<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:13202</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-13T14:26:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-02-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8409308 CV EXPL 20-1190</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:13202">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:13202</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-13T14:20:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:13202 Rechtbank Rotterdam , 18-02-2021 / 8409308 CV EXPL 20-1190</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:13202:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Is er een huurovereenkomst tot stand gekomen? Tussenvonnis bewijsopdracht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:13202:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK ROTTERDAM</title>
    <para>zaaknummer: 8409308 CV EXPL 20-1190</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 18 februari 2021</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uno-A B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Maasdam,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Beijneveld,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Schipper Accountants B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Goes,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. P. van der Mersch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als Uno-A en Schipper.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:</para>
    </parablock>
    <para>1. de dagvaarding van 18 maart 2020, met producties;</para>
    <para>2. de conclusie van antwoord, met producties;</para>
    <para>3. de conclusie van repliek, ook houdende wijziging van eis;</para>
    <para>4. de conclusie van dupliek.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op vandaag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Omschrijving van het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Uno-A is eigenaar van het pand aan de [adres] (hierna: [adres]). </para>
    <para />
    <para>2. Schipper is zich in 2018 gaan oriënteren op alternatieve huisvesting voor haar vestiging in Oud-Beijerland. Daartoe hebben [naam 1], destijds vestigingsleider van de vestiging in Oud-Beijerland (hierna: ’[naam 1]), en [naam 2], directiesecretaresse bij Schipper (hierna: [naam 2]), onderzoek gedaan naar de mogelijkheden. Vanuit het bestuur van Schipper was in dit proces betrokken [naam 3] (hierna: [naam 3]). </para>
    <para>3. De verhuurmakelaar van [adres] was [naam makelaar]. Daarbij werden de werkzaamheden verricht door [naam 4] (hierna: [naam 4]). </para>
    <parablock>
      <para>Op 30 augustus 2018 is [adres] voor het eerst door Schipper bezichtigd. </para>
      <para>Op 11 oktober 2018 heeft een bespreking plaatsgevonden op het kantoor van [naam 4] waarbij [naam 3], ’[naam 1], [naam 4] en [naam 5], bestuurder van Uno-A (hierna: [naam 5]), aanwezig waren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Bij e-mail van 25 oktober 2018 heeft [naam 4] aan ’[naam 1] een ‘vrijblijvende huuraanbieding [adres]’ gestuurd (productie 2 bij dagvaarding).</para>
    <para />
    <para>5. Bij e-mail van 12 december 2018 heeft [naam 4] aan ’[naam 1] een ‘concept huurovereenkomst [adres]’ gestuurd (productie 4 bij dagvaarding).</para>
    <para />
    <para>6. Vanaf januari 2019 is gesproken over en onderzoek gedaan naar de kosten van de voor Schipper benodigde verbouwing en herinrichting van [adres]. </para>
    <parablock>
      <para>Bij e-mail van 9 januari 2019 (productie 5 bij dagvaarding) heeft [naam 4] het volgende aan [naam 5] bericht: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘Ze willen graag een afspraak met jou en de aannemer maken om af te spreken wie wat doet en om de details af te kaarten.’</emphasis>
      </para>
