<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:12228</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-13T16:35:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/217009-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:12228">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:12228</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-13T16:32:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:12228 Rechtbank Rotterdam , 08-12-2021 / 10/217009-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:12228:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis nieuwe stijl. Vrijspraak medeplegen van poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling. Bewezenverklaring mishandeling. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 dagen met aftrek van voorarrest.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:12228:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/217009-21</para>
      <para>Datum uitspraak: 8 december 2021</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van meervoudige kamer in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 24 november 2021. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Advocaat van de verdachte: mr. G.W. Wurpel, advocaat te Rotterdam.</para>
      <para>Officier van justitie: mr. E.M. Loppé.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Inhoudsopgave van dit vonnis</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte wordt beschuldigd van strafbaar handelen dat als medeplegen van een poging tot doodslag, een poging tot zware mishandeling of een mishandeling moet worden gezien. De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in hoofdstuk 1 van dit vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank spreekt de verdachte vrij van medeplegen van poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling en acht de mishandeling bewezen. De bewezenverklaring, de bewijsmotivering en een opgave van de bewijsmiddelen worden in hoofdstuk 2 van dit vonnis besproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde feit is volgens de wet een verboden gedraging. Welke dat is, is omschreven in hoofdstuk 3 van dit vonnis. In dat hoofdstuk worden ook de strafbaarheid van het feit en de strafbaarheid van de verdachte besproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt tot een gevangenisstraf van veertien dagen, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Hoofdstuk 4 van dit vonnis vermeldt de overwegingen van de rechtbank die tot deze straf hebben geleid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. In hoofdstuk 5 is deze beslissing uitgewerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoofdstuk 6 sluit dit vonnis af met een korte weergave van alle beslissingen en de ondertekening door de rechters en de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De beschuldiging in de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Primair</para>
      <para>hij op of omstreeks 12 augustus 2021 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [naam slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, althans aan die [naam slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>die [naam slachtoffer] in het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft geslagen en/of gestompt, ten gevolge waarvan die [naam slachtoffer] ten val is gekomen en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam slachtoffer], terwijl hij op de grond lag, meermalen tegen en/of in de richting van het gezicht en/of hoofd en/of lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam slachtoffer] naar buiten en/of op straat heeft gesleept en/of geduwd en/of gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;<?linebreak?>Subsidiair<?linebreak?>hij op of omstreeks 12 augustus 2021 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [naam slachtoffer] heeft mishandeld door</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam slachtoffer] in het gezicht, althans tegen het hoofd, te slaan en/of te stompen, ten gevolge waarvan die [naam slachtoffer] ten val is gekomen en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam slachtoffer], terwijl hij op de grond lag, meermalen tegen en/of in de richting van het gezicht en/of hoofd en/of lichaam te stompen en/of te slaan en/of te schoppen en/of te trappen en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam slachtoffer] naar buiten en/of op straat te slepen en/of te duwen en/of te gooien.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>2. <emphasis role="bold">De beslissingen over het bewijs</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Poging tot doodslag</emphasis>
      </para>
      <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de impliciet primair ten laste gelegde poging tot doodslag niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Poging tot zware mishandeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het medeplegen van poging tot zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen kan worden. Daartoe is naar voren gebracht dat de verdachte het slachtoffer een vuistslag in het gezicht heeft gegeven en dat hij, nadat de medeverdachte [naam medeverdachte] het slachtoffer tegen het hoofd en de rug had geschopt en gestompt, het slachtoffer nog een schop heeft gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank niet wettig en overtuigend dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling van het slachtoffer. De verdachte heeft één keer een vuistslag gegeven in het gezicht van het slachtoffer, waardoor het slachtoffer op de grond is gevallen. Na deze vuistslag heeft de medeverdachte [naam medeverdachte] het op de grond liggende slachtoffer tegen het hoofd en lichaam gestompt en geschopt. De verdachte heeft het slachtoffer na de eerste vuistslag niet meer geslagen of geschopt. Sterker nog; hij heeft de medeverdachte van verder geweld porberen te weerhouden. Van een nauwe en bewuste samenwerking om het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, is dan ook geen sprake. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Mishandeling</emphasis>
      </para>
