<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:13742</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-14T15:29:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/621309 HO RK 21/232 en C/10/621318 HO RK 21/233</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=371&amp;g=2021-01-01">Faillissementswet 371</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:13742">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:13742</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-14T15:28:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:13742 Rechtbank Rotterdam , 01-11-2021 / C/10/621309 HO RK 21/232 en C/10/621318 HO RK 21/233</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:13742:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WHOA-zaak. Intrekken aanwijzing herstructureringsdeskundige en opheffing afkoelingsperiode.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:13742:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">intrekken aanwijzing herstructureringsdeskundige en opheffing afkoelingsperiode</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummers: C/10/621309/ HO RK 21/232 en C/10/621318/ HO RK 21/233</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraakdatum: 1 november 2021 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ambtshalve beschikking tot opheffing afkoelingsperiode en beschikking op het ingekomen verzoek van mr. H.M.D. Bentfort van Valkenburg, herstructureringsdeskundige in de besloten akkoordprocedure van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>
      </para>
      <para>statutair gevestigd te [vestigingsplaats] , </para>
      <para>verzoekster, </para>
      <para>advocaat: mr. L.P.J. Krijgsman en mr. B.J. Agteresch, beiden kantoorhoudende te Hardinxveld-Giessendam,</para>
      <para>hierna te noemen: verzoekster</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verzoekster heeft op 1 juli 2021 een verklaring ex artikel 370 lid 3 Faillissementswet (Fw) ter griffie gedeponeerd. Bij beschikking van 20 juli 2021 is mr. H.M.D. Bentfort van Valkenburg aangewezen als herstructureringsdeskundige, en is tegelijkertijd een afkoelingsperiode gelast voor de duur van vier maanden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij beschikking van 27 augustus 2021 is het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en die van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten vastgesteld op € 14.000 exclusief BTW en is bepaald dat die kosten ten laste van verzoekster komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 11 oktober 2021 heeft de herstructureringsdeskundige verzocht om intrekking van zijn aanwijzing, met vaststelling van zijn salaris op € 10.425,- exclusief BTW. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 14 oktober 2021 heeft de rechtbank verzoekster in de gelegenheid gesteld haar zienswijze te geven op voornoemd verzoek en op het voornemen van de rechtbank de afkoelingsperiode ambtshalve op te heffen. Nadat verzoekster uitstel had gevraagd en verkregen voor deze reactie heeft verzoekster bij </para>
        <para>e-mailbericht van 25 oktober 2021 de rechtbank meegedeeld dat zij geen verweer zal voeren en dat wordt afgezien van de mogelijkheid tot het indienen van haar zienswijze . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Uit hetgeen de herstructureringsdeskundige naar voren heeft gebracht wordt voldoende duidelijk dat het voor de herstructureringsdeskundige niet mogelijk is om een akkoord tot stand te brengen. Nu verzoekster geen nadere zienswijze heeft ingediend die tot een andere conclusie zou moeten leiden, zal de rechtbank conform het verzoek van de herstructureringsdeskundige diens aanwijzing intrekken en het salaris definitief vaststellen op € 10.425,- exclusief BTW. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Nu de aanwijzing van de herstructureringsdeskundige is ingetrokken en gesteld noch gebleken is dat nog langer aan de voorwaarden van artikel 376 lid 1 en lid 4 Fw is voldaan, zal de rechtbank overgaan tot opheffing van de afkoelingsperiode.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- trekt in de aanwijzing van mr. H.M.D. Bentfort van Valkenburg als herstructurerings-deskundige in de besloten akkoord procedure van [verzoekster] ;</para>
    <para />
    <para>- stelt het salaris van de herstructureringsdeskundige definitief vast op € 10.425,- exclusief BTW;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat voornoemd salaris ten laste van [verzoekster] komt;</para>
    <para />
    <para>- heft op de afkoelingsperiode, zoals gelast bij beschikking van 20 juli 2021.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. F. Damsteegt-Molier, voorzitter, mr. M.D.E. Leppens en mr. B.A. Cnossen, rechters en in aanwezigheid van mr. A.M. Pieters-Boelhouwer, griffier, in het openbaar uitgesproken op 1 november 2021. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier is buiten </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">staat deze beschikking</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">mede te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>