      <para>Bij e-mail van 23 januari 2019 (productie 6 bij dagvaarding) heeft [naam 4] het volgende aan ’[naam 1] bericht: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘Zoals telefonisch reeds besproken hierbij de prijsopgave van de aannemer voor het verplaatsen van wanden en deuren aan de [adres].</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verplaatsen wanden en deuren conform tekening:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">€ 17.000,- excl btw</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hierin zit nog niet de afzuiging van de printer. Dit zou via een andere partij kunnen worden geregeld indien wenselijk. De verhuurder is ook bereid de kosten in de huurprijs te verdisconteren over de eerste 5 jaar voor € 345,- per maand excl btw.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De aannemer kan 10 februari 2019 starten bij tijdige opdracht.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Graag vernemen wij of jullie je kunnen vinden in de prijs en, welke wijze van betaling (verdiscontering, of rechtstreekse betaling) de voorkeur heeft.’</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Bij e-mail van 11 februari 2019 (productie 14 bij conclusie van antwoord) heeft [naam 3] onder meer het volgende aan [naam 2] bericht:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘Ik (zie) niets staan over een alarminstallatie, die er volgens mij wel in zou zitten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verhuurder is volgens het contract verantwoordelijk voor de luchtbehandeling, maar er staat nergens dat deze aangepast zal worden aan de bedrijfsruimten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)’</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Op 12 februari 2019 heeft een bestuursvergadering plaatsgevonden bij Schipper. In de notulen daarvan is het volgende opgenomen: </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘huurovereenkomst Oud-Beijerland</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">We hebben een voorstel ontvangen. Dit was nog niet naar [naam 6] gestuurd, dus dat is ondertussen gebeurd. [naam 6] heeft enkele opmerkingen geplaatst die we doorgeven aan [naam 1]. We zijn voornemens de huurovereenkomst te gaan ondertekenen.’ </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Bij e-mail van 13 februari 2019 (productie 14 bij conclusie van antwoord) heeft [naam 2] het volgende aan ’[naam 1] bericht:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘Gister is de concept huurovereenkomst besproken in het bestuur. Zoals al aangegeven, had ik ook [naam 6] gevraagd mee te kijken, aangezien hij betrokken is (geweest) in dit proces.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zie hieronder de reactie van [naam 6] – wil jij dit opnemen met de verhuurder ajb?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Donderdag (morgen) komt het in de alv – de uitkomst van de beslissing verneem je spoedig daarna van ons!’</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. Op 13 februari 2019 hebben ’[naam 1] en [naam 4] telefonisch contact met elkaar gehad.</para>
    <para>Volgens Uno-A heeft ’[naam 1] toen onvoorwaardelijk gezegd dat Schipper heeft besloten de huurovereenkomst aan te gaan. Schipper betwist dat. </para>
    <para />
    <para>11. Op 22 februari 2019 is bij een bespreking in het pand aan [adres] aan [naam 4] een concept van de huurovereenkomst overhandigd met daarop handgeschreven opmerkingen van [naam 3] (productie 7 bij dagvaarding). </para>
    <para />
    <para>12. Bij e-mail van 6 maart 2019 (productie 9 bij dagvaarding) heeft [naam 4] een huurovereenkomst aan ’[naam 1] gestuurd en daarbij het volgende aan ‘[naam 1] bericht: </para>
    <bridgehead role="italic">‘Bijgaand de huurovereenkomst van de [adres] ter ondertekening. Het meetcertificaat heeft een oppervlakte van 695 m2 opgeleverd in plaats van de geschatte 616 m2. De huurprijs is in overleg met de verhuurder ongewijzigd gebleven maar de servicekosten zijn aangepast naar het werkelijke gehuurde oppervlak.’</bridgehead>
    <para />
    <para>13. Op 26 maart 2019 heeft Schipper Uno-A bericht dat de alv niet akkoord ging met het huren van [adres]. </para>
    <para />
    <para>14. Op 6 november 2019 heeft een voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden, waarbij [naam 5], [naam 4], [naam 3] en [naam 7], bestuurder van Schipper (hierna: [naam 7]), als getuigen gehoord zijn.</para>
    <para />
