<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:11025</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-15T11:01:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">615905 / HA ZA 21-289</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:11025">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:11025</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-15T11:00:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:11025 Rechtbank Rotterdam , 10-11-2021 / 615905 / HA ZA 21-289</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:11025:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevoegdheidsincident. Eindvonnis na tussenvonnis in het incident (ECLI:NL:RBROT:2021:8045). De zaak is een internationale zaak, omdat de gedaagde niet in Nederland woont. Gedaagde baseert zijn onbevoegdheidsverweer echter uitsluitend op Nederlandse internrechtelijke bepalingen. Eiser in de hoofdzaak heeft zich gerefereerd in het bevoegdheidsincident. De rechtbank heeft in genoemd tussenvonnis de zaak naar de rol verwezen om partijen in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het toepasselijke (internationale) bevoegdheidsregime en de gevolgen daarvan voor de bevoegdheid van de rechtbank. Lugano II-verdrag. De vordering tot onbevoegdverklaring en verwijzing naar de rechtbank Den Haag wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:11025:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak-/rolnummer: 615905 / HA ZA 21-289</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 10 november 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam curator] Q.Q., </emphasis>in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van <emphasis role="bold">Optidentaal B.V.</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. M.L. van Dokkum,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- tegen -</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr> [persoon A] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats A] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	[persoon B] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	wonende te [woonplaats B] ( [land B] ),</para>
      <para>gedaagden in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisers in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. D.Th.J. van der Klei.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna de curator, [persoon A] en [persoon B] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 4 augustus 2021 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlaten na tussenvonnis van [persoon A] en [persoon B] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlaten na tussenvonnis van de curator.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het vonnis is bepaald op heden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2.</nr>De verdere beoordeling in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 4 augustus 2021 zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het toepasselijke (internationale) bevoegdheidsregime en de gevolgen daarvan voor de bevoegdheid van de rechtbank. De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ten aanzien van [persoon A] geldt voor de vordering op grond van artikel 2:248 BW het volgende. De Nederlandse rechter ontleent rechtsmacht onder meer aan artikel 6 van de Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures (de Insolventieverordening). De rechtbank in Den Haag is op grond van artikel 2:241 BW exclusief bevoegd. Voor de vorderingen op andere rechtsgrondslagen geldt dat deze zodanig met de vordering op grond van artikel 2:241 BW verknocht zijn, dat behandeling door de Haagse rechtbank op zijn plaats is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op de vorderingen op andere grondslagen dan artikel 2:248 BW is het Verdrag van Lugano van toepassing. Omdat [persoon A] woonplaats heeft gekozen in Den Haag is de Haagse rechtbank bevoegd ten aanzien van die vorderingen, die bovendien verknocht zijn aan de vorderingen jegens [persoon A] . Op grond van verknochtheid is ook behandeling van de vordering jegens [persoon B] op grond van 2:248 BW door de Haagse rechtbank op zijn plaats.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Zoals verzocht zal de rechtbank zich dan ook onbevoegd verklaren en de zaak verwijzen naar de rechtbank Den Haag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De curator zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het incident. Deze worden aan de zijde van [persoon A] en [persoon B] begroot op € 844,50 (1,5 punt x € 563,- per punt, zoals bepaald onder Tarief II).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Omdat onbevoegdverklaring en verwijzing niet aan een rechtsmiddel onderworpen zijn (artikel 110, derde lid, eerste volzin Rv) is er geen belang die beslissingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De proceskostenveroordeling zal wel uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, nu het verzoek daartoe gegrond is op de wet en er geen reden is de verklaring achterwege te laten.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3.</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering toe;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt de curator in de kosten van [persoon A] en [persoon B] en begroot deze op € 844,50;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart onderdeel 3.2 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, naar de rechtbank Den Haag.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J. van den Bos en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2021.</para>
        <para>3146/1407</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>