<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:11865</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-02T14:04:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/754539-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:11865">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:11865</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-02T13:59:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:11865 Rechtbank Rotterdam , 30-11-2021 / 10/754539-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:11865:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Minimega Craquelé. </para>
        <para>Veroordeling voor invoer van cocaïne tot een gevangenisstraf van 24 maanden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:11865:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/754539-20</para>
      <para>Datum uitspraak: 30 november 2021</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,</para>
      <para>raadsman mr. D.R. Changoer, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 23 februari 2021, 9 en 30 november 2021.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3.</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. I. Hoek heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaren met aftrek van voorarrest;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verbeurdverklaring van de in beslag genomen telefoon.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4.</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit, omdat niet kan worden bewezen dat de verdachte wetenschap had van de cocaïne in de container. De verdachte is slechts bij de container geweest om het dak van de container te repareren om een lekkage te verhelpen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Betrokkenheid bij invoer</emphasis>
          </para>
          <para>Op 2 oktober 2020 is een container met het nummer [containernummer] (hierna: de container), beladen met voedingsmiddelen, verscheept vanuit Paramaribo, Suriname, naar de Dominicaanse Republiek. Op 17 oktober 2020 is de container van daaruit verscheept naar Rotterdam. Het schip arriveerde op 27 oktober 2020 in Rotterdam. Bij een douanecontrole op 27 oktober 2020 is verborgen in de constructiebalken van de container 65,87 kilogram cocaïne aangetroffen. De cocaïne is uit de container verwijderd en inbeslaggenomen. Er is hierna een kleine hoeveelheid cocaïne in de container teruggeplaatst ter gecontroleerde aflevering. De container is, verzegeld en voorzien van technische hulpmiddelen, ter beschikking gesteld aan de rederij. Op 11 november 2020 is de container opgehaald en van de ECT Delta Terminal vervoerd naar A15 Opslag en Verhuur te Vuren. Op 17 november 2020 is de container op een vrachtwagencombinatie geladen en overgebracht naar een loods van het bedrijf [naam bedrijf 1] in Rotterdam.  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 17 november 2020 is de verdachte samen met medeverdachte [naam medeverdachte 1] naar de container in de loods van [naam bedrijf 1] gegaan. Medeverdachte [naam medeverdachte 2] was toen al in de loods aanwezig en heeft hen beiden de loods binnengelaten. Gezien wordt dat de verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte 1] gereedschap en een aantal tasjes uit hun auto halen en mee de loods in nemen. Daarna wordt een ladder tegen de container gezet en gaan de verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte 1] het dak van de container op. Medeverdachte [naam medeverdachte 2] geeft gereedschap aan. Op het dak wordt gezien dat de verdachte en [naam medeverdachte 1] met een koevoet en een slijptol bezig zijn op de plaats waar de cocaïne in de container is aangetroffen. Kort daarna is de verdachte samen met [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] in de loods aangehouden. Op het dak van de container bleek een sleuf van ongeveer 50 centimeter te zijn geslepen. Ook zijn op het dak diverse gereedschappen aangetroffen, waaronder een slijptol, een breekijzer en schroevendraaiers.     </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit artikel 1 lid 4 van de Opiumwet volgt dat onder het invoeren van verdovende middelen ook het verrichten van handelingen gericht op het verdere vervoer, de opslag en de aflevering van verdovende middelen moet worden begrepen. Uit het voorgaande blijkt dat de verdachte op 17 november 2020 met de medeverdachte [naam medeverdachte 1] naar de loods is gegaan en vervolgens op het dak van de container is geklommen om daar werkzaamheden te verrichten. Dit alles leidt tot de conclusie dat de verdachte, samen met anderen, betrokken is geweest bij de verlengde invoer van de cocaïne en dat hij daaraan een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Wetenschap van cocaïne</emphasis>
          </para>
