<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:11745</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-12T14:21:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/810334-17 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:11745">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:11745</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-30T10:28:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:11745 Rechtbank Rotterdam , 26-11-2021 / 10/810334-17 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:11745:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 36e Sr. Ontnemingsvordering wordt afgewezen. Niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is geweest van verkoop van een aanzienlijke hoeveelheid hennep aan een onbekende man. Dit betekent dat evenmin aannemelijk is geworden dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:11745:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/810334-17 (ontneming)</para>
      <para>Datum uitspraak: 26 november 2021</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) van de officier van justitie in de zaak tegen de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats veroordeelde] op [geboortedatum veroordeelde] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres, </para>
      <para>
        [adres veroordeelde] , [postcode veroordeelde] [woonplaats veroordeelde] ,</para>
      <para>raadsman mr. M.A. Prins, advocaat te ’s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 november 2021.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>Vordering</title>
    <para>De vordering van de officier van justitie mr. W.D. van den Berg - zoals deze na wijziging ter terechtzitting is komen te luiden - strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat op € 9.000,- en tot het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel tot een bedrag van € 9.000,-</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie is uitsluitend gebaseerd op artikel 36e, eerste en tweede lid, Sr. Het betreft voordeel verkregen door middel van of uit de baten van het strafbare feit waarvoor de veroordeelde is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft haar vordering gebaseerd op de rapportage voordeelberekening van 26 september 2018 (hierna: de rapportage).</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3.</nr>Strafbare feit waarop de voordeelsberekening is gebaseerd</title>
    <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 26 november 2021 is de veroordeelde veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, gepleegd op 19 mei 2016.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4.</nr>Beoordeling</title>
    <para>Vast staat dat op 19 mei 2016 de politie 108 kilogram henneptoppen in dozen heeft aangetroffen in pand 11C aan de [straatnaam] te Vlaardingen. Op camerabeelden van 14 mei 2016 is te zien dat er dozen vanuit genoemd pand in een bedrijfsauto worden geplaatst door een onbekende man, die later het terrein verlaat, en dat die dozen grote gelijkenis vertonen met de dozen waarin de hennep is aangetroffen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de rapportage wordt er van uitgegaan dat in de dozen hennep zat, dat deze hennep aan die onbekende man is verkocht en dat de veroordeelde daaruit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Op basis van het dossier en de beschikbare bewijsmiddelen is echter niet met de vereiste mate van zekerheid vast te stellen dat er hennep in de drie dozen zat. Niet aannemelijk is dan ook gemaakt dat sprake is geweest van verkoop van een aanzienlijke hoeveelheid hennep aan de onbekende man. Dit betekent dat evenmin aannemelijk is geworden dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. De vordering zal daarom worden afgewezen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5.</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af de vordering van de officier van justitie strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. W.A.F. Damen, voorzitter, </para>
      <para>en mrs. V.F. Milders en B. Vaz, rechters, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. I.V. Wagener, griffier, </para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>