<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:10460</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T15:35:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8371377 \ CV EXPL 20-7586</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2021/501</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:10460">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:10460</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-29T12:22:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:10460 Rechtbank Rotterdam , 15-10-2021 / 8371377 \ CV EXPL 20-7586</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:10460:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenvonnis na deskundigenbericht. De kantonrechter is voornemens een mondelinge behandeling te plannen waarbij de deskundige zal worden verzocht om op de voet van artikel 194 lid 5 Rv een nadere mondelinge toelichting te geven op het deskundigenrapport.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:10460:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8371377 \ CV EXPL 20-7586 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 15 oktober 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats eiser] ,</para>
      <para>eiser bij exploot van dagvaarding van 27 februari 2020, </para>
      <para>gemachtigde: D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , </emphasis>
      </para>
      <para>h.o.d.n. [handelsnaam] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J. van Zinnicq Bergmann te ’s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiser] ’ respectievelijk ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 27 november 2020 van de kantonrechter van deze rechtbank, met de daaraan ten grondslag liggende stukken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 15 december 2020 van de zijde van [eiser] , met als bijlage een betaalbewijs van het voorschotbedrag;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het deskundigenbericht van 20 juli 2021 van [naam] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 2 september 2021 van de zijde van [eiser] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de acte na deskundigenbericht van de zijde van [gedaagde] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>De verdere beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 2 oktober 2020 heeft de kantonrechter overwogen dat een deskundigenonderzoek noodzakelijk is. Bij tussenvonnis van 27 november 2020 is [naam] , senior schade-expert / Loss Adjuster bij [naam bureau], tot deskundige benoemd en zijn aan hem de in 3.1 van dat tussenvonnis vermelde vragen ter beantwoording voorgelegd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De deskundige heeft op 20 juli 2021 een deskundigenbericht uitgebracht ter beantwoording van de vragen. In antwoord op vraag 3 heeft de deskundige onder meer verklaard dat er volgens hem uitvoeringsfouten zijn gemaakt door [gedaagde] . In antwoord op vraag 4 (“Hoe verklaart u de lekkages in de schuur?”) heeft de deskundige verklaard dat er sprake kan zijn van een aantal oorzaken van de lekkages, waarbij met name de onder het antwoord op vraag 3 genoemde uitvoeringsfouten c, d en e aannemelijk zijn als oorzaak. Destructief onderzoek kan daar meer uitsluitsel over geven, aldus de deskundige. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij deze stand van zaken kan de kantonrechter nu nog geen beslissing nemen. De kantonrechter is voornemens een mondelinge behandeling te plannen waarbij de deskundige zal worden verzocht om op de voet van artikel 194 lid 5 Rv een nadere mondelinge toelichting te geven. In elk geval zal besproken worden welk onderzoek nodig is om afdoende uitsluitsel te geven over de vraag wat de oorzaak is van de lekkages en welke kosten daarmee naar verwachting gemoeid zijn. Partijen kunnen zich tijdens de mondelinge behandeling ook uitlaten over de wenselijkheid van een nader onderzoek, bij welk onderzoek tevens de nadere opmerkingen van [gedaagde] in zijn akte na deskundigenbericht betrokken kunnen worden. De kantonrechter merkt op dat, mocht nader onderzoek nodig zijn, dit extra kosten zal meebrengen. De kosten van het eerste deskundigenbericht bedragen al € 2.233,66, terwijl de vordering relatief beperkt is. Ten aanzien van de vraag welke partij het voorschot dient te storten ter dekking van de kosten van de deskundige is de kantonrechter voorshands van oordeel dat het op de weg van [gedaagde] ligt om dat voorschot voor zijn rekening te nemen. Volgens het deskundigenbericht is het immers aannemelijk dat de door de deskundige geconstateerde uitvoeringsfouten de oorzaak zijn van de lekkages. Partijen kunnen zich tijdens de mondelinge behandeling ook over deze vraag uitlaten, waarna de kantonrechter, als een nader deskundigenbericht wordt gelast, zal beslissen welke partij het voorschot dient te dragen. Uiteraard zal in het eindvonnis worden beslist welke partij de kosten van het (de) deskundigenbericht(en) uiteindelijk voor zijn rekening dient te nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter kan zich voorstellen dat partijen op basis van hetgeen hiervoor is overwogen alsnog bij elkaar te rade gaan voor het treffen van een minnelijke regeling, ook al om te voorkomen dat er verdere kosten gemaakt moeten worden in deze procedure, meer in het bijzonder voor een nader deskundigenbericht. Daarbij is ook van belang dat volgens de deskundige de oorspronkelijke dakbedekking nog ca. 10 jaar had kunnen meegaan alvorens vervanging noodzakelijk zou zijn geweest, terwijl het dak na de door de deskundige voorgestelde oplossing nog ca. 25 jaar mee zou kunnen. Dit element zal ook meewegen bij de beslissing op de vordering van [eiser] . Als partijen er alsnog in slagen om over een minnelijke oplossing overeenstemming te bereiken dan wel indien zij behoefte hebben aan een langere aanhouding in verband met dat minnelijk overleg, kunnen zij dat schriftelijk laten weten op de hierna te noemen rolzitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Partijen dienen derhalve voor het bepalen van de datum van de mondelinge behandeling hun verhinderdata op te geven en zich tevens uit te laten over de voortzetting van de procedure. Daartoe wordt de zaak verwezen naar de hierna te melden rolzitting. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van <emphasis role="bold">donderdag 11 november 2021 te 15.30 uur </emphasis>om partijen de gelegenheid te bieden hun verhinderdata voor de dan komende drie maanden op te geven en zich uit te laten over de voortzetting van de procedure;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
        <para>[46009]</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>