<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:11526</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-03T14:26:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/960067-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:11526">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:11526</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-25T09:49:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:11526 Rechtbank Rotterdam , 25-11-2021 / 10/960067-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:11526:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft samen met anderen 515 kilogram cocaïne ingevoerd door op zee pakketten, die vlak daarvoor ter water waren gelaten vanaf een containerschip dat afkomstig was uit Ecuador, uit het water te halen en op een kleinere boot mee te nemen naar de haven van Breskens.</para>
        <para>Daarnaast heeft de verdachte zich tweemaal schuldig gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen verricht m.b.t. de invoer van cocaïne (waaronder een partij van 300 kilogram cocaïne) en de heling van een boot. </para>
        <para>Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:11526:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/960067-20</para>
      <para>Datum uitspraak: 25 november 2021</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte], </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres verdachte],</para>
      <para>ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Lelystad,</para>
      <para>raadsman mr. R.D.A. van Boom, advocaat te Utrecht.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 november 2021.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Kort gezegd wordt de verdachte verweten dat hij:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>op 20 oktober 2020 samen met anderen 572 kilogram cocaïne in Nederland heeft ingevoerd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>primair op 5 oktober 2020 samen met anderen 300 kilogram cocaïne in Nederland heeft ingevoerd en subsidiair dat hij daartoe samen met anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>in de periode van 16 mei 2020 tot en met 24 mei 2020 voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de invoer van cocaïne,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>op 18 juli 2020 samen met anderen opzettelijk een boot heeft geheeld.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. G.H. Rip heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vrijspraak van het onder 2 primair ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder 1, 2 subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van voorarrest.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vrijspraak zonder nadere motivering feit 2 primair </emphasis>
        </para>
        <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 2 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring zonder nadere motivering feit 1 en 4</emphasis>
        </para>
        <para>Het onder 1 en 4 ten laste gelegde is door de verdachte bekend en de verdediging heeft ten aanzien van deze feiten geen verweer gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Deze feiten zullen daarom zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring zonder nadere motivering feit 3</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde bewezen. De rechtbank zal hier geen nadere bewijsoverweging aan wijden, nu de bewezenverklaring van dit feit blijkt uit de bewijsmiddelen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering feit 2 subsidiair</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.4.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>De verdediging heeft aangevoerd dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat de verdachte zich gereed heeft gehouden om met een boot een partij van ongeveer 300 kilogram cocaïne aan land te brengen. De verdachte heeft nimmer de opdracht gekregen om verdovende middelen op te halen en aan land te brengen. De verdachte moet van de onder 2 subsidiair ten laste gelegde voorbereidingshandelingen worden vrijgesproken.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt voorop dat de voorbereiding en/of bevordering van een misdrijf als bedoeld in het vierde of vijfde lid van de Opiumwet, in artikel 10a, eerste lid van die wet als zelfstandig delict strafbaar is gesteld, teneinde in een vroeg stadium van de organisatie van de (internationale) handel in drugs te kunnen ingrijpen. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat reeds strafbaar is het uiting geven aan de intentie om cocaïne te vervoeren of in te voeren door het plegen van daarop gerichte voorbereidings- of bevorderingshandelingen. Het resultaat van die handelingen doet daaraan niet af.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen het volgende vast. </para>
          <para>De verdachte heeft van een onbekend gebleven persoon van wie hij geld had geleend de boot “[naam boot 1]” gekregen. Met de verdachte was de afspraak gemaakt dat hij met de boot op enig moment een dienst zou verlenen om zo het geleende geld terug te betalen. Deze boot werd in Zeeland (Breskens) gelegd, zodat hij snel op de Noordzee kon zijn. Tegen de verdachte werd gezegd dat hij zich gereed moest houden tot hij een nadere opdracht zou krijgen om te gaan varen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 2 oktober 2020 is de verdachte benaderd met de instructie dat hij op 5 oktober 2020 in Breskens moest zijn. Op 5 oktober 2020 is de verdachte samen met de medeverdachte [naam medeverdachte 1] naar Breskens gereden. Die avond hebben zij kort gevaren met de boot. Vervolgens hebben zij overnacht in een hotel in Breskens.</para>
