<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:12974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-31T08:41:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9322996 CV EXPL 21-22881</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:12974">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:12974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-31T08:40:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:12974 Rechtbank Rotterdam , 17-09-2021 / 9322996 CV EXPL 21-22881</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:12974:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagde bij dupliek niet gereageerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:12974:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9322996 \ CV EXPL  21-22881</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 17 september 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Van Vliet Bedrijfsmakelaars B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te: Ridderkerk,</para>
      <para>eiseres bij exploot van dagvaarding van 24 juni 2021, </para>
      <para>gemachtigde: mr. A. Quispel te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [gedaagde]
      </para>
      <para>,</para>
      <para>gevestigd te: [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde mr. K.A. Krikke te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als Van Vliet respectievelijk [gedaagde] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het exploot van dagvaarding, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het faxbericht van de gemachtigde van [gedaagde] van 12 juli 2021 waarin om uitstel voor het indienen van de conclusie van antwoord wordt verzocht;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de griffier van 14 juli 2021 waarin aan de gemachtigde van [gedaagde] is meegedeeld dat [gedaagde] uiterlijk op de rolzitting van 19 augustus 2021 op de dagvaarding mag reageren.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>De vordering en de grondslag</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Van Vliet heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan Van Vliet te betalen een bedrag van € 2.282,33, te vermeerderen met de wettelijke rente over €  1.980,77 vanaf 24 juni 2021, althans vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Van Vliet heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij op verzoek en voor rekening van [gedaagde] een verhuuropdracht in behandeling heeft genomen.  Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] een courtage van 14% aan haar verschuldigd is. </para>
        <para>
          [gedaagde] is in gebreke gebleven met de nakoming van de op hem rustende betalingsverplichting door de factuur van 30 maart 2021, waarbij genoemde courtage van </para>
        <para>€ 1.980,77 in rekening is gebracht, niet te voldoen. Van Vliet vordert dit bedrag aan hoofdsom. Van Vliet vordert verder een bedrag van € 297,12 (incl. btw) aan buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente die berekend tot en met 23 juni 2021 € 4,44 bedraagt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2.</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] geen verweer heeft gevoerd. De vorderingen komen de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, aan de kant van Van Vliet vastgesteld op € 610,83 aan verschotten (waarvan € 103,83 aan dagvaardingskosten en € 507,00 aan griffierecht) en € 187,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt van € 187,00).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3.</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Van Vliet tegen kwijting te betalen een bedrag van € 2.282,33, vermeerderd met de wettelijke rente  over € 1.980,77 vanaf 24 juni 2021 tot de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Van Vliet vastgesteld op € 610,83 aan verschotten en € 187,00 aan salaris voor haar gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>426</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>