<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:13441</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-23T11:16:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/626191 / KG ZA 21-836 (voorlopige voorziening) C/10/626166 / FA RK 21-7326 (beroep)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:13441">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:13441</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-23T11:15:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:13441 Rechtbank Rotterdam , 01-10-2021 / C/10/626191 / KG ZA 21-836 (voorlopige voorziening) C/10/626166 / FA RK 21-7326 (beroep)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:13441:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>“Door verweerder is niet inzichtelijk gemaakt dat er op het moment dat het bestreden besluit genomen werd een ernstig gevaar bestond voor achterblijfster. Gelet daarop is het beroep gegrond en zal het bestreden besluit worden vernietigd.”</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:13441:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Reg.nrs.: C/10/626191 / KG ZA 21-836 (voorlopige voorziening)</para>
      <para>               C/10/626166 / FA RK 21-7326 (beroep)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Procesverbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">1 oktober 2021 op het verzoek om voorlopige voorziening en het beroep in de zaken tussen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoeker]
        </emphasis>, verzoeker,</para>
      <para>wonende te [adres verzoeker] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de burgemeester van de gemeente Brielle</emphasis>, verweerder, </para>
      <para>gemachtigde P. Tanis, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in welke zaken belanghebbende is:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam partner]
        </emphasis>, de partner van verzoeker,</para>
      <para>wonende op voormeld adres,</para>
      <para>hierna achterblijfster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ontstaan en loop van de procedure</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 27 september heeft verweerder een huisverbod opgelegd aan verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 27 september 2021 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit). Tevens heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2021. Aanwezig waren:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> verzoeker; </para>
      <para> verweerder, vertegenwoordigd door de gemachtigde;</para>
      <para> Veilig Thuis, vertegenwoordigd door [naam] .<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart het beroep gegrond, </para>
      <para> vernietigt het bestreden besluit geheel,</para>
      <para> wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Overwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<emphasis role="italic">	Weergave bestreden besluit en verzoek en beroep</emphasis><?linebreak?></para>
    <para>1.1.	Bij het bestreden besluit heeft verweerder aan verzoeker een huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen op grond van de Wet tijdelijk huisverbod (hierna: Wth). Verweerder heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de aanwezigheid van verzoeker in de woning van achterblijfster (een vermoeden van) een ernstig en onmiddellijk gevaar (hierna: het gevaar) oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2.	Het verzoek strekt ertoe de rechtsgevolgen van het bestreden besluit te schorsen voor de resterende duur van het bestreden besluit.<?linebreak?>Het beroep strekt ertoe het bestreden besluit te vernietigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">2 Kortsluiten </bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), voor zover hier van belang, kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb kan, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan indien beroep bij de rechtbank is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting, bedoeld in artikel 8:83, eerste lid, van de Awb, nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, hij onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, zodat hij onmiddellijk uitspraak zal doen op het beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <bridgehead role="bold">
      <nr>3</nr>Spoedeisend belang	</bridgehead>
    <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat sprake is van een spoedeisend belang, zodat verzoeker kan worden ontvangen in zijn verzoek. Het feit dat het huisverbod nog van kracht is, brengt spoedeisendheid met zich. </para>
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <?linebreak?>4.Beoordeling gronden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Verzoeker voert aan dat er geen ernstig en onmiddellijk gevaar voor achterblijfster bestond op het moment dat verweerder het bestreden besluit nam. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wth, voor zover hier van belang, kan de burgemeester een huisverbod opleggen aan een persoon indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat diens aanwezigheid in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven of indien op grond van feiten of omstandigheden een ernstig vermoeden van dit gevaar bestaat. Het verbod geldt voor een periode van tien dagen, behoudens verlenging overeenkomstig artikel 9 van de Wth. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter beoordeelt vol of het gevaar blijkt uit de door verweerder geduide feiten of omstandigheden. Als blijkt van dat gevaar, dan was verweerder bevoegd een huisverbod op te leggen. Daarna beoordeelt de rechter terughoudend of verweerder, alle belangen afwegend, in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van die bevoegdheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Uit de stukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de aanleiding voor het bestreden besluit een incident was waarbij achterblijfster ruzie begon te maken met verzoeker over het ogenschijnlijk normale gebruik van zijn telefoon. Tijdens dit incident is er niet alleen sprake geweest van verbaal contact tussen verzoeker en achterblijfster. Er was van beide kanten ook fysiek contact. Verzoeker heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard en met een door hem gemaakt filmpje onderbouwd dat hij achterblijfster heeft gevraagd te stoppen. Achterblijfster heeft dit uiteindelijk ook gedaan en is naar een vriendin vertrokken. Door verweerder is niet inzichtelijk gemaakt dat er op dat moment een ernstig gevaar bestond, ook niet specifiek voor een wurging van achterblijfster. Er onderbreekt een onderbouwing voor de stelling dat dit heeft plaatsgevonden, bijvoorbeeld een foto van letsel in de vorm van een verkleuring van de huid waar de wurging plaatsvond. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het voorgaande betekent dat het beroep gegrond is. De voorzieningenrechter zal het bestreden besluit vernietigen en de rechtsgevolgen van het bestreden besluit niet in stand laten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Omdat de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak doet in de hoofdzaak, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter zal geen beslissing nemen over kosten die verzoeker heeft gemaakt. In de eerste plaats verzoekt verzoeker dit niet. In de tweede plaats heeft hij tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat als het huisverbod nu stopt, hij nu (tijdens de mondelinge behandeling) geen vergoeding verlangt van kosten die hij heeft moeten maken. In de derde plaats heeft hij het maken van kosten niet onderbouwd, bijvoorbeeld door facturen van deze overnachtingen te laten zien. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Tot slot vermeldt de rechtbank dat verzoeker tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard zeer graag gebruik te maken van het aanbod van verweerder om te bemiddelen tussen verzoeker en achterblijfster, en graag in mediation te willen met achterblijfster. Veilig Thuis ( [naam] ) bleek in vergaande mate bereid verzoeker en achterblijfster hierbij te helpen.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Aldus gedaan door mr. J.J. Klomp, voorzieningenrechter, en door deze en mr. R. Jelicic, griffier, ondertekend.</para>
                <para />
                <para>De griffier:                                                                          De voorzieningenrechter:</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze uitspraak, voor zover die ziet op het beroep, kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.<?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Afschrift verzonden op:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>