    <para>15.	’ [naam 1] heeft in een schriftelijke verklaring d.d. 14 mei 2020 (productie 15 bij conclusie van antwoord) het volgende opgenomen:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘Het is mij bekend dat [naam 4] tijdens zijn getuigenverhoor heeft verklaard dat ik hem op</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">13 februari 2019 heb gebeld en dat ik hem meegedeeld zou hebben dat het bestuur had</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">vergaderd en de keuze had gemaakt om te gaan huren. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb geen exacte herinnering aan de inhoud van dit telefoongesprek. [naam 4] houdt de data van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">telefoongesprekken kennelijk goed bij, dus ik ga er vanuit dat ik inderdaad op 13 februari</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">telefonisch contact met hem zal hebben gehad. Ik kan mij herinneren dat ik aan het einde van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">een werkdag (ik kwam terug van mijn werk en had mijn auto al op de oprit thuis geparkeerd)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">een telefoongesprek heb gehad met [naam 4] over dit onderwerp. Ik had in die periode echter heel</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">vaak telefonisch contact met [naam 4]. Die wilde de hele tijd weten of er al een definitieve beslissing</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">was genomen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet dat ik op 13 februari van [naam 2] een e-mail heb ontvangen met de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">mededeling dat op 14 februari door de alv een beslissing zou worden genomen over de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verhuur. Ik kan mij daarom niet voorstellen dat ik tijdens dat telefoongesprek zonder</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">voorbehoud gezegd zou hebben dat wij definitief hadden besloten om te gaan huren en dat</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">wij de huurovereenkomst zouden gaan tekenen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het kan zijn dat ik heb gezegd dat het bestuur op zich positief was (nogmaals: ik kan mij dat</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">echt niet meer herinneren), maar dan denk ik alleen in de hiervoor genoemde context van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">besluitvorming door de alv.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 22 februari ben ik nog met [naam 8] en [naam 9] door het pand gelopen. Zij hadden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">het pand nog niet gezien en wilden, voordat zij hun standpunt zouden bepalen, zelf een beeld</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">krijgen. Zij waren kritisch. Het was voor mij duidelijk dat nog allerminst vaststond dat wij zouden gaan huren.’</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>16. In artikel 16 lid 3 sub c.7 van de statuten van Schipper is opgenomen dat het bestuur de goedkeuring nodig heeft van de vergadering van aandeelhouders (hierna: de alv) voor besluiten tot het huren van registergoederen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>17. Uno-A vordert – na eiswijziging bij repliek – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
    <para>zowel primair als subsidiair:</para>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>voor recht te verklaren dat tussen partijen een huurovereenkomst tot stand is</para>
        <para>gekomen op 13 februari 2019, met de inhoud zoals weergegeven (primair) in</para>
        <para>productie 9 dan wel (subsidiair) productie 4;</para>
        <para>primair:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>Schipper te bevelen de tussen partijen geldende huurovereenkomst, met de inhoud</para>
        <para>zoals weergegeven (primair) in productie 9 dan wel (subsidiair) productie 4, met</para>
        <para>ingang van 1 oktober 2019 na te komen en Schipper te veroordelen tot betaling van</para>
        <para>de achterstallige huurpenningen over de maanden oktober 2019 tot en met maart</para>
        <para>2020 ad € 48.279,-- (inclusief btw), elke afzonderlijke termijn te vermeerderen met</para>
        <para>de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum van die termijn tot aan de dag der</para>
        <para>algehele voldoening;</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>Schipper te veroordelen tot betaling van de overeengekomen maandelijkse huurprijs</para>
        <para>van € 8.046,50 (inclusief btw) tot aan de dag waarop de huurovereenkomst tussen</para>
        <para>partijen rechtsgeldig eindigt, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over</para>
        <para>elke termijn vanaf de vervaldatum daarvan tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>Schipper te veroordelen tot ingebruikneming van de gehuurde kantoorruimte aan de</para>
        <para>