          <para>Op 6 oktober 2020 zijn pakketten en tassen met daarin in totaal ongeveer 300 kilogram cocaïne aangetroffen die waren aangespoeld op het Kalootstrand in Borssele.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit onderzoek aan de telefoon van de verdachte blijkt dat hij een paar maanden eerder, in juli 2020, via de berichtenapp Signal aan een persoon met de naam “De” heeft gevraagd of deze persoon nog “witte spoelbakken” had liggen en wat de prijs daarvan was. “De” laat weten dat de prijs 27,5 is en dat de prijs snel verandert. De verdachte zegt dat hij er 35 kwijt kan als de prijs/kwaliteit goed is en vraagt om een foto. “De” stuurt vervolgens een foto naar de verdachte waarop een blok geperst wit poeder te zien is. Verder blijkt uit de telefoon van de verdachte dat hij op 7 oktober 2020 naar medeverdachte [naam medeverdachte 1] een bericht stuurt met als inhoud: “over 2 weken nieuwe ronde nieuwe kansen”, waarop [naam medeverdachte 1] reageert: “ik wil wel mee hoor.”</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Twee weken later, op 20 oktober 2020, zijn de verdachte en de medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] aangehouden in Breskens met 515 kilogram cocaïne aan boord van de [naam boot 1]. De (verlengde) invoer van deze partij cocaïne is ten laste gelegd onder feit 1 en de verdachte heeft dit feit bekend. De modus operandi van deze invoer was als volgt. De verdachte en de medeverdachten hebben zich richting Zeeland begeven, waar zij in Breskens aan boord van de [naam boot 1] zijn gestapt. Via een mobiele telefoon die op dat moment aan boord van de [naam boot 1] was, is gecommuniceerd met een persoon die aanwezig was op een containerschip dat voer op de Noordzee en afkomstig was uit Ecuador. De verdachte en de medeverdachten hebben nabij het containerschip in de vaargeul gevaren en hebben tassen met cocaïne uit het water gehaald. Vervolgens zijn ze met 515 kilogram cocaïne teruggevaren naar Breskens waar zij zijn aangehouden door de politie. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat de modus operandi van 20 oktober 2020 gelijkenissen vertoont met de werkwijze die de verdachte en de medeverdachte [naam medeverdachte 1] hebben gehanteerd op 5 oktober 2020. Samen hebben zij zich naar de boot in Breskens begeven, hebben zich daar gereed gehouden voor nadere instructies en hebben die avond kort gevaren met de [naam boot 1]. Gelet op de eerdere communicatie over verdovende middelen en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat de aanwezigheid van de verdachte in Breskens op 5 oktober 2020 geen ander doel had dan met de boot op de Noordzee een partij cocaïne op te halen en aan land te brengen. Door zo te handelen heeft de verdachte samen met een ander opzettelijk voorbereidingshandelingen gepleegd met betrekking tot de invoer van ongeveer 300 kilogram cocaïne. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Bewezen is dat de verdachte samen met een ander opzettelijk voorbereidingshandelingen heeft verricht die hadden moeten leiden tot het invoeren van ongeveer 300 kilogram cocaïne. Hiermee wordt het subsidiair ten laste gelegde bewezen verklaard.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>hij op  20 oktober 2020 in de territoriale wateren van Nederland en te Breskens, tezamen en in vereniging met  anderen,  opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht , een hoeveelheid van  <emphasis role="italic">515 </emphasis>kilogram  van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. subsidiair</para>
      <para>hij op  5 oktober 2020 in <emphasis role="italic">de </emphasis>provincie Zeeland <emphasis role="italic">en </emphasis>elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander om een feit, bedoeld in het  vijfde lid van artikel 10 <emphasis role="italic">van de Opiumwet</emphasis>, voor te bereiden of te bevorderen:</para>
      <para>- een vervoermiddel (een boot) voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat dit bestemd was tot het plegen van dat feit, </para>
      <para>immers, hebben verdachte en zijn mededader toen aldaar- zich naar de provincie Zeeland begeven en</para>
      <para>- zich aldaar gereed gehouden om met een boot een partij cocaïne van ongeveer 300 kilogram aan land te brengen;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.</para>
        <para>hij  <emphasis role="italic">in </emphasis>de periode van 16 mei 2020 tot en met 24 mei 2020 in de territoriale wateren van Nederland en te Breskens, tezamen en in vereniging met  anderen,  om een feit, bedoeld in het  vijfde lid van artikel 10<emphasis role="italic"> van de Opiumwet</emphasis>, voor te bereiden of te bevorderen:</para>
      </parablock>
      <para>- een ander behulpzaam is geweest om dat feit te plegen of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en</para>
      <para>- zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en</para>
      <para>- een vervoermiddel (een boot) voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat dit bestemd was tot het plegen van dat feit, </para>
      <para>immers, hebben verdachte en zijn mededaders toen aldaar</para>
      <para>- gecommuniceerd over een ontmoeting op zee om een partij cocaïne op te halen en aan land te brengen en</para>
      <para>- zich toen aldaar gereed gehouden om met een boot een partij cocaïne op te halen en aan land te brengen en</para>
      <para>- met een boot gevaren om een partij cocaïne op te halen en aan land te brengen;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>4.</para>
        <para>hij op  18 juli 2020 in Nederland op het traject van Urk naar Kamerik,</para>
        <para>tezamen en in vereniging met  anderen,  opzettelijk een boot ([naam boot 2])  voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijge<emphasis role="italic">n van </emphasis>dat goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in cursief verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5. </nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    <para />
    <para>1. <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis></para>
    <para />
    <para>2. <emphasis role="bold">medeplegen van om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, </emphasis></para>
    <bridgehead role="bold">- vervoermiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;</bridgehead>
    <para />