          <para>Voor de beoordeling van de vraag of de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de cocaïne in de container en dus ook het opzet heeft gehad op de verlengde invoer van deze cocaïne in Nederland overweegt de rechtbank als volgt.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte is bij aankomst in de loods direct, zonder overleg, op de container geklommen en heeft een vierkantige opening in het dak gemaakt precies op de plaats waar de cocaïne verstopt heeft gezeten, links boven in de constructiebalken. Op het dak van de container zijn diverse gereedschappen aangetroffen, waaronder een slijptol en achter de container een multifitbuis. Deze multifitbuis zou kunnen dienen om de pakketten cocaïne uit de constructie, direct onder het dak van de container, te duwen. Dat dit de kennelijke bedoeling van de verdachte en de medeverdachten was, ligt in de rede gelet op de opening die op het dak van de container was geslepen precies boven de constructiebalken waarin de cocaïne had gezeten. Deze gereedschappen en de uitgevoerde werkzaamheden aan het dak van de container duiden aldus op het uithalen van de cocaïne uit de container.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op bovengenoemde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien en naar hun uiterlijke verschijningsvorm beoordeeld, is de conclusie dat de verdachte geweten heeft dat in de container een hoeveelheid cocaïne verborgen was en dat zijn gedragingen gericht waren op de verlengde invoer van de cocaïne in Nederland. De rechtbank komt aldus tot een bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde (verlengde) invoer van cocaïne. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte heeft verklaard dat hij naar de loods van [naam bedrijf 1] is gegaan om een container te repareren. Volgens de verdachte diende de door hem gemaakte vierkantige opening op het dak van de container als <emphasis role="italic">kijkluikje</emphasis> om de precieze locatie van de lekkage te kunnen vaststellen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank vindt die verklaring van de verdachte niet geloofwaardig. Niet valt in te zien hoe via een dergelijke opening, mede door het zeer beperkte zicht, in het dak een lekkage in een container kan worden onderzocht. Het verhelpen van een lekkage valt evenmin te rijmen met het feit dat de verdachte en [naam medeverdachte 1] , zonder de deuren van de container te openen en de binnenzijde te inspecteren, op de container zijn geklommen en met de slijptol aan de slag zijn gegaan. In het geval hij daadwerkelijk meende een lekkage te moeten repareren zou een inspectie aan de binnenkant, teneinde de lekkage ook van daaruit te lokaliseren, zonder meer voor de hand hebben gelegen. Daar komt bij dat de container eigendom is van (naar alle waarschijnlijkheid) de rederij - in ieder geval niet van de verdachte en/of zijn medeverdachten - zodat niet valt in te zien dat de verdachte hieraan een lekkage zou moeten verhelpen. De verdachte heeft daarnaast verklaard dat [naam medeverdachte 2] in de loods heel nerveus was. Dit past niet bij het enkel repareren van een container. De verklaring van de verdachte wordt, kortom, als ongeloofwaardig terzijde geschoven. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">primair</emphasis>
        </para>
        <para>hij in de periode van 26 oktober 2020 tot en met 17 november 2020</para>
        <para>te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, </para>
        <para>opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld</para>
        <para>in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid cocaïne, zijnde  een</para>
        <para>middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5.</nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6.</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7.</nr>Motivering straf</title>
    <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de (verlengde) invoer van ruim 65 kilogram cocaïne. Voor het importeren van de cocaïne was de rol van de verdachte, als uithaler van de verdovende middelen, essentieel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door zijn handelen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van de internationale drugshandel. Cocaïne is een voor de gezondheid zeer schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was groot, zodat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. Het is algemeen bekend dat de handel in cocaïne uitermate winstgevend is. Hierdoor wordt echter niet alleen de volksgezondheid ernstig bedreigd, maar de ervaring leert ook dat dit in het bijzonder bij grensoverschrijdende handel in de invoer- en uitvoerlanden vaak gepaard gaat met vele vormen van zware criminaliteit. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen oog gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van <?linebreak?>7 oktober 2021, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Reclassering Nederland heeft op 1 november 2021 een rapport over de verdachte opgemaakt. Uit dit rapport volgt dat de verdachte depressieve gevoelens heeft. Hij heeft geen structurele dagbesteding en een bijstandsuitkering. Er zijn geen bijzondere voorwaarden geadviseerd. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd en de straffen die zijn opgelegd in de vonnissen van de medeverdachten. Een gevangenisstraf gelijk aan voorarrest met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de raadsman bepleit, is daarom niet aan de orde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de hoogte van de op te leggen straf verder in aanmerking genomen dat de verdachte als ‘uithaler’ geen aansturende rol heeft gehad en niet eerder is veroordeeld voor een (soortgelijk) Opiumwetdelict. