<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:13741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-14T15:24:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/621309 HO RK 21/232</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;g=2021-01-01">Faillissementswet</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:13741">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:13741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-14T15:23:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:13741 Rechtbank Rotterdam , 27-08-2021 / C/10/621309 HO RK 21/232</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:13741:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WHOA-zaak. Vaststellen budget herstructureringsdeskundige</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:13741:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="0130b4e8-ef1d-4a68-ad2c-82cd26bf97ce" depth="2" width="526" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>Team insolventie - meervoudige kamer Locatie: Rotterdam</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vaststellen budget herstructureringsdeskundige</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummer: C<emphasis role="italic">l</emphasis>10/621309 /HO RK 21/232</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraakdatum: 27 augustus 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking in de besloten akkoordprocedure van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] ,</emphasis>
      </para>
      <para>statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. L.P.J. Krijgsman en mr. B.J. Agteresch, beiden kantoorhoudende te Hardinxveld-Giessendam,</para>
      <para>hierna te noemen: [verzoekster] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [verzoekster] heeft op 1 juli 2021 ter griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 Faillissementswet (Fw) gedeponeerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In de openingsbeslissing d.d. 20 juli 2021 zijn de bevoegdheid van deze rechtbank en de keuze voor een besloten akkoordprocedure vastgesteld, en is mr. H.M.D. Bentfort van Valkenburg aangewezen als herstructureringsdeskundige. In deze beschikking zijn de kosten van de herstructureringsdeskundige begroot op het in de offerte genoemde bedrag(€ 10.000</para>
        <para>exclusief BTW) en is bepaald dat de kosten ten laste komen van [verzoekster] en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de herstructureringsdeskundige voor de aanvang van zijn werkzaamheden zekerheid dient te stellen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij brief van 27 juli 2021 heeft de herstructureringsdeskundige aangekondigd dat hij het wenselijk acht een derde in te schakelen, financieel adviseur de heer [naam] De herstructureringsdeskundige heeft verzocht de vaststelling van een verhoging van zijn kosten, overeenkomstig de nieuwe begroting</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De rechtbank heeft [verzoekster] ex artikel 371lid 10 Fw jo. lid <emphasis role="italic">5 </emphasis>Fw om een zienswijze gevraagd. [verzoekster] heeft gesteld dat zij niet inziet waarom een financieel deskundige nodig is maar zich in dat verband refereert aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In de bij het verzoekschrift tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige overgelegde offerte heeft de herstructureringsdeskundige reeds opgemerkt dat mogelijk behoefte zal zijn aan de inschakeling van een externe financieel adviseur. Uit het verzoek van de herstructureringsdeskundige en de daarbij overgelegde offerte van de heer [naam] kan genoegzaam worden afgeleid waarom de inschakeling van een financieel adviseur is geïndiceerd. Het gaat daarbij in het bijzonder om het bepalen van de liquidatiewaarde en de reorganisatiewaarde van de onderneming.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De door de herstructureringsdeskundige gegeven begroting van de heer [naam] komt de rechtbank, mede in het licht van het daaraan gekoppelde plan van aanpak, niet onredelijk voor. De rechtbank zal het budget dienovereenkomstig vaststellen (€ 4.000 exclusief BTW). Nu in het dictum van de beschikking van 20 juli 2021 nog geen bedrag is genoemd, zal de rechtbank het budget thans vaststellen op€ 14.000 (€ 10.000 (zie onder 1.2) plus€ 4.000).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en die van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten vast op</para>
      <para>€ 14.000,- exclusief BTW;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat voornoemde kosten ten laste van [verzoekster] komen, en dat [verzoekster] voor de betaling daarvan ten genoegen van de herstructureringsdeskundige zekerheid dient te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. F. Damsteegt-Molier, voorzitter, mr. M.D.E. Leppens en mr. B.A Cnossen, rechters, en is in aanwezigheid van mr. M.H.M. Houben, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2021.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>