          [adres], zoals omschreven in de tussen partijen</para>
        <para>geldende huurovereenkomst zoals weergegeven in (primair) productie 9 dan wel</para>
        <para>(subsidiair) productie 4, overeenkomstig de in de huurovereenkomst aangegeven</para>
        <para>bestemming en Schipper vanaf het moment van daadwerkelijke ingebruikname te</para>
        <para>veroordelen tot betaling van het overeengekomen voorschot op de vergoeding voor</para>
        <para>door of vanwege Uno-A verzorgde bijkomende leveringen en diensten ad € 1.751,98</para>
        <para>(inclusief btw);</para>
        <para>subsidiair:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>voor recht te verklaren dat Schipper is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen</para>
        <para>partijen tot stand gekomen huurovereenkomst en deze huurovereenkomst te</para>
        <para>ontbinden per de datum van het in dezen te wijzen vonnis;</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>Schipper te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 399.000,-- (voor zover</para>
        <para>mogelijk te vermeerderen met btw), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente,</para>
        <para>bestaande uit en als volgt:</para>
        <para>a) de overeengekomen maandelijkse huurprijs van € 6.650,-- (exclusief btw)</para>
        <para>respectievelijk € 8.046,50 (inclusief btw) vanaf 1 oktober 2019 tot en met de</para>
        <para>datum van ontbinding van de huurovereenkomst, te vermeerderen met de</para>
        <para>wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum van die termijn tot aan de dag</para>
        <para>der algehele voldoening;</para>
        <para>b) vergoeding van de ontstane schade, bestaande uit gederfde huurpenningen</para>
        <para>vanaf de datum van ontbinding van de huurovereenkomst tot 1 oktober 2024,</para>
        <para>te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de datum van</para>
        <para>ontbinding van de huurovereenkomst tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
        <para>zowel primair als subsidiair:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>Schipper te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder te begrijpen de nakosten ad € 131,-- te vermeerderen met een bedrag ad € 68,-- indien tot</para>
        <para>betekening van het ten deze te wijzen vonnis wordt overgegaan, alsmede te</para>
        <para>vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betekening van het ten deze te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>18. Uno-A stelt daartoe – samengevat – het volgende.</para>
      <parablock>
        <para>Tussen partijen is een huurovereenkomst tot stand gekomen, inhoudende dat Schipper [adres] zou gaan huren met ingang van 1 oktober 2019 voor een periode van vijf jaar tegen een kale huurprijs van € 8.046,50 per maand. Over de inhoud van de huurovereenkomst bestond overeenstemming tussen partijen; alle essentialia waren besproken en akkoord bevonden door Schipper. De stelling van Schipper dat partijen nog onderhandelden over de verbouwingskosten wordt betwist. Partijen zijn overeengekomen dat Schipper de verbouwing zelf zou laten uitvoeren en dat de kosten voor haar rekening kwamen. </para>
        <para>Naar aanleiding van de huuraanbieding van 25 oktober 2018 en de daarop volgende besprekingen is op 12 december 2018 een concept-huurovereenkomst aan Schipper verzonden. [naam 3] heeft dat concept bekeken en op 11 februari 2019 heeft hij aan het bestuur van Schipper bericht dat enkele punten verbetering behoefden. Het bestuur heeft vervolgens op 12 februari 2019 vergaderd en besloten de huurovereenkomst aan te gaan. Dat heeft ’[naam 1] op 13 februari 2019 telefonisch aan [naam 4] doorgegeven, zonder enig voorbehoud. ’[naam 1] geldt daarbij als bode in de zin van artikel 3:37 lid 4 BW; dat mocht Uno-A uit de gedragingen en verklaringen van Schipper afleiden. </para>
        <para>Uno-A vordert dan ook nakoming van de huurovereenkomst. Schipper dient het pand in gebruik te nemen en huur en bijkomende kosten te betalen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het verweer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>19. Schipper voert – samengevat – als verweer het volgende aan. </para>
      <parablock>