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen gevangenisstraf passend en geboden.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8.</nr>In beslag genomen voorwerpen</title>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie en verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen telefoon verbeurd te verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft geen standpunt ingenomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>Nu niet is gebleken dat het bewezen verklaarde is begaan met behulp van de in beslag genomen telefoon van de verdachte zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9.</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10.</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11.</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beslist ten aanzien van het voorwerp, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:<?linebreak?></para>
      <para>- gelast de teruggave aan de verdachte van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.00</nr>
      <parablock>
        <para>STK GSM ZAKTELEFOON</para>
        <para>HUAWEI</para>
        <para>
          [serienummer]
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
        <para>mr. K.A. Baggerman, voorzitter,</para>
        <para>en mrs. J. de Lange en W.M. Stolk, rechters,</para>
        <para>in tegenwoordigheid van mr. A-L.H. Wilkens, griffier,</para>
        <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 november 2021. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Bijlage I </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij in of omstreeks de periode van 26 oktober 2020 tot en met 17 november 2020</para>
        <para>te Rotterdam en/of Vuren, althans in Nederland,</para>
        <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
        <para>opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld</para>
        <para>in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 65,87 kilogram cocaïne, in elk</para>
        <para>geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een</para>
        <para>middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou</para>
        <para>kunnen leiden</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 oktober 2020 tot en </para>
        <para>met 17 november <emphasis role="italic">2020 </emphasis>te Rotterdam en/of Vuren, althans in Nederland, tezamen en in </para>
        <para>vereniging met een ander of anderen, althans alleen,</para>
        <para>om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de</para>
        <para>Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken,</para>
        <para>verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van</para>
        <para>Nederland brengen van ongeveer 65,87 kilogram cocaïne, in ieder geval een</para>
        <para>hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel</para>
        <para>vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te</para>
        <para>bevorderen,</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te</para>
      <para>plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of</para>
      <para>- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen</para>
      <para>tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of</para>
      <para>- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere</para>
      <parablock>
        <para>betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden</para>
        <para>had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven</para>
        <para>bedoelde feit</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s)</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- met één of meer mededader(s) ontmoetingen gehad en/of telefonisch en/of via</para>
      <parablock>
        <para>Whatsapp contacten onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of</para>
        <para>afspraken gemaakt over het invoeren en/of afleveren en/of</para>
        <para>uithalen en/of verstrekken en/of vervoeren van die cocaïne, en/of</para>
      </parablock>
      <para>- telefonisch contact onderhouden met Opslag A15 Verhuur en/of [naam bedrijf 1]</para>
      <parablock>
        <para> en/of [naam bedrijf 2] voor de opslag en/of het vervoer van de</para>
        <para>container, en/of</para>
      </parablock>
      <para>- zich voorgedaan als [naam persoon] , en/of</para>
      <para>- de container naar het terrein van Al5 Opslag &amp; Verhuur in Vuren gebracht</para>
      <para>en/of laten brengen, en/of</para>
      <para>- gereedschap en/of werkhandschoenen aangeschaft en/of laten aanschaffen en/of</para>
      <para>voorhanden gehad, en/of</para>
      <para>- geld ontvangen en/of in het vooruitzicht gesteld (gekregen),</para>
      <para>- de loods aan de [adres] ter beschikking gesteld voor de opslag</para>
      <para>en/of het lossen van die container, en/of</para>
      <para>- de container naar een loods aan de [adres] gebracht en/of laten</para>
      <para>brengen, en/of</para>
      <para>- met een slijptol het dak van die container open geslepen en/of laten openslijpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>