgroeit. Er zijn al langere tijd zorgen over de onderlinge relatie tussen de ouders waarbij sprake is geweest van instabiliteit en onrust. Daarnaast zijn er zorgen met betrekking tot de draagkracht van de moeder. Er hebben meerdere ingrijpende gebeurtenissen in haar leven plaatsgevonden, waarbij met name de uithuisplaatsing van de oudste twee kinderen van de moeder veel weerslag heeft op de moeder en het gezin. Er zijn zorgen over de gemoedstoestand van de moeder wanneer de uitkomst van het KSCD-onderzoek met betrekking tot het perspectief van de oudste twee kinderen zal vallen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn echter geen directe zorgen over de ontwikkeling van [naam kind]. Zij ontwikkelt zich goed op school en er zijn geen kindsignalen aanwezig. Daarnaast komen er ten aanzien van de ouders protectieve factoren naar voren. De vader volgt behandeling bij de Waag, de moeder is aangemeld bij de GGZ en zij zijn gestart met mediation om de onderlinge communicatie te verbeteren. De ouders staan open voor hulpverlening en er is zicht in de opvoedingssituatie van [naam kind]. Gelet op deze omstandigheden en de adequate ontwikkeling van [naam kind] is de kinderrechter van oordeel dat geen sprake is van een zodanige ernstige ontwikkelingsbedreiging dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. De kinderrechter verwacht dat indien er in de komende periode hulpverlening voor [naam kind] nodig is, de ouders in staat zijn de hulp zelf te kunnen realiseren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat niet is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom het verzoek om [naam kind] onder toezicht te stellen afwijzen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2021 door mr. A.C. Enkelaar, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.A. Graven als griffier. </para>
              <para />
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 17 maart 2021.</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>Den Haag. </para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>