        <para>In een situatie als de onderhavige, waarbij sprake is van een huurovereenkomst met een groot contractsbelang en twee professionele partijen, geldt dat pas sprake is van gebondenheid aan een huurovereenkomst als die is ondertekend. Er was bovendien nog geen sprake van een uitonderhandelde overeenkomst. Zo was er nog geen overeenstemming over de verdeling van de kosten van de benodigde verbouwing van het pand en moest er nog worden gesproken over de door Uno-A doorgevoerde verhoging van de servicekosten met 15%.</para>
        <para>’[naam 1] heeft geen mededelingen gedaan op grond waarvan Uno-A mocht aannemen dat Schipper onvoorwaardelijk de huurovereenkomst wilde sluiten. [naam 3] heeft Uno-A tijdens de bespreking van 11 oktober 2018 ook uitdrukkelijk gewezen op de benodigde instemming van de alv. Uno-A wist dat ’[naam 1] niet bevoegd was om Schipper te binden. ’[naam 1] kan ook niet worden aangemerkt als bode in de zin van artikel 3:37 lid 4 BW. </para>
        <para>Gedurende het traject had Schipper serieuze interesse in huur van [adres], maar is ook steeds duidelijk gemaakt dat andere opties werden onderzocht en dat twijfel bestond over de locatie en representativiteit. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <para>20. Blijkens de stukken en stellingen van partijen was er tussen hen geen geschil (meer) over essentialia als de te (ver)huren ruimte, de huurprijs en de huurperiode. Dat overeenstemming bestond over dergelijke essentialia van de te sluiten overeenkomst, betekent evenwel nog niet dat er een huurovereenkomst tot stand is gekomen. Immers, voor de beoordeling van de vraag of een huurovereenkomst tot stand is gekomen, is van belang wat partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten afleiden (HR 21 december 2001, LJN AD5352, NJ 2002/60). Bovendien kunnen ook andere onderwerpen dan die doorgaans als essentialia worden aangeduid door partijen van doorslaggevend belang worden geacht bij de al dan niet totstandkoming van een huurovereenkomst. </para>
    <para />
    <para>21. Duidelijk is dat partijen uitvoerig contact hebben gehad over de eventuele huur van [adres]. Het bestuur van Schipper heeft weliswaar het voornemen geuit om tot ondertekening van de huurovereenkomst over te gaan, maar zij behoefde op grond van artikel 16 lid 3 sub c.7 van haar statuten de instemming van de alv voor besluiten tot het huren van registergoederen. </para>
    <para>Uno-A voert aan dat zij niet op de hoogte is gebracht van het voorbehoud van instemming van de alv, zodat zij ervan mocht uitgaan dat een huurovereenkomst tot stand was gekomen op het moment dat zij van ’[naam 1] hoorde dat het bestuur had beslist het pand te gaan huren. </para>
    <para />
    <para>22. Als zou komen vast te staan dat Uno-A bekend was met het voorbehoud van instemming van de alv, mocht zij op grond van de – door Schipper overigens weersproken – mededeling van ’[naam 1] op 13 februari 2019 dat het bestuur had beslist het pand te gaan huren, er niet van uit gaan dat een huurovereenkomst tot stand was gekomen. Zij wist dan immers dat het een en ander nog afhankelijk was van de instemming van de alv. Als onweersproken gesteld staat vast dat de alv niet heeft ingestemd.</para>
    <parablock>
      <para>Allereerst is dus van belang of Schipper het voorbehoud van instemming van de alv met Uno-A heeft gecommuniceerd. Schipper heeft aangevoerd dat [naam 3] dat tijdens de bespreking op </para>
      <para>11 oktober 2018 met [naam 4], ’[naam 1] en [naam 5] heeft gedaan. [naam 3] heeft daarover ter gelegenheid van het getuigenverhoor het volgende verklaard: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘(…) Ik heb toen ook uitgelegd dat ‘[naam 1] als vestigingsleider van Oud-Beijerland niet bevoegd was om te beslissen over het al dan niet huren, alsmede dat er meerdere bestuurders bij betrokken zijn en dat goedkeuring van de ledenvergadering nodig is. Omdat ik betrokken ben geweest bij meerdere van dit soort trajecten heb ik ook in dit geval die uitleg gegeven, zulks opdat er geen misverstand over kan bestaan.’</emphasis>
      </para>
      <para>Uno-A heeft betwist dat dit toen is gezegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>23. Uno-A stelt dat tussen partijen een huurovereenkomst tot stand is gekomen en heeft zich daartoe op het standpunt gesteld dat zij niet op de hoogte is gesteld van het voorbehoud van instemming van de alv. Schipper heeft dat gemotiveerd betwist door te verwijzen naar de verklaring van [naam 3]. Het is dan ook aan Uno-A om bewijs te leveren van haar stelling op dit punt. </para>
