<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:11066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T17:05:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/624681 / HA RK 21-1012</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2021-0361</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2021/495</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:11066">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:11066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-18T09:30:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:11066 Rechtbank Rotterdam , 15-11-2021 / C/10/624681 / HA RK 21-1012</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:11066:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eigen ontslagverzoek van een vereffenaar toegewezen. Gelet op het saldo van de nalatenschap is het onwenselijk dat de vereffenaar een verdelingsprocedure start. Ontheffing publicatieplicht. Publicatie op rechtspraak.nl in dit geval voldoende.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:11066:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8c1f36e4-ced7-4fec-b858-a82103c853a3" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="91ea5afa-137f-4bc1-86cd-eedd66789971" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/10/624681 / HA RK 21-1012</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 15 november 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoekster]
        </emphasis>, in hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van [naam erflaatster],</para>
      <para>kantoorhoudende te [plaatsnaam],</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat mr. M.C.G. Stut te Rotterdam </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>belanghebbenden:</para>
    </parablock>
    <para>1.	<emphasis role="bold">[naam belanghebbende 1]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats belanghebbende 1],</para>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[naam belanghebbende 2]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats belanghebbende 2],</para>
    <para>3.	<emphasis role="bold">[naam]</emphasis>, in hoedanigheid van bewindvoerder van <emphasis role="bold">[naam belanghebbende 3]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats belanghebbende 3],</para>
    <para>4.	<emphasis role="bold">[naam belanghebbende 4]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats belanghebbende 4].</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1. </nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 30 augustus 2021 is het verzoekschrift ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De behandeling van het verzoekschrift is aangehouden in afwachting van de door verzoekster verzochte aanwijzing aan de kantonrechter ex artikel 4:210 BW. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 21 oktober 2021 heeft de rechtbank een brief ontvangen van de kantonrechter van 20 oktober 2021. Naar aanleiding van deze brief heeft de rechtbank het ontslagverzoek weer in behandeling genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De griffier heeft op 3 november 2021 bij verzoekster de producties bij het verzoekschrift opgevraagd, omdat deze ontbraken. Verzoekster heeft op 4 november 2021 de producties opgestuurd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De datum van deze beschikking is vervolgens bepaald op heden. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 18 augustus 2013 is te Curaçao overleden [naam erflaatster], geboren te [geboorteplaats erflaatster] op [geboortedatum erflaatster] en laatstelijk wonende te [woonplaats erflaatster] (hierna: erflaatster). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij beschikking van 21 november 2018 is verzoekster benoemd tot vereffenaar in de nalatenschap van erflaatster. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3. </nr>Het verzoek en de beoordeling daarvan</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verzoekster heeft verzocht om haar met toepassing van artikel 4:206 lid 5 BW te ontslaan als vereffenaar in de nalatenschap van erflaatster. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Verzoekster heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat zij haar belangrijkste taak als vereffenaar heeft volbracht, want alle schulden van de nalatenschap zijn voldaan. Het enige wat nog resteert is de verdeling van de nalatenschap en de afgifte van de nalatenschap aan de erfgenamen. Tussen de erfgenamen bestaat echter geen overeenstemming over de (wijze van) verdeling van de nalatenschap. Derhalve zal door verzoekster een procedure moeten worden gestart om de nalatenschap te verdelen. Verzoekster acht dit echter onwenselijk, omdat het resterende saldo van de nalatenschap slechts € 6.352,- bedraagt. De kans bestaat hierdoor dat er uiteindelijk niets meer voor belanghebbenden resteert om te verdelen, aldus verzoekster. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De rechtbank is, gelet op hetgeen verzoekster in het verzoekschrift heeft gesteld, van oordeel dat verzoekster op eigen verzoek kan worden ontslagen als vereffenaar. Dit verzoek wordt daarom toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft in de brief van 20 oktober 2021 overwogen dat het de vereffenaar is toegestaan om de goederen van de nalatenschap af te geven aan de Staat in afwachting van deze ontslagprocedure. Gelet hierop acht de rechtbank het niet meer van belang om een nieuwe vereffenaar te benoemen. Het ligt op de weg van belanghebbenden om de nalatenschap te verdelen en hun erfdelen op te eisen bij de Staat. De rechtbank heeft het daarom, en ook ter voorkoming van nog extra kosten die door verzoekster moeten worden gemaakt, niet van belang geacht om belanghebbenden te horen over dit verzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Volgens de wet dient het eindigen van de hoedanigheid van vereffenaar te worden gepubliceerd. Nu de vereffenaar de nalatenschap heeft afgegeven aan de Staat, is de rechtbank van oordeel dat het in niemands belang om voor het publiceren nog kosten te maken. De rechtbank zal deze uitspraak plaatsen op rechtspraak.nl en aan belanghebbenden toesturen. Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank voldoende bekend gemaakt dat de hoedanigheid van verzoekster als vereffenaar in de nalatenschap van erflaatster is beëindigd.</para>
        <para>Verzoekster zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht. De griffier zal zorgdragen voor inschrijving van het ontslag van verzoekster als vereffenaar in het boedelregister.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>ontslaat [naam verzoekster] als vereffenaar van de nalatenschap van [naam erflaatster];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>draagt de griffier op het ontslag van de vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verstaat dat deze beschikking bekend gemaakt zal worden door plaatsing op rechtspraak.nl/uitspraken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2021.</para>
      <para>3120<footnote-ref linkend="_5f02fada-75e0-4fb9-a883-80454fecfe92" /></para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_5f02fada-75e0-4fb9-a883-80454fecfe92" label="1">
    <para>Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>