<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:12331</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-05T14:00:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9433182</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:12331">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:12331</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-16T10:36:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:12331 Rechtbank Rotterdam , 31-12-2021 / 9433182</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:12331:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>NS-abonnement niet betaald.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:12331:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9433182 CV EXPL 21-29951</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 31 december 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid<emphasis role="bold"> NS Reizigers B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Utrecht, </para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders B.V. te Groningen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde], </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>procederend zonder juridische bijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna ‘NS’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van: </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding met producties van 24 augustus 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de schriftelijke reactie daarop van [gedaagde];</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van repliek met één productie van 2 november 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de schriftelijke reactie daarop van [gedaagde] met één productie.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>Het geschil en de beoordeling daarvan</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>NS stelt dat [gedaagde] bij haar een NS Flex Weekend Vrij-abonnement heeft gekocht. NS heeft hiervoor bij factuur van 29 maart 2020 € 71,49 bij hem in rekening gebracht. [gedaagde] heeft dit bedrag echter niet betaald. NS vordert daarom veroordeling van [gedaagde] tot betaling van dit bedrag, met rente, € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering niet. Hij lijkt in zijn reactie op de dagvaarding een betalingsregeling van € 20,00 per maand voor te stellen - NS stemt op zich ook in met een regeling van € 20,00 per maand -, maar de kantonrechter begrijpt uit wat [gedaagde] schrijft tegelijkertijd ook dat hij op voorhand al zegt een regeling van € 20,00 per maand niet na te kunnen komen omdat hij nog studeert, geen baan heeft en meerdere schuldeisers.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De kantonrechter wijst de vordering van NS toe inclusief de buitengerechtelijke kosten en de rente. [gedaagde] kan het, schrijft hij, weliswaar niet betalen maar betalingsonmacht is geen reden om een vordering af te wijzen. [gedaagde] heeft dat abonnement immers bij NS gekocht en als iets wordt gekocht moet dat nu eenmaal betaald worden. [gedaagde] kan een baan zoeken en contact opnemen met de deurwaarder om alsnog afspraken te maken over een betalingsregeling.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        [gedaagde] krijgt ongelijk in deze zaak. Hij moet daarom de door NS voor deze zaak gemaakte kosten betalen. Omdat de conclusie van repliek niet inhoudelijk over de zaak gaat, hoeft [gedaagde] voor die conclusie geen salaris voor de gemachtigde te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>NS vordert dit vonnis ‘uitvoerbaar bij voorraad’ te verklaren. Dit betekent dat als in hoger beroep wordt gegaan tegen dit vonnis, [gedaagde] in de tussentijd wel alvast aan de veroordelingen moet voldoen. Omdat hoger beroep gelet op de hoogte van de vordering niet mogelijk is, heeft het echter geen zin om deze vordering van NS toe te wijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt [gedaagde] om € 111,49 aan NS te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over € 71,49 vanaf de dag dat de dagvaarding is uitgebracht (24 augustus 2021) tot aan de dag waarop [gedaagde] de vordering helemaal betaald heeft;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van NS vastgesteld op € 102,15 aan kosten voor de dagvaarding, € 126,00 aan griffierecht en € 37,00 aan salaris voor haar gemachtigde;</para>
    <para />
    <para>- wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. van Gastel en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>686</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>