    <para />
    <para>24. Als Uno-A met het voorbehoud van instemming van de alv niet bekend was, is de vraag of 1) haar is medegedeeld dat het bestuur van Schipper had beslist het pand te gaan huren en 2) of zij uit een dergelijke mededeling heeft mogen afleiden dat er een huurovereenkomst was tot stand gekomen.</para>
    <para />
    <para>25. Uno-A stelt dat ’[naam 1] tijdens het telefoongesprek dat hij op 13 februari 2019 met [naam 4] heeft gevoerd op dat moment onvoorwaardelijk aan [naam 4] heeft bericht dat het bestuur had besloten de huurovereenkomst aan te gaan en dat daarmee de huurovereenkomst tot stand is gekomen. Schipper heeft betwist dat ’[naam 1] in dat bewuste telefoongesprek onvoorwaardelijk heeft ingestemd met de aangeboden huurovereenkomst. ’[naam 1] heeft daarover zelf verklaard dat hij gelet op de e-mail van [naam 2] van 13 februari 2019 – waarin zij wijst op de te nemen beslissing door de alv op 14 februari 2019 – zich niet kan voorstellen dat hij in het bewuste telefoongesprek zonder voorbehoud heeft gezegd dat Schipper definitief had besloten om te gaan huren en dat de huurovereenkomst zou worden getekend. ’[naam 1] is wegens ziekte niet als getuige gehoord in het voorlopig getuigenverhoor.</para>
    <parablock>
      <para>
        [naam 4] heeft in het kader van de getuigenverhoren het volgende verklaard:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 13 februari 2019 werd ik weer gebeld door ‘[naam 1]. Hij vertelde mij dat het bestuur had</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">vergaderd en dat de keuze was gemaakt om het pand te gaan huren. (…) In dat gesprek heeft </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘[naam 1] niets gezegd over een ledenvergadering.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vóór 13 februari 2019 heb ik nimmer aan [naam 5] medegedeeld dat er definitief</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">overeenstemming was over de huur. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">U vraagt mij of ‘[naam 1] mij vóór 13 februari 2019 ooit heeft meegedeeld dat Schipper zonder</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">enig voorbehoud akkoord was met de huurovereenkomst. Dat is niet gebeurd.’</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam 5] heeft in het kader van de getuigenverhoren het volgende verklaard: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 13 februari 2019 werd ik opnieuw gebeld door [naam 4]. Hij vertelde mij dat hij die middag</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">door ‘[naam 1] was gebeld. ‘[naam 1] had hem gefeliciteerd omdat het bestuur positief had beslist.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘[naam 1] heeft het toen niet gehad over een ledenvergadering.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)’</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>26. Gelet op het voorgaande wordt het er voor gehouden dat ’[naam 1] in het telefoongesprek met [naam 4] wel heeft gezegd dat het bestuur had beslist het pand te gaan huren. Hierbij wordt de verklaring van [naam 4] in aanmerking genomen en daarbij komt dat ’[naam 1] in zijn schriftelijke verklaring heeft opgenomen dat hij zich de inhoud van het telefoongesprek met [naam 4] niet exact kan herinneren, maar dat het kan zijn dat hij heeft gezegd dat het bestuur positief was. </para>
    <para />
    <para>27. Voor de vraag of Uno-A uit deze mededeling heeft mogen afleiden dat er een huurovereenkomst was tot stand gekomen, is van belang of ’[naam 1] deze mededeling onvoorwaardelijk heeft gedaan. Daarnaast is van belang of Uno-A mocht denken dat ’[naam 1] namens het bestuur belde. </para>
    <para />
    <para>28. [naam 4] heeft in het kader van de getuigenverhoren verklaard dat ’[naam 1] geen voorbehoud heeft genoemd. Daar staat tegenover dat ’[naam 1] in zijn schriftelijke verklaring uitdrukkelijk heeft vermeld dat hij die mededeling niet heeft gedaan zonder daarbij het voorbehoud van de besluitvorming door de alv te noemen. Hij heeft dat onderbouwd door te verwijzen naar de </para>
    <parablock>
      <para>e-mail van [naam 2] van 13 februari 2019. [naam 5] heeft in het kader van de getuigenverhoren weliswaar (ook) verklaard dat ’[naam 1] niets heeft gezegd over het voorbehoud van instemming van de alv, maar dat is slechts wat hij van [naam 4] heeft vernomen; hij was zelf niet bij het gesprek aanwezig. </para>
