<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:1557</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-02T07:40:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-01-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8732755 CV EXPL 20-30483</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:1557">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:1557</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-02T07:39:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:1557 Rechtbank Rotterdam , 08-01-2021 / 8732755 CV EXPL 20-30483</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:1557:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering erkend. Betalingsonmacht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:1557:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 8732755 CV EXPL 20-30483</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 8 januari 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres]
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [plaats 1] ,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Armaere Incassospecialisten &amp; Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [gedaagde]
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [plaats 2] </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>vertegenwoordigd door: [naam gemachtigde] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 24 augustus 2020, met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord, met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het tussenvonnis van 19 oktober 2020 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte met een wijziging van eis van [eiseres] , met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 26 november 2020 via beeld- en geluidverbinding met het programma Skype voor bedrijven.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert – na wijziging van eis - dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan [eiseres] van € 10.899,89, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 9.242,18 vanaf 20 november 2020 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [eiseres] stelt dat partijen een overeenkomst zijn aangegaan op grond waarvan [eiseres] diensten heeft verleend voor [gedaagde] , onder meer met betrekking tot octrooiaanvragen. [eiseres] heeft nakoming van deze overeenkomst aan haar vordering ten grondslag gelegd. Uit hoofde van deze overeenkomst moet [gedaagde] nog enkele facturen aan [eiseres] betalen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de vordering erkend, maar beroept zich op betalingsonmacht. Pas als zij investeerders heeft gevonden of voldoende producten heeft verkocht, kunnen de facturen alsnog worden voldaan. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3.</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] de gewijzigde vordering erkend. De door [gedaagde] gestelde financiële omstandigheden ontslaan haar niet van haar betalingsverplichting jegens [eiseres] . De vordering tot betaling van de hoofdsom van € 9.242,18 wordt daarom toegewezen.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen, nu daartegen geen  verweer is gevoerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [eiseres] maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. De kantonrechter stelt tevens vast dat [eiseres] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten wordt conform het Besluit vastgesteld op € 837,11<emphasis role="italic">. </emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, waaronder een bedrag aan nakosten. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4.</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] aan [eiseres] te betalen € 10.899,89, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW over € 9.242,18 vanaf 20 november 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] vastgesteld op € 499,- aan griffierecht, € 87,99 aan dagvaardingskosten en € 720,- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en indien [gedaagde] niet binnen 14 dagen na vandaag vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, te vermeerderen met € 120,- aan nakosten en de kosten van betekening voor zover betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>43416</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>