    <para>3. <emphasis role="bold">medeplegen van om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, </emphasis></para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">- een ander behulpzaam geweest zijn om dat feit te plegen of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">-  zich en een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit getracht hebben te verschaffen, en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">- vervoermiddelen voorhanden gehad hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>medeplegen van opzetheling.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6. </nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7. </nr>Motivering straf </title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feiten waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zich op 20 oktober 2020 samen met anderen schuldig gemaakt aan de (verlengde) invoer van 515 kilogram cocaïne. De verdachte heeft op zee pakketten met drugs uit het water gehaald die vlak daarvoor ter water waren gelaten vanaf een containerschip dat afkomstig was uit Ecuador. De verdachte en zijn mededaders hebben de pakketten drugs op een kleinere boot meegenomen en zijn daarmee de haven van Breskens in gevaren, waar zij zijn aangehouden. Naast dit feit heeft de verdachte zich in mei 2020 en oktober 2020 samen met een ander/anderen schuldig gemaakt aan voorbereidings-handelingen die gericht waren op het invoeren van cocaïne in Nederland. De verdachte heeft zowel in de voorbereiding in mei en oktober 2020 als bij de uitvoering op 20 oktober 2020 met zijn boot een essentiële rol gespeeld en daarmee een onmisbare schakel gevormd voor de invoer in zijn totaliteit.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uiteindelijk op 20 oktober 2020 ingevoerde hoeveelheid cocaïne is dusdanig groot, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en grootschalige handel. De verspreiding van en handel in harddrugs vormen een bedreiging voor de volksgezondheid en gaan gepaard met vele andere vormen van (zware) criminaliteit en overlast in zowel binnen- als buitenland. De verdachte heeft naar alle waarschijnlijkheid zo gehandeld om er financieel beter van te worden en heeft zich van de zeer nadelige maatschappelijke gevolgen niets aangetrokken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan heling van een boot, waardoor hij heeft bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt van gestolen goederen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>7.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 18 oktober 2021, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte werkt daarom niet strafverhogend.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Rapportages</emphasis>
          </para>
          <para>Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 28 april 2021. Omdat de reclassering niet kan inschatten of interventies geïndiceerd zijn, geeft zij geen advies omtrent strafoplegging. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten, waarin voor het invoeren van harddrugs bij een hoeveelheid vanaf 20 kilogram een gevangenisstraf van meer dan 60 maanden als oriëntatiepunt wordt gegeven. In deze zaak gaat het om de invoer van een partij van 515 kilogram cocaïne en het tweemaal plegen van voorbereidingshandelingen voor de invoer van partijen cocaïne. Bij deze feiten heeft de verdachte ten opzichte van zijn mededader(s) een meer sturende rol gehad. De rechtbank weegt deze omstandigheden in strafverzwarende zin mee. </para>
        <para>In strafverminderende zin weegt de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee, zoals de verdediging die naar voren heeft gebracht en die er kort gezegd op neerkomen dat de verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten door grote financiële tegenslagen in een kwetsbare en beïnvloedbare periode zat, en dat hij daardoor de verkeerde keuzes heeft gemaakt waardoor hij nu alles (huis, werk) kwijt is. </para>
        <para>Alles afwegend acht de rechtbank, mede gelet op het ondermijnende karakter van dergelijke delicten, in lijn met de niet anders dan als gematigd aan te duiden eis van de officier van justitie, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren passend en geboden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8. </nr>In beslag genomen voorwerpen</title>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft, overeenkomstig de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen gedateerd 8 november 2021 (Bijlage IV), gevorderd dat de rechtbank de in beslag genomen  voorwerpen met nummers 3, 4, 10, 11, 12, 20, 21 en 23 zal onttrekken aan het verkeer en de in beslag genomen voorwerpen met nummers 1, 5 en 6 verbeurd zal verbeurdverklaren.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de op de beslaglijst aangeduide voorwerpen waarop strafrechtelijk beslag ligt onder de verdachte in beslag zijn genomen en neemt ten aanzien van de voorwerpen de hieronder vermelde beslissing.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Over de in beslag genomen voorwerpen met nummers 13 en 24 heeft de officier van justitie geen standpunt ingenomen, de rechtbank zal daarom ambtshalve beslissen over deze voorwerpen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Nummer voorwerp</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Korte omschrijving voorwerp</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Beslissing van de rechtbank</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>1</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Boot</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Verbeurdverklaring</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>3</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Verdovende middelen</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Onttrekking aan het verkeer</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>4</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Cryptotelefoon, merk Apple</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Onttrekking aan het verkeer</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>5</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Telefoon, merk Apple</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Verbeurdverklaring</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>6</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Computer (iPad), merk Apple</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Verbeurdverklaring</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>10</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Verdovende middelen</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Onttrekking aan het verkeer</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>11</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Verdovende middelen</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Onttrekking aan het verkeer</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>12</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Gegevensdrager: tracker</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Onttrekking aan het verkeer</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>13</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Wapen: ploertendoder</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Onttrekking aan het verkeer</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>20</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Verdovende middelen</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Onttrekking aan het verkeer</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>21</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Verdovende middelen</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Onttrekking aan het verkeer</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>23</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Plastic verpakking</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Verbeurdverklaring</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>24</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Touw</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Verbeurdverklaring</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in beslag genomen voorwerpen die zullen worden onttrokken aan het verkeer zijn voorwerpen waarmee de bewezen verklaarde feiten zijn begaan en die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. De in beslag genomen voorwerpen die zullen worden verbeurdverklaard behoren aan de verdachte toe. De bewezen feiten zijn met behulp van deze voorwerpen begaan en voorbereid. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9. </nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>. Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>. Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (Bijlage IV), als volgt:<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 en 2: </para>
    <para>nummers 1, 5, 6, 23 en 24;</para>
    <para />
    <para>- verklaart onttrokken aan het verkeer: </para>
    <para>nummers 3, 4, 10, 11, 12, 13, 20 en 21.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. E. Rabbie, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. S.E.C. Debets en P.E. van Althuis, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J. Knook, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
      <para>De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 20 oktober 2020 in de territoriale wateren van Nederland en/of te Breskens, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht (daaronder</para>
      <para>mede begrepen invoer als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet), althans opzettelijk heeft vervoerd, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van (ongeveer) 572 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op of omstreeks 5 oktober 2020 in de territoriale wateren van Nederland en/of te Breskens, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht (daaronder</para>
      <para>mede begrepen invoer als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet), althans opzettelijk heeft vervoerd, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van (ongeveer) 300 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 5 oktober 2020 in provincie Zeeland, althans (elders) in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10, voor te bereiden of te bevorderen:</para>
    </parablock>
    <para>- een ander behulpzaam is geweest om dat feit te plegen of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of</para>
    <para>- zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of</para>
    <para>- een vervoermiddel (een boot) voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat dit bestemd was tot het plegen van dat feit, immers, heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar</para>
    <para>- zich naar de provincie Zeeland begeven en/of</para>
    <para>- zich aldaar gereed gehouden om met een boot een partij cocaïne (van ongeveer 300 kilogram) aan land te brengen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op of omstreeks de periode van 16 mei 2020 tot en met 24 mei 2020 in de territoriale wateren van Nederland en/of te Breskens, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10, voor te bereiden of te bevorderen:</para>
    </parablock>
    <para>- een ander behulpzaam is geweest om dat feit te plegen of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of</para>
    <para>- zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of</para>
    <para>- een vervoermiddel (een boot) voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat dit bestemd was tot het plegen van dat feit, immers, heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar</para>
    <para>- gecommuniceerd over een ontmoeting op zee om een partij cocaïne op te halen en aan land te brengen en/of</para>
    <para>- zich toen aldaar gereed gehouden om met een boot een partij cocaïne op te halen en aan land te brengen en/of</para>
    <para>- met een boot gevaren om een partij cocaïne op te halen en aan land te brengen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>hij op of omstreeks 18 juli 2020 in Nederland (op het traject van Urk naar Kamerik),</para>
      <para>tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen opzettelijk een boot ([naam boot 2]) en/of een trailer (kenteken [kentekennummer]) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijge dat/die goed(eren) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof(fen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>