      <para>Gelet op de gemotiveerde betwisting door Schipper van de stelling van Uno-A, wordt Uno-A in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van haar stelling dat ’[naam 1] de mededeling dat het bestuur van Schipper had beslist het pand te gaan huren zonder voorbehoud heeft gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>29. Ten aanzien van de vraag of Uno-A mocht denken dat ’[naam 1] namens het bestuur belde, geldt het volgende. Uno-A heeft erkend dat het niet ’[naam 1], maar het bestuur van Schipper was dat bevoegd was om Schipper te binden aan een huurovereenkomst. Kennelijk ging ook [naam 4] – de contactpersoon namens Uno-A – niet uit van bevoegdheid van ’[naam 1], zo blijkt uit zijn verklaring in het kader van de voorlopige getuigenverhoren:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘(…) ‘[naam 1] heeft mij nooit gezegd dat hij bevoegd was om namens Schipper Accountants B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bindende afspraken te maken over de huurovereenkomst. Ik had ook niet de indruk dat hij</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">die bevoegdheid had. Die indruk had ik wel van [naam 3]. (…)’</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>30. Uno-A heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat ’[naam 1] moet worden aangemerkt als bode in de zin van artikel 3:37 lid 4 BW. Dat artikel luidt als volgt:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘Wanneer een door de afzender daartoe aangewezen persoon of middel een tot een ander gerichte verklaring onjuist heeft overgebracht, geldt het ter kennis van de ontvanger gekomene als de verklaring van de afzender, tenzij de gevolgde wijze van overbrenging door de ontvanger was bepaald.’</emphasis>
      </para>
      <para>Blijkens de stukken en stellingen van partijen speelde ’[naam 1] een belangrijke rol in het proces van mogelijke huur van [adres]. Hij had veelvuldig en intensief contact met Uno-A, althans met [naam 4]. Hij kreeg ook instructies van het bestuur over wat er met Uno-A besproken moest worden, zo blijkt onder andere uit de notulen van de bestuursvergadering van 12 februari 2019: ‘<emphasis role="italic">[naam 6] heeft enkele opmerkingen geplaatst die we doorgeven aan [naam 1]’</emphasis> en uit de e-mail van [naam 2] aan ’[naam 1] van 13 februari 2019: ‘<emphasis role="italic">wil jij dit opnemen met de verhuurder ajb?’</emphasis></para>
      <para>Uno-A mocht er dan ook op vertrouwen dat een mededeling als de onderhavige van ’[naam 1] afkomstig was van het bestuur, zodat haar stelling dat ’[naam 1] fungeerde als bode wordt gevolgd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>31. Of tussen partijen al dan niet overeenstemming bestond over de door Schipper gewenste verbouwing en de kosten daarvan, kan in het midden blijven. Immers, die discussie is niet meer relevant voor het geval zou komen vast te staan dat ’[naam 1] onvoorwaardelijk heeft bericht dat het bestuur heeft besloten de huurovereenkomst aan te gaan. </para>
    <para />
    <para>32. Gelet op al het voorgaande zal Uno-A in de gelegenheid worden gesteld:</para>
    <para>- te bewijzen dat zij niet op de hoogte is gesteld van het voorbehoud van instemming van de alv</para>
    <para>en</para>
    <para>- te bewijzen dat ’[naam 1] de mededeling dat het bestuur van Schipper had beslist het pand te gaan huren zonder voorbehoud heeft gedaan.</para>
    <para />
    <para>33. Elke verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De kantonrechter:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt Uno-A in de gelegenheid:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- te bewijzen dat zij niet op de hoogte is gesteld van het voorbehoud van instemming van de alv </para>
    <para>en</para>
    <para>- te bewijzen dat ’[naam 1] de mededeling dat het bestuur van Schipper had beslist het pand te gaan huren zonder voorbehoud heeft gedaan;</para>
    <para>verwijst de zaak naar de openbare terechtzitting van <emphasis role="bold">18 maart 2021 </emphasis>teneinde Uno-A in de gelegenheid te stellen bij akte getuigen op te geven dan wel anderszins bewijs te leveren;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzoekt beide partijen hun verhinderdata tot en met juni 2021 eveneens uiterlijk op voormelde zitting schriftelijk mede te delen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>773</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>