      <para>De subsidiair ten laste gelegde mishandeling is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank vindt dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan op de volgende manier:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 12 augustus 2021 te Rotterdam [naam slachtoffer] heeft mishandeld door die [naam slachtoffer] in het gezicht, althans tegen het hoofd, te stompen, ten gevolge waarvan die [naam slachtoffer] ten val is gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmotivering</emphasis>
      </para>
      <para>De bewezenverklaring steunt op de redengevende inhoud van de bewijsmiddelen. Hieronder is een opgave gedaan van die bewijsmiddelen. Met deze opgave wordt volstaan omdat de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en de verdediging geen vrijspraakverweer heeft gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">De verklaring van de verdachte op de zitting van 24 november 2021.</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">De eigen waarneming van de rechtbank op de zitting van 24 november 2021.</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">Medische informatie FARR</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_71c56799-468d-4f18-bf47-e10434604c2d" />
          <emphasis role="italic">.</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>De verboden gedraging en de strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kwalificatie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen feit levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mishandeling.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>Motivering van de straf</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
      </para>
      <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feiten waarop de straf is gebaseerd </emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft zich op 12 augustus 2021 schuldig gemaakt aan een mishandeling door het slachtoffer een vuistslag in zijn gezicht te geven, waardoor hij ten val is gekomen. Hierdoor heeft het slachtoffer letsel opgelopen. Door deze geweldshandelingen heeft de verdachte een ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Slachtoffers van dergelijke misdrijven ondervinden vaak nog geruime tijd last van de impact daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
      </para>
      <para>Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 november 2021 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Eis van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft een gevangenisstraf geëist van 130 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarde een contactverbod met het slachtoffer en een taakstraf van 180 uren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft verzocht de officier van justitie niet te volgen in haar eis en de verdachte een straf op te leggen gelijk aan het voorarrest met daarnaast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>Gezien de ernst van het feit is het opleggen van een gevangenisstraf op zijn plaats. Bij de bepaling van de duur van deze straf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Omdat de rechtbank uitgaat van een andere bewezenverklaring dan de officier van justitie, zal zij een lagere straf opleggen dan geëist. Voor een deels voorwaardelijke straf met daaraan verbonden een contactverbod tussen de verdachte en het slachtoffer, ziet de rechtbank geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie </emphasis>
      </para>
      <para>Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van veertien dagen, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet is op de artikelen 36f en 300 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5. </nr>De vordering van de benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde] </emphasis>
      </para>
      <para>Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde] ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 25.836,90 aan materiële schade en een vergoeding van € 6.000,- aan immateriële schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de materiële schade tot een bedrag van € 25.247,90. Ten aanzien van het resterende deel van de gevorderde materiële schade, te weten de kosten voor huishoudelijke hulp à € 588,-, dient de benadeelde partij niet ontvankelijk te worden verklaard. De officier van justitie heeft daarnaast ten aanzien van de immateriële schade geconcludeerd tot toewijzing van een bedrag van € 4.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige dient deze vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>De vordering van de benadeelde partij betreffende de gestelde materiële schade, is gezien de betwisting hiervan door de verdediging, thans onvoldoende onderbouwd. Een nader onderzoek naar de gegrondheid van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid worden vastgesteld op € 500,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen. Voor het overige zal deze vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 12 augustus 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 500,- vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.</para>
      <para>Tevens wordt oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6. </nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) dagen; </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde], te betalen een bedrag van <emphasis role="bold">€ 500,- (zegge: vijfhonderd euro)</emphasis>, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 augustus 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt aan de verdachte de <emphasis role="bold">maatregel tot schadevergoeding</emphasis> op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen <emphasis role="bold">€ 500,- (zegge: vijfhonderd euro)</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 500,- niet mogelijk blijkt, <emphasis role="bold">gijzeling</emphasis> kan worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">10 (tien) dagen</emphasis>; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. J.H. Janssen, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. S.E.C. Debets en M.J.C. Spoormaker, rechters</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. Y. Ouarssani, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de zitting van deze rechtbank op 8 december 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_71c56799-468d-4f18-bf47-e10434604c2d" label="1">
    <para> Een geschrift, bevattende medische informatie betreffende [naam slachtoffer] van 1 oktober 2021, opgemaakt door de forensisch arts M.M. Mulders.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>